Haagse politiek werkt niet zonder koninklijke rituelen

Er zijn allerlei voorstellen om de monarchie te veranderen, maar ze overtuigen geen van alle vooralsnog. Dat wordt een slechte start voor Willem-Alexander, waarschuwt Douwe Jan Elzinga.

De analyses in de voorstellen tot verandering van het Nederlandse koningschap hebben geringe diepgang. De PVV wil dat de koning uit de regering verdwijnt, vooral om uit te sluiten dat het staatshoofd invloed kan uitoefenen op politieke beslissingen. Van de PvdA mag de koning lid van de regering blijven, maar een overtuigende motivering waarom dat nuttig kan zijn ontbreekt. In de opstelling van andere partijen – waaronder GroenLinks, D66 en de SP – ontbreken dragende argumenten.

Voor de initiatief-voorstellen zijn nauwelijks meerderheden in de Kamer, in ieder geval geen tweederde meerderheid voor de meestal vereiste grondwetsherziening. Dat betekent dat op een aantal onderdelen de monarchie verder moet zonder voldoende draagvlak. Bij de start van het koningschap van Willem-Alexander is dat een ongemakkelijk vooruitzicht.

Kernvraag moet zijn of de rol van het staatshoofd in het politieke stelsel nog waardevol is voor de Nederlandse democratie. Ook moet gekeken worden naar politieke stelsels in andere landen.

De rol van het staatshoofd is procedureel en ritueel. Tal van vormelijke voorschriften voorzien in monarchale betrokkenheid bij wetgeving, bij benoemingen en bij de vertegenwoordiging van ons land in het buitenland. De staatsbezoeken, de ondertekeningsprocedures, de gesprekken met Kamerleden en leden van adviesorganen. Na de verkiezingen of na een kabinetscrisis helpt het staatshoofd de kabinetsformatie op gang en zij leest de troonrede met de kabinetsplannen voor op Prinsjesdag.

In niet-monarchale landen worden de meeste van deze functies uitgeoefend door een neutrale president. Deze procedures geven de politiek houvast.

Het politieke proces is ook geritualiseerd. Deze ritualisering is op afstand geplaatst van de politieke meerderheidsbesluitvorming van alledag. Het politieke debat en de politieke strijd komen beter tot hun recht indien er een zekere vastheid is in de spelregels en er duidelijkheid is ten aanzien van hen die de constitutionele spelregels bewaken en toepassen. Vrijwel ieder politiek-democratisch stelsel heeft daarom neutrale functionarissen – een president, een monarch – om aan deze ritualisering vorm en inhoud te geven.

In het verleden is elders wel geprobeerd om deze ritualisering over te geven aan de wil van toevallig aanwezige politieke meerderheden. Die experimenten – met de republiek van Weimar als treffendste voorbeeld – hebben overwegend tot desastreuze gevolgen geleid. Indien nu de koning uit de regering wordt gehaald, dan ontstaat een Weimar-achtige constructie. De invoering van een ceremoniële monarchie betekent immers een onmogelijkheid om procedureel houvast te realiseren via een neutrale president. Niet alleen bij de kabinetsformatie, ook de steeds wisselende parlementsmeerderheid moet zich op eigen kracht voorzien van een procedureel kader voor de politieke besluitvorming. Het getuigt van een vergaande hoogmoed om te denken dat dit in Nederland – in afwijking van vrijwel alle andere Europese landen – tot een goede politieke praktijk kan voeren. Het voorstel van de PVV overtuigt dan ook niet.

Net als de analyses van de PvdA. Van de PvdA mag de koning in de regering blijven, vooral omdat niet aangetoond zou zijn dat de koning substantiële invloed uitoefent op de politieke besluitvorming. Er wordt gesproken van een constitutionele wachtersrol van het staatshoofd, maar de inhoud en de voordelen daarvan blijven nagenoeg onbesproken. Daardoor ontstaat de indruk dat het hier gaat om een soort onschadelijke constitutionele folklore. Die indruk wordt versterkt nu de rol van het staatshoofd bij de formatie moet worden beëindigd van de PvdA. Een mogelijkheid van terugval naar de oude procedure, indien een meerderheid geen formateur kan aanwijzen, wordt niet gewenst. Wat dan nog overblijft van de constitutionele wachtersrol van de koning, blijft onduidelijk. Tegelijkertijd blokkeert de PvdA diverse voorstellen tot verandering. Dit betekent dat de politiek de monarchie laat bungelen, terwijl duidelijkheid nu juist is gewenst.

Van de nieuwe koning wordt gevraagd om de constitutionele rituelen te blijven praktiseren, maar dan wel in het besef dat een parlementaire meerderheid daarin mogelijk geen meerwaarde meer ziet. Een slechtere start voor een nieuw koningschap laat zich nauwelijks denken.

Douwe Jan Elzinga is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.