Failliet gaan is heel gezond

Een vrije markt is gewild als er winst wordt gemaakt. Maar bij verlies moet de overheid ineens bijspringen.

Zo worden de uitwassen niet bestraft, maar beloond.

Er is iets vreemds aan de hand in onze economie: de belangrijkste spelers willen een vrije markt zolang er winst valt te behalen, maar schakelen over naar socialistische overheidshulp zodra er verliezen dreigen.

Duizenden mensen protesteren nu op Wall Street tegen het doorgeslagen kapitalisme, waar jarenlang te hoge risico’s genomen zijn die nu afgewenteld worden op kwetsbare burgers. En ook in Nederland vinden zaterdag in samenwerking met de Amerikaanse #globalchange en de #occupywallstreet demonstraties plaats in Den Haag en Amsterdam.

Ook in de Nederlandse samenleving hebben mensen door het nemen van risico’s hoge winst behaald. Het probleem is dat ze menen altijd recht te hebben op winst. De verliezen worden dan afgewenteld op de overheid die fors moet bezuinigen ten koste van kwetsbare groeperingen.

Enkele economische sectoren zijn gaan lijken op een piramidespel. De winsten worden binnengehaald met mooie economische verhalen waar de top enkele jaren goed mee kan verdienen. Als er verliezen optreden, worden die afgeschoven op degenen die er later bij zijn gekomen en, als dat niet lukt, op de overheid.

Als het goed gaat, is het argument dat iedereen recht heeft op maximale winst en bonussen omdat er een vrije markt is. Als het misgaat, worden de maatschappelijke risico’s zo aangedikt dat de overheid wel moet ingrijpen. Bij de kredietcrisis zijn er al vele miljarden overheidsgeld verdwenen in banken.

Ook de woningbouw is een goed voorbeeld van afschuiven naar anderen. Niet alleen projectontwikkelaars hebben jarenlang hoge winsten geboekt, ook bewoners zagen hun eigen huis steeds meer als beleggingsobject en hebben jarenlang hoge winsten gemaakt zonder dat daar belasting over werd geheven, terwijl de hypotheekrente wel van het belastbare inkomen kon worden afgetrokken. Ook hier werden die winsten op een gegeven moment als recht gezien, geheel tegen het idee van de vrije markt in. Zo kunnen veel huizenbezitters hun woning te koop aanbieden voor een veel hogere prijs dan ze er ooit voor hebben betaald. Ze vinden dat ze recht hebben op dat bedrag omdat er ooit een moment was dat het huis theoretisch dit geld waard was. Daarom zit de woningmarkt nu op slot.

Allerlei belanghebbenden en politici vinden dat de overheid met een oplossing moet komen. De overheid is nog zo dom dat ze dat doet ook door vermindering van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent. Zo wordt het piramidespel beloond, waardoor het in een volgende fase alleen maar wordt uitgebreid en de afgewentelde risico’s op de samenleving nog groter worden.

Degene onderaan de piramide die voor het eerst een huis moet kopen en de belastingbetaler die hier buiten staat, betaalt intussen gigantische bedragen aan spelers die met de winst weglopen.

Het vrijemarktkapitalisme is in een aantal sectoren volstrekt doorgeslagen. Het is tijd dat deze fundamentele fouten in het systeem structureel worden rechtgezet. Het probleem is dat er maar weinig mensen zijn in de top van het bedrijfsleven en van de overheid die daar belang bij hebben, omdat zij delen in de winst.

Als we kiezen voor de vrijemarkteconomie, moeten we dat wel consequent doen, en dan mogen banken of projectontwikkelaars failliet gaan en mogen huizenbezitters verlies lijden. Dan moeten we ook echt vertrouwen dat er betere banken en projectontwikkelaars komen als de oude failliet gaan en de huizenmarkt gezond kan worden, doordat de prijzen ook flink kunnen dalen.

Ingrepen in de economie zijn niet nodig om de rijke risicospelers te beschermen tegen verlies. Verlies en faillissementen zijn noodzakelijk om het systeem gezond te houden. De vrijemarkteconomie heeft wel correcties nodig als de eerste levensbehoeften in gevaar komen, zoals woonruimte voor degenen die er weinig geld voor hebben en spaargeld van de gewone spaarder.

De taak van de overheid is om zorg te dragen voor een economische structuur waarin ruimte is voor groei en krimp, waarin de meest kwetsbaren beschermd worden in de krimpperiodes, maar waarin de risicospelers de verliezen ook mogen dragen.

Jan den Boer studeerde bouwkunde en filosofie. Hij is publicist en werkt al meer dan twintig jaar als projectmanager in de bouw.