Nog twee seconden

Iedereen lijkt wel somberman geworden. Of sombervrouw.

Net toen ik besloten had me blijmoedig op de zondag te storten, hoorde ik hoogleraar financiële economie Sylvester Eijffinger in het tv-programma Buitenhof zeggen: „Het is twee seconden voor twaalf.”

Seconden! Ik keek mijn vrouw vertwijfeld aan: moesten we al afscheid nemen? Eigenlijk wel, begreep ik van Eijffinger, want men wilde niet naar hem luisteren: „al drie kwart jaar geleden” had hij gewaarschuwd dat het Europees noodfonds opgehoogd moest worden, omdat we anders kapot zouden gaan aan speculatieve aanvallen van hedgefondsen.

Wat doe je als je nog maar twee seconden hebt?

Had het nog zin om naar de Rode Hoed te gaan, waar Hans Goslinga, de politieke columnist van Trouw, zou discussiëren met Arend Jan Boekestijn, ex-Tweede Kamerlid van de VVD en columnist van Elsevier? Goslinga lees ik graag, een voortreffelijke politieke beschouwer. Zo’n man kun je toch niet in de steek laten omdat het volgens Eijffinger bijna helemaal afgelopen is?

Bij de ingang van de zaal krijgen we Goslinga’s pas uitgekomen essayboekje De angst voor het vreemde bedreigt onze vrijheid cadeau. In Europa en inmiddels ook de Verenigde Staten zijn we te benauwd geworden voor de vreemdeling, betoogt Goslinga in zijn essay. „Het emigratiecontinent Europa is een immigratiecontinent geworden, wat tot een defensieve houding heeft geleid, met ook aan deze kant van de oceaan, nauwelijks verborgen in de schaduw, de oude Adam van het racisme.”

Ook een sombere boodschap, maar in de discussie blijkt Goslinga meer optimist dan Boekestijn. Geen wonder, want Boekestijn heeft ook naar Buitenhof gekeken, hij zegt het zelf: „Ik ben een somberman, zeker nu ik naar Buitenhof heb gekeken.” Boekestijn lijkt nergens meer in te geloven. Hij vindt het „verschrikkelijk” wat er in Amerika gebeurt. „Die Tea Party en haar aanhangers, allemaal rattenvangers van Hamelen.” Wilders? „Iets verschrikkelijks!” De kopvoddentaks? „Walgelijk!”

Maar de islam vertrouwt hij ook niet. Hij wil best beamen dat hij nu prima moslima’s in de collegebanken heeft, maar verder zijn er nog zoveel schaduwzijden aan de islam: de homohaat, het antisemitisme, de Holocaust-ontkenning. Hij herhaalt ze zo vaak dat er ergernis in de zaal ontstaat. Oud-minister Ella Vogelaar, gezeten naast SER-voorzitter Rinnooy Kan, roept dat ze tegenwoordig met moslimmoeders van de eerste generatie openlijk over homoseksualiteit kan praten.

Goslinga blijft erop wijzen dat we ons niet te veel angst moeten laten aanpraten. Hij is net in Istanbul geweest en getroffen door de vitaliteit die er heerste. Het is er in democratisch opzicht nog niet pluis, maar we moeten dat land een serieuze kans geven, vindt hij.

Boekestijn krijgt van de weeromstuit een positieve ingeving: „Mijn voorstel: kunnen we niet een brug bouwen? Links praat over de schaduwzijden van de islam, rechts houdt op met die vreselijke hetze tegen de islam.”

Zo eindigt de middag zowel optimistisch als pessimistisch.

Het enige onversneden optimisme van de dag zie ik pas ’s avonds laat in een tv-programma van Paul Rosenmöller over de situatie aan de Amerikaans-Mexicaanse grens. Hij praat met drie Mexicanen die illegaal de grens oversteken. Ze zijn hongerig en dorstig en ze moeten dagen door de hete woestijn lopen, maar ze hopen nog altijd op een goed bestaan, al is het in een land dat hen niet wil hebben.