Nooit meer nerveus, met zo'n erelijst

De Ethiopiër Kenenisa Bekele leed zaterdag een zeldzame nederlaag bij de 4Mijl in Groningen. Zenuwachtig wordt de olympisch kampioen op de vijf en de tien kilometer er niet van.

Kenenisa Bekele glimlachte vrijdag met een mysterieuze vanzelfsprekendheid. Zoals alleen hij dat kan. Het was zijn non-verbale antwoord op de vraag vooraf of hij twee dagen later ’s werelds beste tijd op de 4Mijl zou verbeteren.

In normale doen is de Ethiopische langeafstandsloper over afstanden tussen de vijf en tien kilometer onverslaanbaar. Maar daar zat ’m zijn twijfel. De atleet van drie olympische en elf wereldtitels is de laatste tijd niet in goeden doen. Daarom beleefde ‘Groningen’ gisteren een wondertje: Bekele werd tweede, achter de Keniaan Vincent Yator.

Natuurlijk doet een nederlaag pijn als je gewend bent om te winnen. Zeker bij de eerzuchtige Bekele. Maar verbindt tegenover hem een minder resultaat niet aan reputatieschade. Dan zijn dodelijke blikken en een verbale schrobbering je deel. „Wat moet ik nog bewijzen”, dient Bekele je dan retorisch van repliek. „Ik ben meervoudig olympisch en wereldkampioen en wereldrecordhouder op de vijf en tien kilometer. Ik ben nu al een legende op die afstanden. Ik ben niet langer nerveus, omdat ik mijn doelen heb bereikt.”

Bekele kent geen sportieve vrees meer. Als atleet is hij voor niemand bang. De 29-jarige Ethiopiër zegt innerlijke rust te hebben, omdat hij alles wat hij wilde winnen heeft gewonnen. Een tikje grimmig: „Het zal moeilijk zijn mijn erelijst te overtreffen; dat is voor anderen als het beklimmen van een hoge berg.”

De atleet heeft zijn trots. Bekele kan er ook slecht tegen dat de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt een wereldster is – en hij niet. Als Bekele erover praat proef je zijn laatdunkendheid voor afstanden van 100 en 200 meter. In vergelijking met de vijf en tien kilometer stellen die niets voor, wil hij maar zeggen. En in absolute zin heeft hij nog gelijk ook.

Maar de sprintnummers winnen het in uitstraling van de lange afstanden. En dat voelt Bekele als een onrechtvaardigheid. „Bolt mag roepen dat hij een legende wil worden, ik ben het al. Hij is nog maar drie jaar succesvol, ik al acht jaar.”

Bolt moet een beetje inbinden nadat hij heeft geweigerd tegen hem te lopen, vindt Bekele. Zijn manager Jos Hermens had drie jaar geleden, na de WK in Berlijn, Bolt voorgesteld een duel der kampioenen over 600 meter te organiseren. Bolt versus Bekele, dat zou sportief en commercieel interessant zijn geweest, meenden Bekele en Hermens. Maar Bolt weigerde. Tot frustratie van Bekele.

Terwijl Bolt op Jamaica aan het uitbollen is na een zwaar seizoen, is Bekele de voorbereiding op de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen al begonnen. Waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de Ethiopiër wel moet, wil hij zijn titels op de vijf en tien kilometer prolongeren. Hij is er als gevolg van blessures bijna drie jaar uit geweest en heeft tot Londen 2012 veel competitie nodig. Want de concurrentie heeft niet stilgezeten. Met name de Brit Mo Farah ontwikkelde zich tot een gevaarlijke concurrent van Bekele.

Zijn aanwezigheid in Groningen moet in het kader van zijn olympische voorbereiding worden gezien. Bij normale omstandigheden had hij er niet gelopen. Het goede aan zijn nederlaag in de 4Mijl – een afstand die Bekele voor het eerst liep – was de wake-upcall. Een kleine weliswaar, omdat het een incourante afstand betrof, maar toch.

Het was zijn tweede nederlaag binnen zes weken, want bij de wereldkampioenschappen in Daegu viel Bekele op de tien kilometer uit. Hijzelf ervoer dat overigens niet als een nederlaag. Bekele: „Omdat ik in Daegu niet ben gefinisht, kun je niet zeggen dat ik verloren heb. Bovendien was het verklaarbaar, want ik was nog niet voldoende hersteld van mijn blessures. Ik zat hooguit op zestig procent van topvorm. Dat ik desondanks van start ben gegaan had te maken met eerzucht. Ik wilde mijn titel niet verliezen. Ik wilde het proberen om mezelf achteraf niets te verwijten. Nee, ik heb er geen spijt van. Het ging gewoon niet.”

Bekele zag ook in Daegu dat de Brit Mo Farah op de vijf en zijn landgenoot Ibrahim Jeilan op de tien kilometer er een slotronde van 51 seconden uitpersten. Heeft hij niet langer patent op dat wapen? „Dat ligt aan de opbouw van de race”, repliceerde Bekele. „Zij liepen na een langzame race 51 seconden. Maar bij een snelle race kan niemand een slotronde van 51 seconden lopen.”

Bekele uitgezonderd? Zijn glimlach is veelzeggend.

Het mag even wat tegenzitten, voor Bekele is dat geen reden voorzichtig aan een afscheid of een carrièrewending te denken. Hij wil doorgaan zo lang zijn lichaam dat toestaat en aan een switch naar bijvoorbeeld de marathon denkt hij vooralsnog niet. En daar heeft Bekele zijn reden voor: „Marathonlopers hebben maar een korte carrière. Misschien dat ik overstap na mijn 35ste. Maar daar kan ik nu geen zinnig woord over zeggen. Dat zien we dan wel. Voorlopig richt ik me op de vijf en de tien kilometer. En op die afstanden wil ik nog zo veel mogelijk winnen. Dat is mijn doel.”