Italianen dromen van een tijd zonder bunga bunga

Steeds meer Italianen vrezen dat hun land zal vergaan als Berlusconi en de zijnen blijven regeren.

„Laten we de woorden hun waardigheid teruggeven.”

Intellectuelen, juristen, schrijvers en journalisten verzamelen zich zaterdag in Milaan onder de Triomfboog van de Vrede. Niet alleen om hun verontwaardiging te uiten over het bunga bunga-gedrag van premier Silvio Berlusconi, de corruptie en de maffiarelaties van zijn partijgenoten. Ze willen nadenken over het tijdperk ná Berlusconi, onder het motto ‘Laten we Italië weer aan elkaar naaien’. De oogst van de dag: een rieten mand vol repen stof met daarop wensen voor de toekomst. De stukken zullen deze week aan elkaar worden gezet tot een ‘deken van rechten’.

De initiatiefnemer van het protest is niet zomaar iemand, maar de oud-opperrechter Gustavo Zagrabelski. Volgens hem is Italië verscheurd. Jong en oud, vrouw en man, politiek en volk, noord en zuid, rijk en arm – de banden daartussen zijn na twintig jaar ‘Berlusconisme’ verbroken. „Ze sussen ons in slaap met bunga bunga, zodat we niet over echte problemen praten”, houdt hij de – volgens de organisatoren – twintigduizend aanwezigen voor.

Naast verontwaardiging is er ook plaats voor humor. Nobelprijswinnaar voor de Literatuur Dario Fo voert met uitbundige gebaren en gorgelende geluiden een toneelstukje op over de val van Berlusconi. De premier is al gevlucht, zijn gouden standbeeld verbrokkelt en zijn partijgenoten proberen het krampachtig overeind te houden, omdat ze heel goed weten dat ook zij „in de stront zullen zakken”. Fo sluit af met een oproep. „We moeten ons samen inzetten: discussiëren in het algemeen belang.”

De al jaren in Italië wonende Britse historicus en burgeractivist Paul Ginsborg waarschuwt. Voor te veel optimisme. Het tijdperk Berlusconi is nog niet voorbij. „Wie dat nu al denkt, is onvoorzichtig. Berlusconi is al vaak onderschat door de media. Het is er een die tot het bittere eind door vecht om te voorkomen dat hij de gevangenis in draait.”

Volgens Ginsborg zijn er twee manieren om van dit „regime” verlost te worden. Of het wordt van bovenaf via een paleisrevolutie geregeld met als risico dat de politici het Berlusconisme met een ander gezicht voortzetten. „Of het gebeurt met een aanval van onderop. Met een milde, niet gewelddadige revolutie.” De grote vraag is inderdaad of de groeiende onvrede in Italië over regering, economie en schaamteloze corruptie hiertoe zal leiden. De trits recente demonstraties tegen Berlusconi zijn georganiseerd door groepen die onderling verdeeld zijn of nauwelijks contact onderhouden.

In Milaan gaan ze deze week alvast de verzamelde repen stof aan elkaar zetten. Daarbij ook de wens ‘Recht op geluk’ van Roberto Saviano, de schrijver die permanent onder politiebewaking staat sinds hij de roman Gomorra, een aanklacht tegen de Napolitaanse maffia, schreef. Zijn reep zal worden verenigd met die van de vijftienjarige Camilla Moscatelli: ‘De jongeren moeten de revolutie maken.’ En met de uitroep: ‘Waardigheid! Laten we de woorden weer hun waarheid teruggeven.’ De meest gehoorde wens: ‘Laten we na deze schandalige vertoning van het tijdperk Berlusconi aan het buitenland zien wat het echte Italië is.’ Op een spandoek staat: ‘Bunga bunga, het feest is voorbij. Allemaal naar huis.’

Silvio Berlusconi zelf is zaterdag niet aanwezig in zijn thuisstad Milaan. Hij bezoekt die dag zijn grote vriend Vladimir Poetin, voor diens 59ste verjaardag. Volgens de demonstranten om wat uit te rusten van alle stress en zich te laten fêteren door ‘Poetin’s Army’. Op de Italiaanse krantensites circuleren filmpjes van deze schaars geklede en kortgerokt meisjes die van onder gefilmd een slagroomrijke verjaardagstaart voor Poetin prepareren. In Italië zijn ze er van overtuigd dat de Russische en Italiaanse premier de taart, samen met de meisjes, tot zich hebben genomen.