VPRO beleeft oogstjaar vlak voor krimp of opheffing

Vóór 15 november moeten de omroepen van minister Van Bijsterveldt met hun fusieplannen komen. Maar de VPRO wil zelfstandig blijven, desnoods met minder geld.

De ambitieuze documentaireserie Nederland van boven. Van Dis in Indonesië. Redmond O’Hanlon in Afrika. Jeugdserie Het gordijnpaleis van Ollie Hartmoed. En de nieuwe dramaproductie Beatrix, Oranje onder vuur met Willeke van Ammelrooy als de koningin.

Wie donderdag de najaarspresentatie van de VPRO bijwoonde, zou niet zeggen dat de Nederlandse publieke omroepen binnenkort miljoenen euro's moeten besparen.

„De bezuinigingen gelden nog niet voor het seizoen 2011/2012”, zegt VPRO-directeur Lennart van der Meulen, tevens voorzitter van het College van Omroepen, over het rijke aanbod aan nieuwe producties. „Dit zijn de oogstjaren van de publieke omroep. Dat zie je aan al die prachtige nieuwe programma's. De omroepen zijn heel scherp. En de programmamakers ook.”

Toch loopt de spanning op in Hilversum. Minister Van Bijsterveldt (Media, CDA) heeft de ledenomroepen een harde deadline gesteld. Voor 15 november moet zij van hen een fusieplan hebben ontvangen, anders drukt zij haar eigen hervorming van de publieke omroep door. Dan blijven er helemaal geen zelfstandige omroepen over, maar moeten alle omroepverenigingen fuseren. Einde VPRO, dus.

Het ultimatum van Van Bijsterveldt hangt boven het Mediapark. De minister dwingt fusies af als u er niet samen uitkomt. Gaat dat lukken?

Van der Meulen: „De omroepen overleggen dezer dagen met de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Uitgangspunt bij die gesprekken is ons plan van mei: zes omroepen fuseren – TROS/AVRO, KRO/NCRV en VARA/BNN – en drie blijven alleen, VPRO, EO en MAX. Waar het nu om gaat zijn de financiële verhoudingen tussen gefuseerde omroepen, ook onderling, en de zelfstandigen.”

Daar waren de omroepen toch al uit?

„Dat is allemaal in de war geschopt door de Mediabrief van de minister in juni. Zij stelt het aantal leden centraal, terwijl er ook andere manieren zijn om de representativiteit van omroepverenigingen te meten.

„Het ledencriterium maakt de verschillen tussen de fusie-omroepen enorm groot. AVRO en TROS zouden samen 90 miljoen euro krijgen op basis van hun ledenaantallen, VARA en BNN maar 72 miljoen. In ons plan gingen we juist uit van min of meer gelijke budgetten voor de fusieomroepen en vergelijkbare budgetten voor de stand-alone-omroepen.”

Het aantal leden wordt allesbepalend.

„Dat is een heel vreemde situatie. Enerzijds moeten wij meer samenwerken en toewerken naar een fusie. Anderzijds moeten wij ons juist meer profileren, afzetten ten opzichte van elkaar, om meer leden te werven. Nu fusies aankondigen en dan leden gaan tellen is een vreemde stap.”

Bij de programmapresentatie zei u dat u het ledencriterium als onruststoker wil uitschakelen. Geen acties, geen dure campagnes. Valt daarover te praten met de minister, denkt u?

„In principe is met dit kabinet niet te praten. Alleen als de omroepen samen met een goed voorstel komen, blijven we in gesprek met het kabinet. Als je 200 miljoen euro moet bezuinigen heb je het niet meer in eigen hand.”

U benadrukte ook het belang van samenwerking tussen de VPRO en andere omroepen. HUMAN trekt zelfs bij u in. Toch blijft de VPRO het liefst zelfstandig. Is dat logisch?

„De VPRO werkt het liefst vanuit een eigen en zelfstandige positie. Wij zijn groot voorstander van een bestel met drie fusieomroepen met een algemene opdracht voor een groot publiek en drie zelfstandige omroepen, waaronder de VPRO, met een meer specifieke missie en doelgroep.”

Bent u bereid om geld in te leveren?

„Voor die zelfstandigheid willen wij concessies doen. Verder specialiseren, ons nog preciezer op onze doelgroep richten, desnoods wat minder aanspraak maken op OCW-budget. Wij willen ons inzetten voor typische publieke programmering.”

Waarin onderscheidt de VPRO zich van andere omroepen? Kijkers zien het verschil niet meer, bleek onlangs uit een hilarisch filmpje tijdens het Nationaal Omroepcongres. ‘Jeroen Pauw? Die is toch van de PvdA’, zei een geïnterviewde.

„Veel omroepen brengen alleen geformateerde televisie. Spelletjes, talkshows. De VPRO daarentegen wil televisie gebruiken om verhalen te vertellen die niet per se geformateerd zijn voor tv. Maar dat kan ook op een digitale manier. Daarom is de VPRO ook zo’n fel tegenstander van de beperkingen die de minister oplegt aan activiteiten op internet bij de publieke omroep.

„Een tijdlang wisten wij niet hoe we dergelijke verhalen op een aantrekkelijke wijze moesten vertellen, maar we hebben nu de manier gevonden. Kijk naar Adriaan van Dis in Afrika of de reisprogramma’s van Jelle Brandt Corstius en Bram Vermeulen. Wij weten nu nadrukkelijk het publiek bij onze uitzendingen te betrekken. Vroeger maakten we soms programma’s alleen voor de grachtengordel en de vrienden van de makers, maar dat is niet meer het geval.”

    • Jan Benjamin