Rubens bouwde stadspaleis voor zichzelf

Palazzo Rubens; de meester als architect. Rubenshuis, Antwerpen. T/m 11/12. Cat.: 178 blz., € 34,95. Inl.: 0032 32011555 of www.palazzorubens.be. ***

De heldenstatus die de Vlaamse schilder Peter Paul Rubens (1577-1640) zich al tijdens zijn leven verwierf, laat zich aflezen aan het uiterlijk van zijn huis. In 1608 was de kunstenaar, na een achtjarig verblijf in Italië, teruggekeerd in zijn geboorteplaats Antwerpen. Hij was toen begin dertig en stond aan het begin van schitterende carrière van zakenman, diplomaat, maar vooral schilder.

In korte tijd vestigde hij in Antwerpen een omvangrijk atelier waaruit een schier onafzienbare stroom portretten, altaarstukken en historiestukken voortkwam. In 1610 kon hij zich niet alleen de aankoop van een riant huis aan de Wapper veroorloven, maar ook de ingrijpende verbouwing van het pand, naar eigen ontwerp, tot een classicistisch stadspaleis dat toen in de Nederlanden zijn weerga nauwelijks kende.

Een kleine tentoonstelling van zo’n zestig tekeningen, prenten en schilderijen ín dat huis (nu museum Rubenshuis) illustreert deze altijd wat onderbelicht gebleven kant van zijn veelzijdige artistieke activiteit. Veel is er dan ook niet bekend over Rubens als architect. Dat hij zich interesseerde voor de materie wordt duidelijk uit bijvoorbeeld Palazzi di Genova (1622), een boek vol prenten van opstanden, plattegronden en doorsneden van renaissancevilla’s en -paleizen in Genua. En in Antwerpen ontwierp Rubens de versieringen voor de blijde intocht van aartshertog Ferdinand van Oostenrijk: grote, in hout uitgevoerde en rijk gedecoreerde triomfbogen, arcades en theaters. Na afloop van de festiviteiten werden de bouwsels weer afgebroken en nu rest alleen een fraaie publicatie uit 1642 met prenten naar Rubens’ ontwerpen.

Afgezien van de jezuïetenkerk in Antwerpen waar Rubens onderdelen van heeft ontworpen, is zijn eigen huis het enige tastbare gebouw naar zijn ontwerp. Direct valt op hoezeer hij in zijn ontwerp beïnvloed is geweest door de architectonische tradities van de Klassieke Oudheid en de Renaissance die hij in Italië had leren kennen.

Een van de opzienbarendste ruimtes in het huis moet de halfronde, overwelfde kamer zijn geweest waar Rubens zijn antieke beelden en fragmenten bewaarde en die tijdgenoten deed denken aan het Romeinse Pantheon. Het uiterlijk van het gebouw is volgens de klassieke regels op een regelmatige en uitgedachte manier geleed door zuilen- en pilasterorden, en voorzien van frontons, bogen, nissen, classicistisch ornament en andere decoratieve sculptuur.

Rubens had duidelijk goed gekeken naar zestiende-eeuwse stadspaleizen in Rome, Florence en Mantua. Vooral de vindingrijke en flexibele manier waarop bijvoorbeeld Michelangelo en Giulio Romano speelden met het standaardrepertoire van klassieke vormen en motieven zal Rubens hebben aangesproken. Zo heeft de middelste van de drie doorgangen in de veelgeroemde portiek die Rubens’ binnenhof scheidt van zijn tuin, geen doorlopende half cirkelvormige boog, maar een vijf keer geknikte, net zoals in Michelangelo’s beroemde stadspoort, de Porta Pia in Rome.

Wie zo vrij omgaat met de traditie moet de regels goed kennen. De expositie laat zien hoe goed Rubens op de hoogte was, aan de hand van tekeningen en exemplaren van de architectuurtheoretische boeken die hij bezat – van een uitgave van de klassieke teksten van Vitruvius, tot de modernste inzichten van de Italianen Andrea Palladio en Vincenzo Scamozzi. En Rubens zelf was ingenomen met het resultaat: zijn vrouw liet hij door zijn leerling Antonie van Dyck portretteren tegen de achtergrond van de portico. Dat laatste bouwdeel komt ook telkens weer terug in de catalogus, waarin onder meer wordt geschreven over de wijze waarop het huis en zijn decoraties op allerlei manieren verwijzen naar Rubens als geleerde kunstenaar in een klassieke traditie. Maar merkwaardig genoeg is het bewijs daarvan aan het huis niet steeds gemakkelijk af te lezen. Zo wordt de lichte balustrade bovenop de portico, kennelijk ter bescherming tegen weersinvloeden, aan het oog onttrokken door een moderne houten overkapping en is het bovenste deel van de wand bedekt met een soort visnet.