Italiaanse schuld grootste risico voor Franse banken

Het Franse bankwezen is kwetsbaar door de grote belangen in Zuid-Europa en de financieringsstructuur. De regering ontkent wat alle Fransen weten: de banken hebben extra kapitaal nodig.

Dexia was echt de laatste, zei François Baroin gisterenochtend al tijdens een rondje radio en tv en hij bleef het tot in de avondprogramma’s herhalen. Maar de Franse minister van Financiën Baroin mag het nog duizenden keren ontkennen, er is eigenlijk niemand die hem gelooft als hij zegt dat Dexia de laatste slecht gefinancierde bank was die de Franse regering moet redden.

Het is niet dat de Fransen Baroin niet willen geloven. Graag zelfs. Maar er is bijna niemand die nog durft. Daarvoor hebben de Fransen dit jaar al te veel slecht bankennieuws gehoord. Baroin is sinds zijn aantreden als minister van Financiën niet echt geholpen door zijn voorganger Christine Lagarde. Als directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds liet Lagarde onlangs weten dat de Franse banken een groot gebrek aan eigen vermogen hebben. Eerder had Barclays gerapporteerd dat de Franse banken veel te afhankelijk zijn van financiering op korte termijn. Franse banken zijn voor gemiddeld 60 procent van hun kapitaal afhankelijk van de geldmarkt. Die markt droogt op door gebrek aan vertrouwen in banken.

Meer munitie hebben speculanten in tijden van crisis niet nodig om de aanval te openen. De grootste drie banken zagen hun beurswaarde sinds begin dit jaar drastisch kelderen: Société Générale met bijna 60 procent, Crédit Agricole en BNP Paribas met ongeveer 40 procent.

En dat voor instellingen die tijdens de vorige crisis in 2008 en 2009 nog de beste leerlingen van de economieklas werden genoemd. Hier en daar had een Franse bank wel wat last van Amerikaanse rommelhypotheken, maar de crisis werd manmoedig doorstaan. Franse banken waren toen een voorbeeld voor hun Europese collega’s.

BNP Paribas, de grootste Franse bank, heeft voor 2.000 miljard aan activa, dat is net iets meer dan het Franse bruto nationaal product. In Frankrijk gaat men ervan uit dat zo’n grote bank ‘to big to fail’ is, zegt econoom Nicolas Véron.

In een gesprek met weekblad Le Nouvel Observateur herinnert hij eraan dat Lehman Brothers ook de vierde bank van de Verenigde Staten was toen die, bij gebrek aan staatssteun, niet meer gered kon worden. Maar in Frankrijk is hierover geen debat gevoerd. Dat creëert volgens Véron het perverse effect dat er steeds meer risico’s worden genomen en dat dus ook de grootste banken, of misschien juíst de grootste banken, gevoelig zijn voor stemmingswisselingen op de financiële markten.

De Franse financiële instellingen die het in 2008 en 2009 nog zo goed deden, staan nu in de kijker omdat ze meer dan andere banken zijn blootgesteld aan de Griekse, Spaanse, Portugese en vooral Italiaanse schuld. Ze hebben veel geïnvesteerd in staatsobligaties en ze hebben ook nog eens geïnvesteerd door in die landen banken op te kopen.

Volgens kredietbeoordelaar Fitch bezitten de Franse banken voor 4,7 miljard aan Portugese obligaties, voor 8,2 miljard aan Griekse schuld en voor 47,7 miljard aan Italiaanse schuld. Door de combinatie van schulden zijn Franse banken zo gevoeliger voor aanvallen op de euro. In 2010 bleek uit de stresstest al dat Franse banken veel meer dan Britse en Duitse banken zijn blootgesteld aan Griekse en Italiaanse schuld.

BNP Paribas maakte in 2010 7,8 miljard winst, dus die Griekse schuld van 8,5 miljard waarin de bank heeft geïnvesteerd kan het nog wel behappen. Zelfs als de Grieken slechts de helft terugbetalen, betekent het twee kwartalen even geen winst. Maar BNP Paribas heeft ook nog voor 28 miljard euro aan Italiaanse obligaties en met BNL een Italiaans filiaal. Société Générale heeft 8,8 miljard euro aan Griekse en 6,6 miljard euro aan Italiaanse obligaties. De kleinste van de drie banken die het moeilijk hebben, Crédit Agricole, heeft in Griekenland een risico van 27 miljard euro, onder meer als eigenaar van de bank Emporiki.

Door deze cijfers schrikt niemand ervan als uitlekt dat Parijs in alle stilte werkt aan een plan om enkele van deze banken te herkapitaliseren. De Franse overheid zou dan, naast privépartners, mee instappen om de kapitaalbuffers van BNP Paribas en Société Générale te verhogen. Voor die eerste bank zou het gaan om 7 miljard euro overheidsgeld, voor de tweede om 4 miljard. Baroin mag ontkennen dat een dergelijk plan wordt voorbereid. Volgens veel Fransen is een dergelijke ontkenning alleen bedoeld om de markten niet nog extra te alarmeren. Ook de banken ontkennen. Zij zeggen wel met investeerders in gesprek te zijn, maar dat is om ‘de angst’ voor financiële problemen weg te nemen.

Frédéric Oudea, topman van Société Générale en sinds september voorzitter van de Franse Federatie van Banken, stelt dat veel van de angst die bestaat over de stabiliteit van grote Franse banken totaal ongegrond is. „Het zijn niet de banken die geherkapitaliseerd moeten worden, het zijn de markten die tot rust moeten komen”, zei Oudea enkele dagen voor het ineenstorten van Dexia.

Oudea vindt ook het verwijt dat ze te veel in overheidsobligaties hebben geïnvesteerd niet terecht. „Het is onze kerntaak om landen met schulden te financieren.” En dat de banken te weinig aandacht zouden hebben voor het Franse bedrijfsleven is volgens hem eveneens onzin. „Wij zijn het enige land in de eurozone waar de afgelopen jaren de leningen voor het midden- en kleinbedrijf zijn toegenomen, dit jaar opnieuw met ruim 6 procent.”