Fontys waait vrolijk met de nieuwe wind van Zijlstra mee

Het kabinet wil dat in 2016 80 procent van de hbo-docenten alsnog een mastersdiploma behaald heeft. Fontys regelt dat dat in 2015 al het geval is. Dé manier om dat diploma te devalueren, meent Leo Prick.

De belangrijkste klacht van studenten in het hbo over hun opleiding luidt dat er aan hen te lage eisen worden gesteld. Dit is niet zo wonderlijk, gezien het streven van de hogescholen om tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk studenten in zo kort mogelijke tijd een diploma te bezorgen. Daar worden ze op afgerekend – niet op de kwaliteit van het onderwijs.

Om de kosten te verlagen werden de leraren laag ingeschaald. Het was voor universitair opgeleide docenten niet langer interessant om in het hbo te werken. Inmiddels heeft de helft van de hogeschooldocenten een hbo-diploma. Daarmee is het de enige sector in het onderwijs waar docenten eenzelfde niveau van opleiding hebben als het diploma waar ze voor opleiden. (Voor universiteiten geldt dat docenten, zeker die voor de masterfase, gepromoveerd zijn.) Staatssecretaris Zijlstra legt in zijn Strategische Agenda, waar de Tweede Kamer onlangs mee heeft ingestemd, een direct verband tussen de kwaliteit van het onderwijs en het opleidingsniveau van de docenten. Om het niveau van het hbo te verbeteren gaat hij daarom de hogescholen ertoe verplichten dat 80 procent van de docenten uiterlijk in 2016 alsnog een masterdiploma heeft behaald. In de praktijk betekent dit dat die verplichting gaat gelden voor zowat alle docenten in de theoretische vakken.

Het is een schoolvoorbeeld van een maatregel die lijkt te getuigen van doortastend beleid, maar die bij nader inzien volstrekt onzinnig en ondoelmatig is. Die verplichting kan namelijk niet anders dan leiden tot devaluatie van het diploma.

Dat een staatssecretaris die wil laten zien dat hij van stevig aanpakken weet zich tot een dergelijke ingreep laat verleiden, valt nog te begrijpen, maar dat geldt niet voor de reactie op zijn voorstel van Marcel Wintels van de Fontys Hogescholen. Deze bestuursvoorzitter van de grootste hogeschool van Nederland doet er namelijk nog een schepje bovenop: hij zal ervoor zorgen dat zijn hbo-gediplomeerde docenten reeds in 2015 hun masters hebben behaald.

Deze reactie ligt geheel in de lijn van wat bestuurders van Fontys en veel andere hogescholen altijd hebben gedaan: de kwaliteit van het onderwijs ondergeschikt maken aan bestuurlijk prestige. Want hoe komt het dat er geklaagd wordt over het niveau van het onderwijs? Dat komt doordat hogescholen ervoor kozen laagopgeleide docenten aan te stellen omdat ze goedkoper waren en ook makkelijker waren in te passen in allerlei geld besparende onderwijsmethoden van zelfsturing, zelfwerkzaamheid en vage competenties waar vooral hoogopgeleide docenten kritisch over waren. Kortom: goedkoop en makkelijk te sturen.

Wat wil je als manager nog meer?

En dan gaat er ineens een andere wind waaien en komt er een staatssecretaris met zijn Strategische Agenda die zegt dat dit beleid de oorzaak is van het te lage onderwijsniveau. Dan waai je als opportunistisch bestuurder vrolijk met die nieuwe wind mee en versterk je het waanidee dat het mogelijk is om van al die bachelors masters te maken door te zeggen dat dit nog sneller kan: niet in vier, maar in drie jaar. En dat kan dus niet. Het verschil in niveau tussen iemand met bijvoorbeeld een bachelor wiskunde, economie, Frans of natuurkunde ten opzichte van iemand met een master is echt heel groot.

Maar dat niet alleen. Het idee dat iedereen die een bachelor heeft ook de kwaliteiten bezit voor een master, is een illusie. En het is helemaal een illusie te menen dat iedereen in staat is om dat verschil, naast het werk, in drie jaar te overbruggen.

Als Wintels beweert dat hij dit zal doen, dan geloof ik hem overigens wel degelijk. Hogescholen hebben zich in het verleden immers creatief genoeg getoond om diploma-eisen aan de situatie aan te passen. Zo zal Fontys een aanvullende opleiding ontwikkelen die voor alle docenten haalbaar is, en daar wordt dan vervolgens het etiket ‘masters’ op geplakt.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.