Dexia wordt nog een flinke klus

De redding van Dexia dreigt te leiden tot een afwaardering van de Belgische kredietstatus.

De deal is vooral een politiek compromis en laat veel onzekerheden bestaan.

Outgoing Prime Minister Yves Leterme arrives to discuss the financial state of bank Dexia in Brussels, on October 5, 2011. AFP PHOTO / BELGA PHOTO / JULIEN WARNAND ***Belgium Out*** AFP

Een afwaardering van de kredietwaardigheid van België. Komt die er nu of niet? Dat is nu de hamvraag na het dure reddingsplan dat de Belgische, Franse en Luxemburgse overheden gisteren overeenkwamen om het noodlijdende Dexia te redden.

Als onderdeel van de deal wordt de retailtak van de Frans-Belgischegroep – goed voor 850 bankfilialen, 6.000 medewerkers en 4 miljoen klanten – gekocht door de Belgische staat. En die activiteiten zullen „drie, vijf jaar of langer” in handen blijven van de staat, zei de Belgische minister van Financiën Didier Reynders in het praatprogramma Mise au Point van de Franstalige tv-zender RTBF.

Zelf jarenlang voor bankier spelen, dat wordt geen kleine taak voor een land waar de staatsschuld op dit ogenblik net zo groot is als het bruto binnenlands product (bbp) – iets meer dan 350 miljard euro. De Belgische premier Yves Leterme sprak over „een faire deal” toen de eerste lijnen van het plan bekend werden.

Hij benadrukte dat de prijs om de Belgische tak van Dexia te nationaliseren – 4 miljard euro – verwaarloosbaar is. Dat klopt, want het is amper 1 procent van de totale Belgische schuld. Maar de 54 miljard euro aan garanties die de Belgische overheid levert om de riskante onderdelen van de zogeheten bad bank van Dexia te financieren, wegen zwaarder: die zijn goed voor 15 procent van het bbp. Die garanties zullen fors vergoed worden, maar er zijn ook grote risico’s aan verbonden.

Wat er nu precies in die ‘restbank’ van Dexia terecht zal komen, is voorlopig onduidelijk. Ongetwijfeld allerlei (uitdovende) obligaties, staatspapier, gestructureerde kredieten en hypotheekleningen: de zogeheten „erfenisportefeuille” van Dexia die op korte termijn zo’n 40 miljard euro aan financiering nodig heeft. Maar ook „onverkoopbaar geachte” stukken, zoals de activiteiten van Dexia in Spanje en Italië. En voor dat rompbedrijf – het restant van het huidige genoteerde Dexia – moet België in veel grotere mate garant staan dan Frankrijk (dat 37 procent van de garanties levert) en Luxemburg (3 procent).

De ‘bad bank’ van Dexia is een politieke constructie en niet zozeer op financiële ratio gebaseerd. Daarin worden alleen maar die stukken ondergebracht die de Belgische, Franse en Luxemburgse overheden niet langer willen.

Analisten vrezen dat het voor de Belgische regering een hele klus wordt om de logica van dat vehikel over te brengen op kredietbeoordelaars zoals Moody’s, die al eerder dreigden de kredietstatus van de Belgische staat af te waarderen als Dexia de schuldpositie van het land zou scheeftrekken.

Voor de Franse overheid is de deal veel minder bedreigend. De divisie van Dexia die leningen verstrekt aan de Franse gemeenten wordt in veiligheid gebracht door die activiteiten over te hevelen naar het Franse staatsbedrijf Caisse des Dépots. Door die afsplitsing wordt de kortetermijnfinancieringsbehoefte van de Dexia-groep verlicht met 10 miljard euro, stelt het bestuur van het financiële concern in een persmededeling. Die financieringslast, die nu op de schouders van Parijs terechtkomt, is verwaarloosbaar. De Franse staatsschuld bedraagt 1.500 miljard euro, ruim 80 procent van het bbp.

De redding van Dexia belooft nog voor verdere politieke discussies te zorgen in België. De gewestelijke overheden van het land willen een blokkeringsminderheid – een belang van 25 procent plus één aandeel – verwerven in het genationaliseerde Dexia Bank België. Ze willen invloed uitoefenen op het strategische beleid van de bank. De gewesten maken hun instap echter afhankelijk van een oplossing voor De Gemeentelijke Holding, een van de historische aandeelhouders in Dexia.

Die holding zit in financiële moeilijkheden door de 40 miljard euro aan waarde die het aandeel Dexia sinds 2007 verloor. Een groot deel van die aandelen werd door de holding gebruikt om circa 600 gemeenten en lokale besturen in België te financieren.

Ook Groep Arco, de financiële holding van de christelijke werknemersbeweging ACW, is als aandeelhouder van Dexia voor een groot deel van zijn inkomsten afhankelijk van het financiële concern en hoopt nu op overheidswaarborgen om de financiële positie van zijn eigen aandeelhouders – duizenden coöperanten – te beschermen. Ook dat dreigt op de schuldpositie van de Belgische staat te drukken. En het leidde gisteren ook tot hevige kritiek van gedupeerde beleggers die klaagden over ongelijkwaardige behandeling van aandeelhouders.

    • Piet Depuydt