‘Egyptische vicepremier stapt op vanwege rellen Kairo’

Vicepremier en minister Hazem el-Beblawi tijdens een bezoek aan Abu Dhabi begin september. Foto Reuters / Jumana El Heloueh

De Egyptische vicepremier en minister van Financiën Hazem Beblawi is vanmiddag opgestapt uit protest tegen het bloedige ingrijpen door het leger bij een demonstratie van christenen zondag. Dat heeft een assistent van de minister aan persbureau Reuters gemeld.

Beblawi werd in juli door het militaire leiderschap benoemd en was de laatste tijd druk met onderhandelingen met de Golfstaten over financiële steun. De vicepremier zou ontevreden zijn over de manier waarop de Egyptische leiders hebben gereageerd op de ernstige rellen van zondag in Kairo, waarbij 36 doden vielen. Het merendeel van de doden was Koptisch.

Het opstappen van de vicepremier is bepaald geen blijk van vertrouwen in de militaire machthebbers, zegt onze buitenlandredacteur Carolien Roelants:

“Het is deze minister duidelijk teveel geworden, maar ik kan me niet voorstellen dat de militairen echt onder de indruk zijn. Het kabinet is slechts de uitvoerende macht, de militairen hebben de echte macht in handen. Ze maken geen enkele aanstalten om versneld op te stappen en hebben gezegd geen gewelddadige protesten meer te zullen toestaan. Erg interessant is wat er aanstaande vrijdag, de traditionele protestdag, gebeurt. Gaan we weer een grote betoging op het Tahrirplein zien? En zoja, hoe reageert het leger dan?”

Het militaire leiderschap vroeg het kabinet gisteravond een onderzoek in te stellen naar de gebeurtenissen van zondag. De militairen kondigden aan maatregelen te nemen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld.

De Opperste Raad van de Strijdkrachten, die sinds de val van Mubarak de macht in Egypte in handen heeft, vroeg de regering gisteravond volgens persbureau AFP een comité in te stellen dat moet bepalen wat er zondagavond precies gebeurd is. De militairen zeiden in een verklaring dat zij ook na de rellen verantwoordelijk blijven voor “het beschermen van het volk”.