Bij de bank sta ik middenin de wereld. Het naïeve verlangen ben ik allang kwijt

‘Als kind was ik vrij vaak alleen en las ik veel, romans vooral. Op mijn vijftiende las ik History of Philosophy van Bertrand Russell, heel inspirerend vond ik dat, en omdat ik wilde weten hoe de wereld in elkaar stak, dacht ik toen nog dat ik filosofie moest studeren. Een paar jaar later begreep ik dat ik dan beter voor natuurkunde kon kiezen. Mijn wens dingen te ontrafelen was overigens geen egoding, ik droomde er niet van een groot wetenschapper te worden bijvoorbeeld.

Na een jaar natuurkunde stapte ik over op wiskunde en studeerde cum laude af. Daarna kon ik een jaar met een beurs in Parijs studeren. Terug in Nederland ging ik aan de slag als docent aan de Universiteit van Amsterdam. Voor en tijdens mijn promotie heb ik nog een boek over bomen van mijn vader herschreven en opnieuw uitgebracht. Hij kon dat zelf niet doen omdat hij ziek is.

Ik had mijn vader twintig jaar niet gezien en wilde hem graag beter leren kennen. Om nou te zeggen dat dat boek een geschenk was, vind ik een beetje overdreven, maar eraan werken drukte wel een bepaalde verbondenheid uit.

Ondertussen was ik ook begonnen met promoveren. Ik onderzocht de patronen waarmee semi-aride ecosystemen, onder meer onder invloed van klimaatverandering, in woestijn veranderen – een ecologisch en humanitair probleem.

Aan de andere kant van de magische spiegel zitten de wiskundige formules die hetzelfde verhaal vertellen, dat is te ingewikkeld om uit te leggen.

Sinds een half jaar werk ik bij een bank en houd ik me bezig met risicomanagement. Het is een baan waarmee ik middenin de wereld sta. Het naïeve verlangen uit mijn puberteit ben ik allang kwijt.

Als je jong bent, heb je tijd genoeg, lijkt alles mogelijk. Maar de dromen die je hebt als je jong bent, verwijzen niet naar een maatschappelijke realiteit en zijn daarom ook niet echt interessant.’

Sjors van der Stelt (30), wiskundige

    • Marte Kaan