Modellen faalden, toch Nobelprijs economie

De grondleggers voor de moderne macro-economie kregen de Nobelprijs voor de economie. De toekenning is omstreden. „De Nobelprijs is een lobbyprijs.”

De stimulering van de overheidsuitgaven na de bankencrisis van 2008 heeft de wereldeconomie behoed voor een depressie, maar tegelijkertijd opgezadeld met torenhoge overheidsschulden. Over de (on)mogelijkheden van macro-economisch beleid – dat is het terrein waar Thomas Sargent en Cristopher Sims in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw onderzoek naar hebben gedaan en waar ze gisteren de Nobelprijs voor de economie hebben gekregen. De Nobelprijs voor de economie is geen beloning voor recent onderzoek, maar meer een soort oeuvreprijs.

Sargent en Sims zijn de grondleggers van de moderne macro-economie. „De methoden die Sargent en Sims hebben ontwikkeld zijn tegenwoordig essentiële gereedschappen voor de macro-economische analyse”, schrijft de koninklijke Zweedse academie voor wetenschappen, die de prijs toekent, in een toelichting.

Hoe worden het bruto binnenlands product en de inflatie beïnvloed door tijdelijke maatregelen als een renteverhoging of een belastingverlaging? En wat betekent het als een centrale bank haar inflatiedoelstelling wijzigt? Volgens het prijscomité hebben de winnaars methodes ontwikkeld om deze vragen te beantwoorden. De modellen van Sargent en Sims over de gevolgen van bezuinigingen of belastingmaatregelen op economische groei, inflatie of werkloosheid worden bijvoorbeeld gebruikt door het Centraal Planbureau en de Europese Centrale Bank.

Sims en Sargent worden gezien als representanten van de nieuw-klassieke theorie. De gedachte is dat alle deelnemers aan het economische proces er rationale verwachtingen op na houden. Dat betekent dat alle consumenten en alle producenten zullen anticiperen op wijzigingen in het economische beleid. Door dit anticiperend gedrag zal het macro economische beleid ineffectief zijn omdat iedereen maatregelen neemt. De nieuw-klassieken wijzen een keynesiaanse conjunctuurpolitiek af.

Als de overheid bijvoorbeeld extra geld gaat uitgeven om de economie te stimuleren – of de belastingen verlaagt – dan heeft dit volgens de nieuw-klassieken geen effect. In hun redenering gaan burgers minder consumeren en meer sparen omdat ze weten dat de extra uitgaven/minder inkomsten uiteindelijk toch weer tot een verhoging van de belastingen zullen leiden om de begroting weer sluitend te maken. Een rationele burger gaat dus nu sparen, om te anticiperen op belastingverhogingen in de toekomst.

Thomas Sargent doceert aan de New York University en is het meest bekend van zijn onderzoek op het terrein van de rationele verwachtingen. Zijn werk leunt zwaar op econometrische modellen. Hij publiceerde veel met Robert Lucas jr., met wie hij ook zijn meest toegankelijke essay schreef After Keynesian Macroeconomics (1978). Sargent is in 1943 geboren in Pasadena in Californië en studeerde aan Berkeley en Harvard. Hij was hoogleraar in Chicago en Harvard en adviseerde de Fed, het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten. Cristopher Sims wordt door de Zweedse academie geroemd voor de manier waarop hij statistische methoden verwerkte in econometrische modellen. Op deze manier konden economische theorieën worden getest, met name ook monetaire modellen. Sims is in 1942 geboren in Washington (DC). Hij rondde aan Harvard eerst een studie wiskunde af en daarna economie. Hij doceerde aan Harvard en Yale en op dit moment is hij hoogleraar aan de Princeton University.

Esther-Mirjam Sent, hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen, promoveerde op Resisting Sargent een dissertatie over Thomas Sargent. Ze plaatst kritische kanttekening bij de toekenning van de prijs aan Sargent en Sims. „De economische modellen hebben gefaald bij het voorspellen van de economische crisis en diezelfde modellen zijn wel gebouwd op de theorieën van Sargent en Sims”, zegt Sent.

„Consumenten en producenten gedragen zich nu eenmaal niet koel en calculerend. En wat doen wij? Wij laten het Centraal Planbureau allerlei berekeningen maken. Alsof het een exacte wetenschap is.” Volgens haar hebben de modellen van Sargent en Sims niets met de complexe realiteit te maken. De Zweedse academie voor wetenschappen spreekt van „essentiële gereedschappen” voor de economische analyse. Sent: „Het gereedschap is geweldig mooi en indrukwekkend, maar past helaas niet op de economie.”

En wat is haar verklaring dat deze twee Amerikaanse economen de Nobelprijs voor de economie 2011 krijgen. „De Nobelprijs is een lobbyprijs”, zegt Sent. „In het Nobelcomité zit bijvoorbeeld Torsten Persson en hij is een groot fan van Sargent.” De wetenschappers kennen elkaar goed via het netwerk van econometristen, beiden zijn bijvoorbeeld president geweest van het toonaangevende gezelschap Econometric Society. „Ik vind het misplaatst dat de Nobelprijs naar Sargent en Sims gaat”, zegt Sent. „Ik had gehoopt dat economen – en het Nobelcomité – iets van de crisis hadden geleerd.”