Een lesuur robotica, dat is pas cool

Toepassing van ict in het onderwijs loont, zegt de overheid. Digiborden in de klas, digitaal onderwijs op afstand. In Kampen stonden gisteren robots in de klas.

10-10-2011 Kampen Nederland Op het Ichtus College afdeling VMBO2, theoretische leerweg vind een experiment plaats. "Leren van de toekomst" Technoschool. Een leerling laat een robot een parcour lopen in de klas. foto Herman Engbers

De les van de toekomst begint zoals tal van lessen in het verleden. Sven, de grootste jongen in lokaal 7a van het Ichthus College in Kampen, trekt aan het haar van Lisa, die aan de tafel voor hem zit. Commotie alom. Maar zodra gastdocent Olaf de Groot begint te vertellen over robots, wordt het stil en zijn alle ogen gericht op zijn slides op het digibord. Er komt een foto van de robot uit de film Terminator voorbij. „Wow, die is cool”, roept Sven.

In de tweede klas van het vmbo van het Ichthus College vindt een bijzonder experiment plaats: het Leren van de Toekomst. De leerlingen krijgen gedurende drie weken les met behulp van de modernste ict-toepassingen. De organisatie is in handen van Kennisnet, het door de overheid gefinancierde expertisecentrum op het gebied van ict en onderwijs, dat de lessen met hulp van bedrijven en docenten heeft ontwikkeld.

De Groot geeft het vak robotica. Op een tafel zitten twee humanoïde robots, zo groot als een peuter. „Wat zijn ze schattig”, kirt een van de meisjes in de klas. Het is de bedoeling dat de leerlingen in groepjes van vier à vijf de robots gaan programmeren, zodat ze netjes over een parcours lopen dat achter in het lokaal is uitgezet. Bewegingen voorwaarts moeten worden uitgezet op de x-as, bewegingen opzij op de y-as.

Met een meetlint in de hand storten de leerlingen zich op de grond. Er is een duidelijk verschil in aanpak te zien tussen de groepjes van de jongens en die van de meisjes. De jongens roepen vanaf hun knieën de afstanden door naar degene die bij de laptop is achtergebleven, terwijl de meisjes eerst alles netjes noteren op een stuk papier en daarna pas op de computer aan de slag gaan. Daarbij wordt wel veel gekletst.

De groep die het beste functioneert, bestaat uit jongens én meisjes. Remco kijkt geconcentreerd naar het scherm van de laptop. Zijn lievelingsvakken zijn wiskunde en techniek, dus op deze manier werken met robots vindt hij fantastisch. „Je moet prutsen en heel nauwkeurig zijn. Daar houd ik van.”

Remco zou wel altijd zo les willen hebben, zegt hij. Wessel, die naast hem zit, weet dat zo net nog niet. „Op een gegeven moment is het nieuwtje er wel vanaf, denk ik.”

„Nou, dan is het nog altijd leuker dan de manier waarop we normaal les krijgen”, vindt Remco.

Niet alle experimenten zijn zo spectaculair als die met de robots. In een naastgelegen lokaal wordt Engels gegeven met behulp van reusachtige iPad-achtige touchscreens waarop door vier leerlingen tegelijk een taalquiz wordt gespeeld. Even verderop geeft een docent een digitale toets voor het vak wiskunde.

Volgens Toine Maes, directeur van Kennisnet, zijn vooral dit soort toepassingen nu al bruikbaar op scholen in het voortgezet onderwijs. „Natuurlijk vraagt dat om een investering, maar ik denk dat het de moeite waard is om geld te besteden aan ict in het onderwijs, ook in tijden van krimpende budgetten.”

De rol van techniek in het onderwijs moet altijd dienend zijn, benadrukt Maes. „Je hebt er niets aan een klas vol computers als de docent niet met het materiaal kan omgaan. Gelukkig zien we dat docenten steeds vaardiger worden. Vijf jaar geleden stond in nog maar weinig klassen een digibord. Nu zie je ze overal.”

Moderne techniek kan ook een belangrijke rol spelen in het onderwijs in krimpregio’s, denkt Maes. „Sommige opleidingen worden daar met opheffing bedreigd omdat er te weinig leerlingen zijn. Als je die scholieren op afstand les kan geven, zodat er niet elke dag een docent hoeft te zijn, blijft een opleiding rendabel.”

Maes zegt dat Kennisnet veel opsteekt van het experiment in Kampen. „Met groepjes van vijf achter een laptop bij zo’n robotles, dat gaat eigenlijk niet. Twee zou beter zijn.”

Hij heeft gelijk. Het is een pandemonium in lokaal 7a. Het lesuur robotica is inmiddels voorbij, maar nog niet alle groepjes hebben de robot laten lopen. „We gaan wel door in de pauze”, roepen de leerlingen enthousiast. Dat het programmeren van een robot geen sinecure is, blijkt uit elke wandeling die het minimensje maakt. Hij blijft niet één keer binnen de lijnen.