Bader zocht 'menselijke figuur' in de kunst

In het voetspoor van Rembrandt; Hollandse schilderkunst uit de collectie Alfred Bader. Rembrandthuis Amsterdam. T/m 8 januari 2012. Inl.: 020-5200400 of www.rembrandthuis.nl. ***

Gelachen wordt er nauwelijks in de twee zalen vol Nederlandse zeventiende-eeuwse schilderijen die nu worden tentoongesteld in het Rembrandthuis. Ernstige portretten en verstilde Bijbelse scènes met doorgaans niet meer dan twee of drie figuren zetten de toon. De werken zijn afkomstig uit de befaamde collectie van de Amerikaanse kunstverzamelaar en -handelaar Alfred Bader. Weerspiegelen ze de voorkeuren en het karakter van hun eigenaar?

Alfred Bader werd in 1924 in Wenen geboren en moest in 1938, als zoon van een joodse vader, vluchten voor de nazi’s. In Canada en de VS studeerde hij scheikunde en zou hij later fortuin maken met een bedrijf in chemische producten. Toen hij als promovendus in Harvard colleges begon te volgen van de Rembrandtkenner Jacob Rosenberg, ontwikkelde zich bij Bader een belangstelling voor de beeldende kunst van de Hollandse Gouden Eeuw.

Vanaf de jaren vijftig verzamelt Bader schilderijen, en in de loop van de halve eeuw daarna heeft hij een indrukwekkende collectie van alleen al op het gebied van de Hollandse en Vlaamse scholen, zo’n tweehonderd werken bijeen gebracht. Museum Het Rembrandthuis toont, voor het eerst in Europa, een selectie uit deze verzameling.

Het ligt voor de hand dat, zoals dat op deze locatie altijd gebeurt, is gezocht naar de relatie met Rembrandt. Van de hand van de meester zelf is er, naast een niet erg opwindende kop van een man met grijze krullen, een mooi, klein schilderij van het hoofd van een grijsbebaarde, rimpelige oude man met muts. Een gelukkige aankoop uit 1979, want terwijl destijds nog werd getwist over de authenticiteit van het werk, wordt het werk tegenwoordig aan Rembrandt toegeschreven.

Van diens leermeester Pieter Lastman bezit Bader een mooi schilderij van De engel bij Manoa en zijn vrouw, een statige compositie van de ouders van de oudtestamentische held Simson aan wie een engel verschijnt om hun de geboorte van een zoon aan te kondigen. Maar leerlingen en navolgers van Rembrandt, zijn beter vertegenwoordigd. Van Aert de Gelder is er bijvoorbeeld een monumentaal werk met het Bijbelse liefdeskoppel Judith en Tamar in oosterse kledij en van Willem Drost een mooie halffiguur van Johannes de Evangelist waarvan wordt aangenomen dat het een zelfportret van de schilder is.

Uit een kort interview met de verzamelaar blijkt dat Bader inderdaad een uitgesproken belangstelling koestert voor de Hollandse schilders rondom Rembrandt. Niet eens alleen de grote namen, maar ook werken van anonieme kunstenaars hebben zijn belangstelling. Uit de inleiding van het boekje bij de expositie komt Bader naar voren als een vermogend, maar sober en ook altruïstisch man. In de schilderijen die hij koopt, heeft hij een ‘voorkeur voor een niet opzichtige, sobere presentatie, een nadruk op de menselijke figuur en een emotionele ondertoon’.

Met betrekking tot werken als de bekommerde grijsaard-met-muts van Rembrandt, de ernstige Venus en Cupido van een van diens navolgers, en de wel erg serieuze Heilige Familie door Gerbrand van den Eeckhout, is dat geen woord te veel.