Aanpak seksueel misbruik kinderen schiet tekort

De overheid doet te weinig om seksueel geweld tegen kinderen aan te pakken. Kinderporno wordt nu puur als cybercrime gezien, terwijl aan de basis van kinderpornografie áltijd daadwerkelijk seksueel geweld tegen kinderen ligt.

Dat concludeert de Nationale Rapporteur Mensenhandel en Kinderpornografie, Corinne Dettmeijer-Vermeulen, in haar eerste rapportage over kinderpornografie. Zij heeft die vandaag aangeboden aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA).

Een integrale aanpak van kinderpornografie ontbreekt in Nederland, stelt Corinne Dettmeijer. Alleen het ministerie van Justitie houdt zich ermee bezig, het ministerie van Volksgezondheid doet niets. „Terwijl preventie, hulpverlening en signalering op het gebied van kinderporno hard nodig is, naast natuurlijk de opsporing en vervolging van daders.”

Dat kinderpornografie onlosmakelijk met seksueel misbruik is verbonden, moet ook op het ministerie van Volksgezondheid worden beseft. „Kinderporno is seksueel geweld tegen kinderen, vastgelegd op beeld. Op plaatjes, foto’s en in films. Daar moeten hulpverleners, zoals bij de meldpunten Kindermishandeling, rekening mee houden. We hebben in de programma’s van onder andere het ministerie en Jeugdzorg gezocht naar die digitale component, maar niets gevonden.”

Dettmeijer vindt het niet van deze tijd dat de digitale wereld een aparte aanpak krijgt. „Voor jongeren lopen die werelden door elkaar. Kijk naar de cijfers: uit onderzoek blijkt dat jongeren heel geregeld wordt gevraagd om online iets seksueels te doen. Dat overkomt 40 procent van jongens tegenover 57 procent van de meisjes.”

Bovendien, zegt ze, de schade voor slachtoffers is nog groter als het misbruik ook nog op beeld is vastgelegd. De handelingen duren langer als de dader die opneemt, of foto’s maakt. En de beelden zijn voor eeuwig te zien op internet.

Dettmeijer adviseert daarom een integrale aanpak. En een onafhankelijk, apart instituut zou volgens Dettmeijer toezicht moeten houden op de hele aanpak van seksueel misbruik door de overheid, dus niet alleen over de aanpak van kinderpornografie als individueel probleem. Om die reden kondigde ze vanmiddag aan dat deze eerste rapportage over kinderpornografie tegelijk ook de laatste is van haar hand als rapporteur Mensenhandel. „Aanpak en monitoring mogen niet afhangen van incidenten, zoals nu wel het geval is”, zegt Dettmeijer. „Ik ga ervan uit dat het kabinet iets met deze aanbevelingen doet. Dat kan bijna niet anders.”