De OV-chipkaart draait u voor gemak een poot uit

Met een stapeltje papier op schoot zit ik in de trein naar Dieren (Gelderland). Ik heb geen auto en afgezien van mijn fiets is de trein m’n favoriete vervoermiddel. Dat juist mijn NS een ‘plaszak’ in de sprinters wil introduceren om het ontbreken van toiletten te compenseren, voelt als ondermijning van vertrouwen. Van de reiziger. Van hun eigen medewerkers.

Bovenop het stapeltje ligt de necrologie van Steve Jobs uit The New York Times. Fascinerender dan zijn bekende successen is hoe Jobs en zijn vriend Stephen Wozniak in zaken gingen. Dat zij in 1971 op zoek gingen naar cultfiguur Captain Crunch, die had ontdekt hoe je met een fluitje uit een pak Cap ’n crunch-cornflakes gratis interlokaal kon bellen. Dat zij zelf vergelijkbare apparaatjes gingen maken. Skype anno jaren ’70. Toen illegaal. Dat zij zo 6.000 dollar verdienden.

Onder de necrologie liggen rapporten, brieven en stukken met potentieel materiaal voor deze column. De eerste is een brief van minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) aan de Tweede Kamer, getiteld ‘Volledige reactie rapport commissie Meijdam’. Volledig? De toevoeging suggereert dat andere reacties alleen halve waarheden zijn. Het gaat over de OV-chipkaart.

Wat is mijn reizigersbelang?

Geen.

De kaart is er niet voor u of mij, maar voor de OV-bedrijven, hun eigenaren (Nederlandse en buitenlandse overheden) en politici die vervoersvergunningen geven en tarieven controleren. In 1999 zijn zij serieus gaan praten, in 2006 is de invoering gestart en nu, ruim 1,1 miljard euro later, is het gemak voor de reiziger nog steeds schraal.

Bijvoorbeeld bij het overstappen van de NS op regionale lijnen, zoals Syntus of Arriva. Op het moment dat je het goeie perron zoekt en de tijd klokt of je de overstap haalt, moet je af- én aanmelden bij de palen (categorie onopvallend straatmeubilair) van eerst de ene en dan de andere vervoerder. Het lot van alleman: vergeten af te melden en een boete riskeren.

Ongemak. Of de apparaten om de kaart te kopen of op te laden. Uit een onderzoek (2008): de apparaten zijn „behoorlijk complex”, de kans op „foutief of onbegrepen gebruik” is groot, juist bij ouderen (snel groeiende doelgroep).

Uit het onderzoek van de commissie Meijdam (2011): de situatie is „voor reizigers een laag gewaardeerd, complex en niet gemakkelijk uitvoerbaar systeem”. En dan?

Eureka. Onderzoek naar verbetering. Vergt mogelijk een jaar, meldt de minister. Kosten van invoering: zeker 50 miljoen euro. Advies van de commissie, met fiat van de minister: de reiziger kan „gevraagd worden om middels een verhoging van de prijs van een treinreis een bijdrage te leveren”. Slechts 3 eurocent per treinreis.

Een koopje. Toch?

Nee, oplichting op klaarlichte dag. Mijn advies: becijfer de 50 miljoen per reizigerskilometer en alles is vrijwel gratis, en herhaal dat kunstje voor de kosten van extra conducteurs tegen zwart reizen en van extra stationspersoneel voor meer sociale veiligheid.

Apple-producten zijn synoniem voor gemak, de OV-chipkaart en de NS-plaszak zijn het tegenovergestelde. Apple is hét voorbeeld van private rijkdom (met bijvoorbeeld 76 miljard dollar in kas), de NS afficheert zich met publieke armoede. De reiziger laten betalen voor standaardgemak is de arrogantie van een bedrijfstak die nog steeds Openbaar Vervoer heet. Hier is niet de verbeelding aan de macht, maar de vervreemding.

menno tamminga