Protest na moord op Syrische Koerdenleider

De moord op een Koerdische oppositieleider in Syrië heeft zowel in Syrië zelf als in verscheidene Europese steden geleid tot felle protesten tegen het Syrische regime. In Qamishli, de hoofdstad van het Koerdische hartland in Syrië, gingen zaterdag naar schatting 50.000 mensen de straat op om oppositieleider Mishaal al-Tammo te begraven. Onder andere in Berlijn en Hamburg probeerden betogers respectievelijk de Syrische ambassade en een consulaat te bestormen.

De 53-jarige Tammo, woordvoerder van de liberale Koerdische Toekomstpartij en lid van het uitvoerend comité van de overkoepelende Syrische Nationale Raad, werd vrijdag doodgeschoten door gemaskerde mannen die binnendrongen in het appartement in Qamishli waar hij zich bevond. De moord werd direct toegeschreven aan de Syrische overheid, die met hard geweld probeert de aanhoudende demonstraties voor het aftreden van president Assad te onderdrukken. Maar sommige bronnen wezen erop dat er een machtsstrijd aan de gang was tussen Tammo en Koerdische rivalen.

De begrafenis ontwikkelde zich tot het grootste protest tegen het regime sinds de opstand in Syrië half maart begon. Koerden maken ongeveer 15 procent uit van de 23 miljoen inwoners en klagen over achterstelling. Assad gaf tienduizenden statenloze Koerden in april staatsburgerschap om een deel van hun grieven weg te nemen. Dat werd toen als volstrekt onvoldoende aangemerkt, maar Koerdische partijen hebben zich nog niet met hun volle gewicht achter de opstand geschaard. Dat heeft ook te maken met etnische tegenstellingen tussen Koerden en de Arabische meerderheid.

Behalve in Duitsland protesteerden ook in Genève, Londen, Wenen en Stockholm Koerdische ballingen bij Syrische vertegenwoordigingen tegen de moord op Tammo. Het Witte Huis riep Assad op „nu op te stappen”. Tegelijk vertrokken de Venezolaanse en Cubaanse ministers van Buitenlandse Zaken naar Damacus om Assad te steunen en „alle vormen van inmenging” in Syrië tegen te gaan. (Reuters, AP, AFP)