Jongeren bang voor pensioen

Elke tijd heeft zijn eigen generatiestrijd. De komende jaren zal de vergrijzing van de kinderen van de naoorlogse geboortegolf omgeven zijn met politieke, economische en culturele tegenstellingen. Drie ‘vergrijzingsonderwerpen’ staan nu al hoog op de politieke en de sociaal-economische agenda’s: de gezondheidszorg, de AOW-leeftijd en de pensioenen van werknemers, het zogeheten pensioenakkoord.

Minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) heeft dat akkoord van werkgevers, vakbeweging en kabinet ruim drie weken geleden met enige concessies aan oppositiepartij PvdA door de Tweede Kamer geloodst. Maar een coalitie van politieke jongerenorganisaties, inclusief die van Kamps eigen VVD, heeft afgelopen zaterdag actie aangekondigd. Zij zijn bijeengebracht door ‘jongerenvakbond’ AVV, Alternatief voor Vakbond. De naam van hun website is veelzeggend: pensioen-opstand.nl.

Het is een stimulerende ontwikkeling dat jongeren zich bemoeien met pensioenen. De kennis van pensioenen bij werknemers is gering, wijzen onderzoeken steeds uit, terwijl het financiële belang ervan voor iedereen juist groot is. Het is een vuistregel dat mensen pas belangstelling krijgen voor het onderwerp als zij de 40 zijn gepasseerd.

Minister Kamp heeft de jongerenorganisaties uitgenodigd voor een gesprek. Een terechte actie. Het is de kracht van het Nederlandse pensioensysteem, waarin 800 miljard euro is samengebracht, dat de vakbeweging een stabiele medebestuurder is gebleken bij de pensioenen. Maar dat is ook de zwakte, omdat de vakbonden steeds minder representatief zijn voor de Nederlandse werknemers én ook een belangrijk deel van de gepensioneerden niet vertegenwoordigen.

Hebben de jongeren gelijk met hun zorgen dat straks „weinig tot niets overblijft” van de pensioengelden? Nee. Over cruciale praktische elementen in het pensioenakkoord, zoals de verdeling van beleggingswinsten en -verliezen, moeten kabinet, De Nederlandsche Bank en individuele pensioenfondsen nog beslissingen nemen. Wat dat betreft komen de jongeren tijdig met hun interventies.

Pensioenen zijn de afgelopen jaren door beursmalaise en de trend naar langer leven minder zeker geworden. Maar dat is iets anders dan complete onzekerheid, waarin weinig tot niets overblijft, zoals de jongerenorganisaties poneren. De angst daarvoor ademt een ongekend defaitisme. De huizen- en schuldencrisis zijn mogelijk een voedingsbodem voor deze zorgen, maar waarom zou adequaat beleid dat niet overwinnen? De jongeren overschatten de status-quo en onderschatten hun eigen inventiviteit en macht om de toekomst naar hun hand te zetten.