Om de kwaliteit van het leven

In de eed die de meeste artsen in Nederland afleggen voordat zij hun bevoegdheid krijgen, verklaren ze: „Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen.” [..] „Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.”

De eed biedt specialisten en andere artsen de ruimte om hun patiënten niet uitentreuren door te behandelen. Daar kwam ook het pleidooi op neer van de geriater Joris Slaets van het Universitair Medisch Centrum Groningen, zaterdag in een vraaggesprek met deze krant.

Niet alleen mogelijk levensverlengende behandelingen moeten in het overleg tussen arts en patiënt een centraal aandachtspunt zijn, ook de kwaliteit van het leven hoort een belangrijk gespreksonderwerp te zijn. Kortweg: de afweging tussen een zware en langdurige oude dag of een prettiger, korter durend leven. Niet de medicus, niet de familieleden, maar de lijdende patiënt zou hierbij leidend moeten zijn, voor zover dat in zijn of haar vermogen ligt. Zo stel je het belang van de patiënt voorop. Met behulp van eerlijke en goede informatie.

In zijn praktijk ziet Slaets patiënten die op de spreekuren kwamen van nóg een handvol specialisten. Zoals een 82-jarige vrouw die zowel een nierspecialist, cardioloog, gynaecoloog, internist als psychiater frequenteerde. Maar op een betrekkelijk eenvoudige staaroperatie moest ze bij de oogarts maanden wachten, wat haar verhinderde om dat te doen waar ze nog plezier in heeft: lezen.

Het is geen onderwerp om te generaliseren. Veel specialisten maken de afweging tussen de zin van genezen versus niet-behandelen. In ziekenhuizen worden behandelingen soms gestaakt en gaat de morfinepomp wat verder open. Opdat de patiënt een waardige dood sterft.

De discussie stuit soms op taboes. Het lijkt fatsoenlijk en het is verleidelijk om te doen alsof geld geen rol speelt bij de vraag welke behandeling een patiënt moet krijgen en hoe lang. Maar de explosieve stijging van de kosten van de zorg, een proces dat nog jaren dreigt voort te gaan en gepaard gaat met jaarlijkse verhogingen van de ziektekostenpremies, brengt die vraag onvermijdelijk op tafel. Het ongemakkelijke dilemma dus of een operatie met een prijs van tienduizenden euro’s opweegt tegen de levensverlenging met twee maanden die er het resultaat van is.

Maar ook zonder deze financiële afwegingen is het debat dat geriater Slaets en anderen met enige regelmaat aanzwengelen, de moeite van het voeren waard. De natuurlijke attitude van artsen dat zij willen genezen spreekt vanzelf. Zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen – het staat in de eed. Net als het lijden verlichten en de eerbied voor de opvattingen van de patiënt. Een menswaardige slotfase, het bewerkstelligen van leven met een optimale kwaliteit, is óók een kwestie van goede zorg.