'Nooit eerder maakte ik zo lang geen muziek'

Zangeres Feist raakte drie jaar lang haar gitaar niet aan. „Hij keek me aan vanuit de hoek van de kamer.” Op haar vorige week verschenen cd Metals blijkt ze volgroeid als elegante soulzangeres.

„Het duurde even voordat ik weer zelf kon koken en boodschappen doen”, klinkt het geamuseerd vanaf de andere kant van de lijn. Zangeres Feist vertelt vanuit New York over de periode die ze vrij nam, nadat haar plotselinge doorbraak in 2007 haar bijna te veel was geworden. Tot die tijd trad Leslie Feist (1976, Nova Scotia, Canada) in relatieve anonimiteit op met haar liedjes, al werd haar elegante soulstem met zijn verre echo van Dusty Springfield door een harde kern fans al omarmd. Feist was een idool voor fijnproevers.

Haar carrière werd lichtjaren vooruit geschopt toen Apple in 2007 de nieuwe iPod Nano lanceerde met een campagne rond haar liedje 1234, en de bijbehorende clip: Feist in blauwe glitterjumpsuit, dansend op het iPod-minischermpje. 1234 werd een internationale hit, en de vraag naar Feist groeide zo snel dat de concertreeks rond haar cd The Reminder (2007) een oneindige tour leek te worden. Door dat ene liedje werd Feist plotseling beschouwd als een lichtvoetige zangeres. Dat klopte niet helemaal met de rest van haar repertoire, ook al omdat het nummer 1234 als enige op The Reminder door iemand anders was geschreven (door de Australische singer/songwriter Sally Seltmann).

Na afloop van de Reminder-tournee nam Feist een pauze van drie jaar. „Al die tijd heb ik mijn gitaar niet aangeraakt”, zegt ze. „Hij stond me vanuit de hoek van de kamer aan te kijken als een geslagen hond.” Ze zegt dat ze, tussen het „fietsen en tomaten kweken” door, afwachtte of haar interesse voor muziek zou terugkeren. „Soms dacht ik dat die belangstelling voor altijd zou wegblijven. Nooit eerder had ik zo lang geen muziek gemaakt.” Want Feist musiceert al sinds haar vijftiende. Eerst als zangeres van de Canadese punkband Placebo, later als gitariste bij het alternatieve krakersgezelschap Broken Social Scene, en vervolgens als zelfstandig liedjesschrijver/zangeres. Uiteindelijk kreeg ze weer zin in muziek, en ontstond vorig jaar de basis voor de nieuwe cd Metals.

Persoonlijke vragen – bijvoorbeeld of de plotselinge blootstelling aan het grote publiek invloed heeft gehad op haar nieuwe werk – ontwijkt ze soepel door te zeggen dat er weinig veranderd is in haar aanpak. „De nummers ontstaan op een eenvoudige akoestische gitaar, nog altijd.” Maar luisterend naar Metals valt een gedaanteverwisseling te constateren. De bijna musical-achtige vrolijkheid van liedjes als 1234 en Sealions op The Reminder, en zelfs een disco-cover als Inside And Out (van The Bee Gees) op Let It Die, uit 2004, maakten op haar laatste album plaats voor een bar landschap van brommende hoorns, een enkele viool en stuwende ritmes, waar Feists stem als een soepele banier doorheen waait. Zowel zang als muziek neigt naar een zwaarmoedig soort soul.

Zo verhoudt Metals zich tot The Reminder als Nirvana’s In Utero tot Nevermind. Net als Kurt Cobain destijds met het schrijnende In Utero leek te willen afrekenen met de populariteit die Nevermind had veroorzaakt, zo lijkt Feist met het melancholische Metals te willen ontsnappen uit een al te innige omhelzing van het grote publiek.

Voor Metals werkte ze samen met vaste handlangers Gonzales en Mocky, beiden ook Canadees en als zelfstandig muzikant actief. De cd werd opgenomen in een „schuur in Californië”, zegt ze, en er kwam minder elektronica aan te pas dan Feist gewend was. „We zaten met de deuren open, om zoveel mogelijk de buitenlucht te voelen. En af en toe nodigden we gasten uit om fiddle te spelen of hoorn.” Zoals voor het nummer Undiscovered First, een langzaam oprukkend strijdlied. „Ik had ineens bedacht dat ik daarvoor een Franse hoorn, een basklarinet en een bassaxofoon wilde gebruiken, nogal ongebruikelijk voor een popliedje. Ik wilde statig klaroengeschal, zoals je associeert met belangrijke aankondigingen van een koning.”

Maar in de meeste nummers worden de instrumentaties hoofdzakelijk ingekleurd door de eigen, spaarzaam aangeslagen gitaar. Daartussen rammelen Mocky en Gonzales op belletjes en ruisen ze met bekkens, tot het in Get It Wrong, Get It Right klinkt als een ritselend bos. Of een mannenkoor roept chain gang-achtige aansporingen, in het vurige A Commotion.

„Liedjes maken is een soort archeologie”, zegt Feist. „Archeologen hebben maar een klein potscherfje nodig om je van alles te kunnen vertellen over een voorbije beschaving. Ik zit eindeloos te zoeken tot ik een beginnetje heb. Maar als ik dat eenmaal gevonden heb, kan ik aan de hand daarvan moeiteloos de rest afleiden.”

Als zangeres is Feist meester in het bundelen van emoties tot een beheerste dosis. Onder het patina van die diepe en wendbare stem vermoeden we een kluwen aan gevoelens, zonder dat ze zich opdringen. Luchtig zegt ze: „De manier waarop ik mijn stem gebruik, vergelijk ik met dansen. Als je danst gebruik je ook niet altijd al je ledematen tegelijk. Soms zing ik op volle kracht, en dan weer laat ik de lucht bijna fluisterend ontsnappen. Die keuze maak ik intuïtief.”

Haar muziek ontwikkelde zich de laatste jaren richting soul. Het begrip soul zaait soms verwarring: soul kan slaan op de diep doorvoelde hartenkreten van James Carr en Solomon Burke, of op de zoetgevooisde versie van Al Green. Wat betekent soul voor Feist? „Onze ziel is de motor van onze emoties, een drijvende kracht, en tegelijk iets mysterieus”, zegt ze. „Soul is als een gong die resoneert in alles wat we doen.”

‘Metals’ is nu uit bij Universal Music. Feist treedt op: 15/10 Carré, Amsterdam.