Amerikanen winnen Nobelprijs economie

De winnaars deden onderzoek naar hoe consumenten maatregelen van de overheid verwerken in hun eigen consumentengedrag.

De Nobelprijs voor de economie is gewonnen door de Amerikaanse economen Christopher A. Sims en Thomas J. Sargent. Ze krijgen de prijs „voor hun empirisch onderzoek naar oorzaak en gevolg in de macro-economie”.

Sims en Sargent zijn de grondleggers van de moderne macro-economie en zijn representanten van de nieuwe klassieke economie. De invloed van beleidsmakers op het economisch proces is volgens de ‘nieuwe klassieken’ beperkt omdat consumenten het gedrag van de overheid verwerken in hun gedrag. Extra uitgaven van de overheid leiden bijvoorbeeld tot hogere belastingen of meer lenen en dit geld moet worden opgebracht door de burgers.

Sargent is hoogleraar aan de universiteit van New York. Sims is verbonden aan Princeton. Sims richtte zijn onderzoek op onverwachte en tijdelijke veranderingen in de economie, terwijl Sargent vooral structurele veranderingen in de economie onderzocht.

Thomas Sargent (1943) doceert aan de New York University. Christopher Sins (1942) is hoogleraar aan de Princeton University. De toekenning van de prijs aan Sims en Sargent bevestigt de Amerikaanse dominantie in de economische wetenschap. Het rijtje laureaten wordt gedomineerd door de Amerikanen, meer dan 70 procent van hen werkte aan een Amerikaanse universiteit op het moment dat ze de prijs wonnen.

Vorig jaar werd de Nobelprijs toegekend aan de Amerikanen Peter Diamond en Dale Mortensen, en de Brits-Cyprioot Christopher Pissarides voor hun onderzoek naar de werking van de arbeidsmarkt. De Nobelprijs voor economie is in 1968 door de Zweedse centrale bank geïntroduceerd. De Zweedse centrale bank levert het prijzengeld van omgerekend 1,1 miljoen euro. (NRC)