'Übermensch' zit vol valstrikken

Übermensch, door Helmert Woudenberg. Gezien: 6/10 in Bellevue, A’dam. Tournee t/m 22/12. Inl. grunfeld.nl ****

Zijn naam valt nergens, maar de ik-figuur in Übermensch, de nieuwe theatersolo van Helmert Woudenberg, is Adolf Hitler. De teksten die hij de eerste drie kwartier te berde brengt over „bebaarde kaftandragers” en andere volksvreemde elementen, komen uit ’s mans schotschrift Mein Kampf – hoezeer ze af en toe ook doen denken aan politieke redenaars van recenter datum.

Door de vaak weloverwogen manier waarop Woudenberg ze voordraagt, komen ze soms gevaarlijk dicht in de buurt van de redelijkheid. Zodat men alle zeilen moet bijzetten om ze als drogredenen te doorzien. En de schrijnende verhalen over de liefdeloze jeugd waarover dezelfde ik-figuur tijdens de tweede drie kwartier vertelt, werden ontleend aan andere boeken over Hitler.

Het kan niet anders of Woudenberg wil een duidelijk geval van oorzaak en gevolg presenteren. Wie in zulke extreme omstandigheden opgroeit, lijkt hij te zeggen, komt in zijn volwassenheid tot perfide standpunten. Dat lijkt me discutabel. Keert een kind dat geregeld door zijn vader wordt geslagen, zich op latere leeftijd als vanzelfsprekend tegen een democratisch bewind met „zelfgenoegzame bestuurders die op het gewone volk neerkijken”?

Maar bijzonder blijft het hoe de meesterverteller spanning maakt – met niet meer dan twee stoeltjes in twee spotjes en een verhaal waarin voortdurend valstrikken dreigen.