Een schimmige partij afval voor China

Twee mannen stonden gisteren voor de rechter wegens illegaal afvalexport. Keiharde fraude, zegt justitie. Gevaarlijk, zegt de politie. Er wordt grof mee verdiend.

Het begon 14 september 2005 met een routinecontrole in de Rotterdamse haven. Douane en VROM-inspectie namen een steekproef bij een bedrijf aan de Waalhaven dat per container afval exporteert naar China. Dagelijks werk.

Vanuit Rotterdam worden jaarlijks zo’n 750.000 containers met afval verscheept. Daar zijn Europese regels voor, om te voorkomen dat Europa zijn milieuproblemen afwentelt op andere continenten. Vast moet staan dat afvalstoffen in het ontvangende land door een erkend recyclingbedrijf op verantwoorde manier worden verwerkt.

Een bedrijf dat afval naar China exporteert, moet ook aan Chinese eisen voldoen. Alleen met een certificaat van de inspectiedienst CCIC kan een container worden verscheept.

Op papier kan alles in orde zijn. Maar zit in de container ook echt wat de documenten beloven? Om dat te achterhalen, controleren VROM-inspectie en douane in de Rotterdamse haven systematisch containers.

Bij de steekproef op die 14de september 2005 wisten de controleurs meteen dat het prijs was. De container zou uitsluitend aluminiumafval bevatten. Maar de lading bestond voor bijna de helft uit ander afval: stukken hout, rubberslang, spaanplaat, printplaatjes, triplex, polyester, condensatoren, delen van koelcontainers, stukken ijzer.

Het had nooit tot een rechtszaak hoeven komen. De VROM-inspectie had dit zelf kunnen afdoen. Overtreding. Boete. Klaar. Maar er was iets vreemds met dit transport. Waarom had de Chinese CCIC goedkeuring aan deze lading gegeven? Navraag leerde dat dit was gebeurd op basis van een foto die het exporterende afvalbedrijf had gestuurd. De inhoud van de container kwam niet overeen met het afval op de foto. Hier was sprake van fraude. Justitie gaf opdracht tot een strafrechtelijk onderzoek.

Dat werd uitgevoerd door het milieuteam van de zeehavenpolitie Rotterdam-Rijnmond. April 2006 was het weer raak, vertelt Marcel van Loenhout, coördinator van het onderzoek. De politie onderschepte tien containers voor China. Ook dit keer bevatten ze ander afval dan aangegeven. Ook dit keer had de Chinese inspectiedienst CCIC door misleiding goedkeuring verleend.

Oktober 2006 had de politie voldoende aanwijzingen om in Rotterdam een inval te doen bij twee afvalbedrijven van dezelfde eigenaar. Het doorvlooien van de administratie was een heidens karwei. Geleidelijk rees het vermoeden dat de bedrijven op grote schaal valse contracten hadden gebruikt voor illegale export van koperkabelafval naar China. Daarbij ging het tussen 1 januari en 30 september 2006 om 106 containers met een gezamenlijk gewicht van 1,75 miljoen kilo.

Volgens de bijgeleverde documenten waren al die containers bestemd voor een erkende Chinese recyclingfirma in de provincie Hebei. Maar uit de in beslag genomen boekhouding bleek dat sommige partijen wel drie of vier waren doorverkocht, vertelt onderzoekleider Van Loenhout. De betalingen kwamen van alle mogelijk, vaak duistere , ondernemingen. Niet van de recyclingfirma in Hebei.

Waar de ladingen wel terechtkwamen, kon de politie niet achterhalen. Daarvoor had ze Chinese bedrijven moeten benaderen. Daarvoor had ze ter plaatse onderzoek moet doen. Dat kon niet, want tussen Nederland en China bestaat geen justitieel samenwerkingsverdrag.

In de zomer van 2007 pakte de politie de twee hoofdverdachten op: de eigenaar van twee afvalbedrijven in Rotterdam en zijn Chinese werknemer, die een eigen bedrijf had met Chinese licentie voor import van afval. De Chinees beriep zich op het zwijgrecht. De eigenaar gaf zijn werknemer de schuld.

Eind 2008 werd het tweetal gedagvaard. Toch duurde het nog tot gisteren voor de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak begon. De rechtbank wilde eerst nog een groot aantal getuigen horen. Een van hen was de directeur van het recyclingbedrijf dat alle 106 containers met koperkabelafval zou hebben besteld.

Een verzoek om rechtshulp aan China werd verrassend gehonoreerd. Maart 2011 bezocht een Nederlandse delegatie de directeur in Hebei. Hij had nooit containers van de bedrijven gehad.

Officier van justitie Rob de Rijck eiste gisteren anderhalf jaar gevangenisstraf tegen beide verdachten en boetes voor hun bedrijven van in totaal 400.000 euro. Als het proces op 24 oktober wordt hervat, vraagt hij ook om inbeslagname van het geld dat met de zwendel is verdiend: grofweg driekwart miljoen euro.

Is deze zaak zulke forse straffen en zes jaar opsporing en vervolging waard? De officier van justitie twijfelt geen moment. „Er is sprake van keiharde fraude en oneerlijke concurrentie op grote schaal.” De pakkans bij dit soort misdrijven is miniem. Met naar schatting 10 procent van de internationale afvaltransporten is iets mis. „Als je een onderneming betrapt die de Europese regelgeving overtreedt, moet je die aanpakken. En stevig. Anders ben je niet geloofwaardig meer.”

Politieman Van Loenhout wijst op de mogelijke milieuschade in China. „Als je koperkabelafval niet deskundig verwerkt maar verbrandt, komen er giftige stoffen vrij.” Bedrijven die zich niet aan regels voor afvaltransporten houden, gaan over lijken.