Zo'n vleestaks stelt helemaal niks voor

Als vegetariër zou ik voorstander van een vleestaks moeten zijn.

Maar ik weet dat Thiemes jongste voorstel toch in de vergetelheid zal verdwijnen.

Marianne Thiemes opnieuw voorgestelde vleestaks is het schoolvoorbeeld van een scheef huwelijk tussen beleid en idealen. Haar pro-mededogen retoriek zal veel weerklank vinden in de samenleving, om uiteindelijk ten onder te gaan in een zee van rapporten die telkens hetzelfde zullen melden: niet uitvoerbaar. Hoe ik dat weet?

In 2007 werd al een voorstel voor een vleestaks ingediend door JMA (Jongeren Milieu Actief), het Burgerinitiatief van Milieudefensie. De jongeren stelden een belasting voor van 0,85 cent per kilo. Centraal Planbureau (CPB) en het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) rekenden het idee door en meldden dat het zou leiden tot een administratief doolhof. Met het voorstel is niets gedaan.

In 2009 kwam de stichting Natuur en Milieu met het plan voor een vleestaks, naar aanleiding van de door het Planbureau voor Leefbaarheid (PBL) gepubliceerde Milieubalans 2009. Als voorbeeld werd een verhoging van 2 euro per kilo gesteld. In datzelfde jaar diende de Partij voor de Dieren een motie in voor het onderzoeken van een mogelijke vleestaks; de website van de partij jubelde: „Stemmen was niet meer nodig, tot grote vreugde van de Partij voor de Dieren kondigde de premier (Balkenende, red.) zelf aan de mogelijkheden daartoe te willen laten onderzoeken.” Een golf van vreugde trok door vegetarisch Nederland. Vegetariër Wouter Bos keek met „pretoogjes toen de premier het onderzoek aankondigde”, aldus Thieme. Debatten werden gevoerd op tv, in kranten en op websites. En weer verdween het plan, na weken steunbetuiging van allerlei kanten, in lange vergetelheid.

Waarom gebeurt dit steeds? Het plan wordt bejubeld en gesteund omdat het een redelijke combinatie van idealen en pragmatiek lijkt. Dat is het absoluut niet, en wel hierom:

1Het voldoet niet. De eerder genoemde Milieubalans 2009 spreekt niet alleen over de milieuonvriendelijkheid van vlees, maar juist ook over vis en zuivel. De gemiddelde vleesconsumptie ligt in Nederland 8 procent lager dan in de rest van de EU; toch ligt de consumptie van dierlijk eiwit per persoon op het niveau van de Europese lidstaten, omdat er in Nederland veel meer zuivel wordt geconsumeerd. In de Milieubalans 2009 wordt de Gezondheidsraad geciteerd, die beweert dat het verlies van biodiversiteit doorgaat en de broeikasgasemissies blijven stijgen door groeiende vlees-, vis- en zuivelconsumptie. Dus: als er een vleestaks komt, dan ook een zuiveltaks. En wat is een van de grootste vleesvervangers? Juist: kaas (denk maar aan de zoveelste geitenkaassalade die een vegetariër wordt geboden in menig restaurant).

2Het is een prijsprikkel van niks. Stel dat er, zoals in 2009 werd voorgesteld, een taks komt van 2 euro per kilo vlees. Even een berekening om het verschil duidelijk te maken: 250 gram ‘gewone’ kipfilets van de Albert Heijn kost circa 1,42 euro. Voor de biologische equivalent betaalt men 7,47. Tel daar de vleestaks bij op: ca. 1,92 euro respectievelijk 7,97 (daarbij nog niet eens in acht genomen dat biologisch vlees waarschijnlijk minder belast zal worden). Zeg nou eerlijk: is dit de prijsimpuls waardoor de Nederlandse vleeseter zijn kip zal verlaten voor een biokip, of nog beter: een blok tofu? Consumenten die nu biologisch vlees kunnen betalen, zullen dat ook na de taks kunnen. Wat betekent dit echter voor vleeseters met een lager inkomen? Voor arme gezinnen die leven op kiloknallers? Voor studenten zonder rijke papa en mama (ze bestaan!). Hun kip wordt duurder – en voor sommigen is 50 eurocent echt duurder. En de biokip blijft duur. Wie leert hun vegetarisch koken? Kaasschnitzel? Eitje? Ook milieubelastend, ook niet altijd biologisch, en ook niet altijd gezond. De vleestaks is dus geen sociaal voorstel. Om de burger daadwerkelijk te kunnen laten kiezen tussen ‘gewoon’, biologisch of geen vlees, zouden alle prijzen ten minste gelijk moeten zijn.

3Het kan niet. Voor een eerlijke en logische berekening van de vleestaks is een ambtenarenapparaat ter grootte van Noord-Holland nodig. Ten eerste moeten bio-industrievlees, scharrelvlees en biologisch vlees verschillend worden belast. Zoek dat maar eens uit. Bovendien verschijnt vlees in vele, soms nauwelijks nog herkenbare vormen. In Christien Meindertsma’s boek PIG 05049 worden 185 producten van varkensvlees opgesomd: drop, hartkleppen, sigaretten, medicijnen. Hoe werkt dat? Wordt de hele zak drop belast of alleen het deel varkensgelatine erin? En wie gaat erop toezien dat de hoeveelheid gelatine daadwerkelijk klopt? Ten tweede zal de export van Nederlands dierenvlees verstrikt raken in bureaucratische webben. Zoals mijn medestudent Sophie Beerlage in 2009 bij een debatcollege ontdekte, kan de vleestaks volgens artikel 90 van het EG-verdrag worden uitgelegd als een verboden discriminatie jegens buitenlandse consumenten. Buitenlandse consumenten van door Nederland geëxporteerd vlees betalen mee aan de belasting, maar profiteren er zelf niet van.

De vleestaks: mooi idee, slecht plan. Als vegetariër zou ik zo graag willen dat het wél een pragmatisch juweeltje is – maar helaas. Mensen die achter dit plan staan, willen een snelle oplossing voor een groot probleem: een groeiende wereldbevolking, veel vleeseters, gemartelde dieren, maar één aarde. De enige oplossing voor onze overconsumptie van vlees is het oerhollandse adagium: mag het een onsje minder zijn?

Emma Anbeek van der Meijden is schrijver en student Nederlandse taal en cultuur.