Geef de christenen maar de schuld

Er is een nieuwe fase in de Egyptische ‘Revolutie’: geef de christelijke kopten de schuld.

Want om aandacht af te leiden van kritiek zoekt het leger een ‘externe vijand’.

EDS NOTE: GRAPHIC CONTENT - The bodies of protesters are seen at a hospital morgue after they were killed during clashes with Egyptian security forces in Cairo Egypt, Sunday, Oct. 9, 2011. Fierce clashes erupted Sunday between Christians protesting a recent attack on a church and the Egyptian military, leaving more than 19 people dead and scores injured, Health Ministry officials said. (AP Photo) AP

In het koptisch ziekenhuis van Kairo heerst een scala aan emoties: woede, frustratie, verdriet en angst strijden om voorrang. Een jongen van een jaar of tien ontdekt tussen de lijken het lichaam van zijn vader; een moeder huilt om haar zoon, een jongeman schreeuwt dat de Egyptische christenen nu pas echt van zich zullen laten horen.

In het mortuarium liggen de lichamen van zeventien slachtoffers van wat eerder die zondagavond was begonnen als een vreedzaam protest tegen het afbranden van een kerk in de zuidelijke stad Efdu, vorige week. De meeste slachtoffers, zeggen de kopten, zijn moedwillig overreden door pantservoertuigen van het leger. Behalve doden – volgens officiële bronnen 24 in totaal – zijn zondagavond in Kairo ook meer dan 200 gewonden gevallen.

Noov Senary zit wezenloos tegen een muur. Een van haar vrienden bevindt zich onder de doden. De jonge advocate liep mee in de betoging toen die vanuit de volkswijk Shubra vertrok in de richting van Maspiro, de volksnaam voor het radio- en televisiegebouw langs de Nijl. Onderweg werden de duizenden betogers al een keer met stenen bekogeld door baltagia’s (knokploegen in burger). „Eenmaal voorbij het Tahrirplein, bij de 6 oktober-brug, zijn we aangevallen door het leger. Ja, door het leger.”

De 6 oktober-brug is de plek waar op 2 februari Mubaraks regime de aanval inzette tegen de betogers op het Tahrirplein met de beruchte kamelencharge. Het is niet de enige gelijkenis. De staatstelevisie jutte zondag, net als toen, de bevolking op met termen als „buitenlandse agenda’s” en „agitatoren van buitenaf”. De straalverbindingen van tv-stations Al-Hurra en Al-Jazeera werden door het leger onderbroken zodat alleen de staats-tv verslag uitbracht. En dat verslag was bijzonder gekleurd. Nieuwslezers namen voortdurend het woord ‘kopt’ in de mond. Er werd een interview uitgezonden met een militair die de betogers „christenhonden” noemde. En vooral: de televisie riep de „goede Egyptenaren” op om „het leger te verdedigen tegen de kopten”. En dat was het grote verschil met februari. Het leger, op het Tahrirplein nog onder de bloemen bedolven omdat het weigerde op betogers te schieten, toonde zondag een ander gezicht.

Dat er onder de betogers ook heethoofden waren, lijdt geen twijfel. Daarvan getuigden de brandende legervoertuigen voor het Maspiro-gebouw. Maar dat gebeurde nadat zeker twee pantserwagens moedwillig op de betogers waren ingereden. Ondanks pogingen om camera’s in beslag te nemen, werden de acties op video vastgelegd. Daarop is te zien hoe de voertuigen met hoge snelheid door de menigte ploegen. Ze proberen de betogers niet weg te jagen: ze doen hun best om ze omver te rijden.

De Brits-Egyptische Sarah Carr zag het gebeuren. „Plots begonnen twee pantservoertuigen met angstaanjagende snelheid door de menigte te rijden. Bovenop elk voertuig zat een militair die wild in het rond vuurde. De twee voertuigen zigzagden over de straat. Toen gebeurde het: een van de voertuigen reed een verkeerseiland op, als een op hol geslagen beest. Ik zag een groep mensen onder het voertuig verdwijnen. Wat er met hen gebeurd is, weet ik niet. Het voertuig kwam mijn kant op en ik moest het op een lopen zetten.”

Omstreeks elf uur ’s avonds wordt het koptisch ziekenhuis zelf belaagd. Auto’s gaan in brand, stenen en molotovcocktails vliegen door de lucht, een paar keer wordt geschoten. Door wie, is in de nachtelijke chaos niet duidelijk: salafisten, ultraorthodoxe moslims, zegt de een, baltagia’s zegt een ander. Wel is duidelijk dat de honderden kopten in het ziekenhuis niet gewapend zijn. Intussen is in het centrum van de stad een klopjacht op christenen begonnen.

Op Facebook vertelt de Amerikaanse Egyptenaar Hani Bushra hoe hij op het Tahrirplein belaagd werd door een dertigtal mensen die hem sloegen en ‘christenhond’ noemden. Zwaaiend met zijn Amerikaans paspoort kreeg Bushra de bescherming van een hoge politieofficier. Dat is ironisch, want tijdens de Tahrir-opstand was de politie juist de grote vijand van de betogers.

Bushra beschrijft een bende moslims die door de straten trekt onder het zingen van ‘Christenen, waar zijn jullie? De moslims zijn hier!’ Wat Bushra shockeerde, was „dat deze bendes georganiseerd werden door een legerofficier met de rang van luitenant-kolonel. Hij vertelde hun dat zij de eerste linie moesten vormen en dat het leger achter hen zou staan.”

Het koptisch ziekenhuis was zondag niet de plek om naar nuance te zoeken. „Het leger heeft dit gedaan. Waarom? Ze willen alle christenen uit Egypte wegjagen”, zegt de 26-jarige Mina Zaki. „Of we bang zijn? Wij zijn elke dag bang: thuis, op het werk, in de kerk”, zegt de 30-jarige Tamer Shaba.

De kopten hebben eigen propaganda, eigen aan een minderheid die vreest voor haar voortbestaan. Ze klagen over discriminatie en over de traagheid waarmee aanvallen tegen kerken worden behandeld. In mei vielen dertien doden bij schermutselingen tussen kopten en salafisten in Kairo. Begin januari, vlak voor de revolutie, vielen 21 doden bij een zelfmoordbomaanslag tegen een kerk in Alexandrië. Toevallig of niet: uitgerekend gisteren werd in Alexandrië een moslim geëxecuteerd die in 2010 zes christenen en een moslim had doodgeschoten in het zuidelijke stadje Nagaa Hamady.

Veel kopten vertrouwen het sowieso niet meer in Egypte. Een koptische organisatie kwam vorige week nog met een rapport dat stelt dat bijna 100.000 kopten het land hebben verlaten sinds maart. „Ze doen dat niet vrijwillig”, zegt de koptische advocaat-activist Naguib Gabriel, „ze worden gedwongen door de dreiging van de salafisten en het gebrek aan bescherming door het Egyptische regime.”