Als een marmot

Als de dingen een ziel hebben, kunnen ze me veel verwijten. Hoe achteloos ga ik wel niet met ze om, mijn onverschilligheid grenst soms aan wreedheid, vooral als ze oud, lelijk en ingezakt zijn.

Vorige week zat ik aan een stukje te werken, toen ‘mijn’ stoel na jarenlange slaafse dienst het huis werd uit gedragen door mannen van de kringloopwinkel. Ze hadden hem eerst nog even bekeken en beklopt voor ze hem meenamen. Stilletjes werd hij weggevoerd, als de verdachte van een zedenmisdrijf.

Ik keek nauwelijks op van mijn laptop, ik heb niet eens gegroet. Hij bestond al niet meer, hoewel hij me al die jaren zonder enige klacht heeft gedragen en gekoesterd. Nooit liet hij het afweten, altijd stond hij voor me klaar. Ook anderen mochten naar believen gebruik van hem maken, hij was niet eenkennig, al had hij een voorkeur voor míjn achterwerk.

Ik besloot mijn leven te beteren en kreeg daar ook de gelegenheid voor, toen ik een overlijdensadvertentie van ir. Leo G. Auping zag.

Hij stierf onlangs in de leeftijd van 94 jaar. Auping was technisch directeur van beddenfabrikant Koninklijke Auping tussen 1953 en 1976. „Gedurende deze periode”, las ik in de advertentie, „heeft hij zijn beste krachten aan onze onderneming gegeven en ook naderhand heeft hij altijd vol belangstelling en op zijn unieke persoonlijke wijze het wel en wee van de Koninklijke Auping gevolgd.”

Uit andere bron vernam ik dat Leo de kleinzoon was van Johannes Albertus Auping, de oprichter van Auping. Toen Leo met pensioen ging, was er geen Auping meer in de directie, maar wel zijn de meeste aandelen in handen van de familie gebleven.

Auping (reclameslogan: Auping nights, better days) is een van de laatste grote familiebedrijven in Deventer. Johannes, de oprichter, was een smid in Deventer die van een gasthuis de opdracht kreeg een hygiënischer bed te ontwikkelen dan toen voorhanden was. Hij ontwikkelde daartoe een speciaal soort spiraalmatras en in 1898 mocht hij al bedden leveren aan het Koninklijk Paleis op de Dam.

Ik wist dat allemaal niet toen ik vorig jaar een Auping-matras kocht. Ik wist niet eens dat Auping een Nederlands merk was, het klonk eerder naar Duitsland. Wel was ik op mijn hoede bij de aanschaf, want zo’n matras is duur en er zijn zoveel keuzemogelijkheden dat je er steeds onzekerder van wordt. Het lijkt me rampzalig als je een maand later, na de levering, tot de ontdekking komt dat je de komende jaren op een veredeld soort rotsbodem moet slapen: Auping nights, bad days.

Maar niets daarvan. Ik slaap als een marmot op Auping, een wat oudere marmot moet ik er helaas bij zeggen, want die slapen over het algemeen korter dan jonge marmotten.

Ik verdien er niets mee, steekpenningen en cadeaus moet ik weigeren, maar ik wilde dit toch even kwijt nu Leo Auping (hopelijk) naar het hemelbed is opgestegen. Omdat hij het bedrijf de vorige eeuw heeft opgestoten in de vaart der bedrijven, geniet ik van een gezonde nachtrust. Daar ben ik hem erkentelijk voor.

Alleen dat peperdure kussen dat ze erbij verkochten, was niet nodig geweest; er bleek geen verschil met gewone kussens. Maar dat was eigen schuld. Ik ga Leo nu niet postuum verwijten dat Auping handige verkopers in dienst heeft.

Ik hoop dat ze op het kerkhof aan de Ceintuurbaan in Deventer een mooie ‘laatste rustplaats’ voor hem hebben ingeruimd. Iemand die anderen altijd zo goed heeft laten inslapen, verdient dat.