Op Ibiza met Marcello Lippi

Gisteren bracht ik op Ibiza de late lunch door op Sa Caleta, een strandtent die wat eenvoudiger te bereiken is dan Ses Boques die ik een paar dagen daarvoor had bezocht. En waar ik daar toen een bekende taal hoorde (Nederlands) zie ik nu een bekend gezicht (Italiaans).

Op de hoek van het terras zit Marcello Lippi, de voormalige bondscoach van het Squadra Azzura, het Italiaanse voetbalelftal. Hij is alleen, heeft net zijn maaltijd achter de kiezen en vertrekt niet veel later dan dat ik ‘m gespot heb. Op zich is zijn aanwezigheid niet zeer bijzonder. Ibiza wordt gefrequenteerd door profvoetballers uit alle grote competities en hun entourage.

Omdat de bediening op Sa Caleta het niet moet hebben van zijn snelheid (het Spaans kwartiertje duurt hier al snel een half uur) duurt het lang voor zijn tafel is afgeruimd. Ook de wijnkoeler met daarin een lege wijnfles wordt niet meteen afgevoerd. ‘Wat zou hij gedronken hebben?’, vraag ik mij af. Als vijf minuten later de restanten van Lippi’s lunch er nog staan, kan ik mij niet bedwingen. Ik sta op, wandel op de koeler af en pak de fles eruit. Een gevoel van teleurstelling dient zich aan: de succestrainer heeft een half flesje genuttigd van de allervoordeligste cava, te vinden in iedere supermarkt op het eiland.

Dat had al beter gekund als hij had gekozen voor een fles van een van de twee grootmachten, Codorníu en Freixenet. Eerstgenoemde tekende in 1872 voor Spanje’s eerste cava en Freixenet volgde in 1889. Van de huidige productie van één miljoen flessen per dag komt voor 85 procent op het conto van beide.Zoals het hoort hebben die twee ruzie met elkaar. Lollig, want in het dorpje San Sadurní d’Anoia (op vijfenveertig autominuten van Barcelona) zitten ze zo ongeveer op elkaars lip.

Waar gaat het dispuut eigenlijk over? De familie Raventós, die eigenaar is van Codorníu, predikt vooruitgang en gebruikt bijvoorbeeld chardonnay om hun cava meer kwaliteit, finesse en diepgang te geven. En juist daar bestaat fikse oppositie tegen, aangevoerd door het overigens inmiddels veel grotere Freixenet, die het liefst alles bij het oude houdt. Hier vindt men dat cava louter gemaakt mag worden van ‘eigen’ druiven xarel-lo, parellada en macabéo, met misschien een uitstapje naar monastrell.

Bij Codorníu halen ze daar echter weer hun schouders over op. De wijnmaker met wie ik onlangs een proeverij had, wenste niet eens de naam van de buurman volledig uit te spreken en heeft het over ‘the F-guys’. Voor de 2012- editie van De Grote Hamersma die inmiddels in de winkels ligt, heb ik recentelijk ook een groot deel van het F-assortiment op de proeftafel gehad. En om heel eerlijk te zijn: mijn voorkeur gaat naar de cava’s van Codorníu. Vooral een van hun rosado’s smaakte mij zeer. En dat is er eentje die de vijandelijkheden nog wat verder heeft aangewakkerd.

Het is een cava rosado brut, gemaakt van pinot noir. Vanzelfsprekend zet ook het gebruik van deze niet-autochtone druif bij Freixenet weer kwaad bloed. De waardering buiten de regio voor deze contemporaine succesformule ‘rosé-belletjes-pinot noir’ is echter groot. Tom Stevenson, schuimwijn-autoriteit, schrijft in in zijn World Encyclopedia of Champagne & Sparkling Wine: ‘Codorníu is again stirring up local feelings by using pinot noir, but I have to say that pure pinot experimental cuvées have been quite sensational!’ Jammer genoeg hebben ze ‘m bij Sa Caleta niet op de kaart staan. Maar in Nederland bij Albert Heijn overigens wel. Voor € 12,99.