Polen emancipeert zich verder

De overwinning van de Poolse premier Donald Tusk en zijn liberale partij Burgerplatform bij de parlementsverkiezingen van zondag is een breuk met een trend in Europa én met een gewoonte in zijn eigen land. Verkiezingsuitslagen van de laatste tijd elders in Europa tonen aan dat regeren in deze financiële crisistijd een impopulaire bezigheid is. Kiezers straften zittende bestuurders af, ook al waren de ingrepen die zij troffen vaak noodzakelijk. Maar niet dus in Polen waar het in 22 jaar, sinds het land echt vrije verkiezingen kent, nog was niet voorgekomen dat een zittende coalitie na de verkiezingen kon aanblijven.

Dat is nu wel het geval. Tusk is al besprekingen begonnen met Waldemar Pawlak, leider van de PSL, de boerenpartij die deel uitmaakt van het zittende kabinet. Samen beschikken beide partijen over een (krappe) meerderheid in het parlement. Tusks zege betekent ook een bestendiging van de situatie dat zowel de president (Bronislaw Komorowski) als de premier lid van dezelfde partij is. Al liet de opkomst (48,63 procent) te wensen over. De Polen, gesterkt door een economische groei van hun land, hebben gekozen voor stabiliteit en voor een coalitie die zich duidelijk pro-Europees opstelt.

Polen volgt zo een andere weg dan buurland Oekraïne, dat sinds zijn onafhankelijkheid twintig jaar geleden in de greep is gebleven van cliëntelisme en corruptie. Ook de Oranjerevolutie van zeven jaar geleden heeft weinig opgeleverd. De veroordeling vandaag wegens ambtsmisbruik van ex-premier Joelia Timosjenko, in 2004 volkstribuun in het protest tegen de gefraudeerde presidentsverkiezing van Viktor Janoekovitsj, is daarvan de zoveelste illustratie. De celstraf van 7 jaar tegen Timosjenko wekt de indruk van „justitiële willekeur”, zoals de hoge vertegenwoordiger Catherine Ashton van de EU het formuleert.

De democratie in Polen daarentegen heeft de status van volwassenheid bereikt. Een teken van emancipatie was ook het succes van Ondersteuningsbeweging, een nieuwe partij die 10 procent scoorde met voor Poolse begrippen onconventionele standpunten: legalisatie van softdrugs, abortus, euthanasie en homohuwelijk. Daar tegenover staat dat de grootste oppositiepartij, Recht en Rechtvaardigheid, nog altijd 30 procent van de stemmen scoorde. Deze partij van ex-premier Jaroslaw Kaczynski gruwt van dergelijke opvattingen. De Ondersteuningsbeweging haalde een groot deel van haar stemmen dan ook bij jongeren.

Een bewijs dat het Polen van de 21ste eeuw, dat zich al aan het juk van het Sovjetcommunisme had ontworsteld, ook steeds meer een autonome positie inneemt tegenover die andere invloedrijke beweging die het land altijd heeft gekend: de Katholieke Kerk.