Suikerdwang in Indië

In de negentiende eeuw dwong Nederland de bevolking van Java om suiker te produceren. Niet-westers socioloog Margaret Leidelmeijer (1959) promoveerde op die Javaanse suikerindustrie. Ze is zelfstandig onderzoeker.

Waarom moest de suiker speciaal in de negentiende eeuw afgedwongen worden?

„Tot de Vereenigde Oost-Indische Compagnie in 1799 failliet ging, was de suikerproductie op Java in handen van Chinese ondernemers, die loonarbeiders gebruikten. Zij produceerden voor de VOC. En zij hadden de kennis. Suikerriet moet je binnen 24 uur verwerken. Ze wisten precies hoe lang je het sap, met wat kalk, moest koken. Wat ze maakten, was overigens poedersuiker.

„Daar gingen ze nog wel mee door, maar er kwam een roerige periode van heel veel oorlogen voor Nederland. De relatie met het moederland kwam een beetje stil te liggen. En tijdens de Franse overheersing kreeg Engeland Java in handen. Dat duurde weliswaar maar vijf jaar, tot 1816, maar de Engelsen hadden zich redelijk gevestigd in de suikerhandel. Intussen had Nederland besloten van Indië echt een kolonie te maken, die veel baten moest opleveren.

„Het lukte het Nederlandse Gouvernement niet om de suikerhandel weer in handen te krijgen. In 1830 besloten ze het af te dwingen, met wat het Cultuurstelsel heet. Dat heeft op Java tot 1891 geduurd.”

Hoe ging dat dan in de praktijk?

„Boeren werden verplicht eenvijfde van hun grondgebied met suikerriet te bebouwen. Het liep indirect, zoals ook met bijvoorbeeld de koffie en de indigo altijd al gebeurde: die werden geleverd aan de plaatselijke hoofden, die op hun beurt leverden aan de VOC. De hoofden ontvingen wel wat plantloon. Ze kregen dus de verplichting opgelegd bepaalde hoeveelheden suiker, en ook koffie en indigo, te leveren aan Nederland. Net als de ambtenaren konden ze er bovendien extra bonussen mee verdienen.

„Westerse ondernemers zouden de suiker moeten produceren. In het begin was het een geweldige mislukking. Maar langzaam maar zeker werden er nieuwe technologieën geïntroduceerd. Van overal in de wereld. Uit Cuba, Engeland, Frankrijk, Duitsland. In plaats van molens met buffels kwamen er watermolens en later stoommolens. De bietsuikerindustrie zorgde alleen eind negentiende eeuw voor een grote suikercrisis. Toen ontstonden de grote handelsmaatschappijen.”

Hoe is het afgelopen met de suikerplantages?

Eind 1945, tijdens de Indonesische revolutie, werd een groot deel interneringskampen voor Indische Nederlanders en Molukkers. De meeste werden later weer plantage. Vorig jaar was ik er in een suikerfabriek waar nog altijd stoommachines van Werkspoor staan. Hartstikke mooi. Ook op andere plaatsen zijn stoommachines nog gewoon in gebruik.”

Liesbeth Koenen

Zondag 16 oktober spreekt dr. ir. Margaret Leidelmeijer over ‘Plantages in Nederlands-Indië in de 19de eeuw’. 14.00 uur, Museum Bronbeek, Velperweg 147, Arnhem. € 12,50. Inschrijven: 026- 44 22 363 of volksuniversiteit.nl/arnhem