'Toen ik het podium opliep, hoorde ik mijn eigen voetstap'

Wat hebben rockbands in het theater te zoeken? Nou, ze willen wel eens iets anders. Bovendien is het lucratief en zijn ze op tijd thuis. Al valt dat laatste soms tegen.

Yaël Vinckx

Ka-doek. Ka-doek. Ka-doek doet de hartmeter. Een onheilspellende stilte klinkt, gevolgd door een lage fluittoon die het definitieve einde inluidt. Op de achterwand verschijnt een tekst: Till death do us part. Vijf mannen, lijkend op doodgravers in hun zwarte pak en met hun neergeslagen blik, lopen het podium op.

Rockband Moke staat voor het eerst in het theater. Echt vrolijk is dat niet. Onder het alomvattende thema ‘dood’ spelen ze andermans nummers, die meestal over verderf en verlies gaan.

Ze zijn niet de enige rockband die zich waagt aan een theatertournee. Twee weken geleden ging de voorstelling van de Haagse rockband Kane in première, No Surrender Part II; in december volgt de eveneens Haagse rockformatie Di-Rect. Je vraagt je af wat rockartiesten te zoeken hebben in het theater, tussen kleerhangers, pluche stoelen en kopjes koffie in.

„We wilden eens iets anders”, antwoordt gitarist Phil Tilli van Moke, daags na de première in de Rijswijkse schouwburg. „We wilden de verstilde kant van de band eens uitlichten.” Daarnaast spookte het thema dood al een tijdje door hun hoofden. „Dus toen Felix [zanger van de band, red.] mij belde om te vertellen dat zijn oom Moke, naamgever van de band, was overleden, dacht ik direct: nu weet ik wel wat het thema van de voorstelling gaat worden.”

Ook gitarist Dennis van Leeuwen van Kane zegt: „We wilden eens iets anders.” De gang naar het theater maakte de Haagse rockformatie uit „pure nieuwsgierigheid”. Van Leeuwen: „Iedereen had het over theateroptredens. We waren wel benieuwd.”

Di-Rect gaat zelfs direct met hun nieuwe album, dat eind oktober uitkomt, het theater in. De liedjes op de nieuwe plaat zijn vooral „filmisch”, aldus zanger Marcel Veenendaal. „Er is veel ruimte voor instrumenten, voor sound effects. De plaat draagt daardoor een sfeer waarvan we denken dat die goed tot uiting komt in het theater.” Bovendien deed de band amper een jaar geleden nog een forse clubtour, „en dan ben je ook niet overal zo snel weer welkom”.

Maar makkelijk gaat het de rockmuzikanten niet altijd af. Van Leeuwen omschrijft de eerste voorstellingen van Kane in het theater, vorig jaar tijdens No Surrender Part I, als een schok. „Toen we het podium opliepen, hoorden we onze eigen voetstappen. Had ik nog nooit meegemaakt.” Er waren meer zaken die de band in eerste instantie verontrustten. „Het publiek dat zit, de stilte die klinkt, de droge sound: we moesten wel wennen.” Maar, zegt hij ook, gaandeweg ging het beter. „Achteraf gezien zijn die optredens een soort trainingskamp voor Kane geweest.”

Moke-gitarist Tilli omschrijft zijn eerste optreden in theater als vreemd. „Mijn jarenlange bakens op het podium – versterker in de rug, bas naast me, drummer achter me, zanger op ooghoogte – ontbreken. Het enige bekende is de gitaar om mijn nek.”

Lastig blijkt het ook. Want een set in het theater heeft een andere dynamiek dan op het poppodium. Tijdens de première in Rijswijk wreekt zich dat, in het deel voor de pauze. Moke’s vertolkingen van The Blue Nile’s Tinseltown in the rain en U2’s bijna vergeten October parelen, maar gaandeweg begint het eenduidige tempo te vervelen.

In de tweede helft wordt het tempo gelukkig opgevoerd, en dan klinkt Moke meer als ... nou ja, als Moke. Toch had de band niet met deze voorstelling langs de popzalen kunnen toeren, menen ze. „Neem alleen al het decor. Er zijn weinig poppodia in Nederland waar je een projectie over zoveel meter in de breedte kunt doen.”

Er is nog een reden waarom rockbands het theater intrekken. Zo kunnen ze hun muziek ‘uitsmeren’ over meerdere podia. Dat loont. Want kijk naar Kane. In 2009 brachten ze het album No Surrender uit; begin 2010 trokken ze met die plaat langs de popzalen. Eind 2010 speelden ze een akoestische versie in de theaters, en nu doen ze dat nog eens, al spelen ze deze keer onder meer ook songs van hun nieuw te verschijnen album.

„We creëren verschillende podia voor onze muziek”, zegt Van Leeuwen. En hoewel hij zich niet over gages wil uitlaten, zegt hij toch: „Natuurlijk, als hoofdact op een festival verdienen we meer dan met een optreden in een theater. Maar treed je dertig keer in het theater op, dan wordt het toch leuk.”

Bijkomend voordeel is dat de rockartiesten ook eens op tijd thuis zijn – al gaat dat ook niet altijd op. Phil Tilli: „In het theater werken we met een kleinere crew, en dat betekent dat we zelf moeten opbouwen en afbreken. We waren ’s ochtends om elf uur in Rijswijk en ’s nachts om half drie weer thuis. Ik wil maar zeggen: we gaan heus niet een paar maanden achterover leunen in het theater!”

Meer inlichtingen over de theatertournees op www.mokemusic.com; www.kane.nl en www.di-rect.com