Het woord corruptie gebruiken we bewust niet

De cultuur van patronage en afhankelijkheid op Curaçao is het afgelopen jaar alleen maar sterker geworden, zegt Paul Rosenmöller. Dat valt niet in goede aarde op het eiland.

Paul Rosenmöller moet worden gearresteerd als blijkt dat hij op illegale wijze aan vertrouwelijke informatie is gekomen. Dat zei Helmin Wiels, leider van de Curaçaose regeringspartij Pueblo Soberano, afgelopen vrijdag.

Een commissie onder voorzitterschap van Rosenmöller bracht op 30 september een rapport uit, gedeeltelijk gebaseerd op vertrouwelijke informatie, waarin zware kritiek wordt geuit op de bestuurscultuur op Curaçao. Die harde woorden zijn niet bij iedereen in goede aarde gevallen.

Volgens de voormalige leider van GroenLinks is de cultuur van patronage en afhankelijkheid, die altijd al op het eiland bestond, alleen maar sterker geworden sinds 10 oktober vorig jaar, toen Curaçao een apart land werd binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het is onwaarschijnlijk, denkt Rosenmöller, dat alle ministers van de huidige regering zouden zijn benoemd als er van tevoren een adequate screening door de veiligheidsdiensten was gedaan.

Wat is uw reactie op de irritatie die uw rapport op Curaçao heeft opgeroepen?

„Ik heb begrepen dat Wiels van plan is aangifte te doen. Dat is zijn goed recht. Inhoudelijk kan ik verder niet op de zaak ingaan. Het rapport heeft in ieder geval geleid tot een levendige discussie, dat kunnen we wel concluderen. De commissie staat daar verder buiten.”

Uw onderzoek gebeurde mede op aandringen van minister-president Gerrit Schotte van de regering van Curaçao. Hij weigerde uiteindelijk zelf mee te werken. Hoe verklaart u dat?

„Hij heeft zich vergist in het politieke draagvlak voor dit onderzoek. Er bestond binnen zijn kabinet kennelijk te veel weerstand. Merkwaardig is het wel. Schotte wist wat er onderzocht zou gaan worden en wie dat zouden gaan doen.”

U heeft met veel mensen van buiten de politiek gesproken. Waarover maken zij zich zorgen?

„Dat de politici zoveel te zeggen hebben over nutssectoren, zoals energie, het bankwezen en de haven. Er zijn op Curaçao prima regels over corporate governance, maar die worden niet nageleefd.

„Het woord corruptie gebruiken we heel bewust niet in ons rapport, maar de huidige situatie kan niet op haar beloop worden gelaten. Mensen spraken ons zelfs op straat aan om hun zorgen hierover te uiten.”

U pleit voor de instelling van een commissie van wijzen die integriteitsproblemen op het eiland moet oplossen. Heeft zo’n commissie kans van slagen?

„Het is nu echt aan de mensen op Curaçao om dit probleem op te lossen. Daar moeten ze zich maximaal voor inspannen. Ik vind wel dat Nederland in het uiterste geval moet ingrijpen, als het ter plekke niet lukt een integer openbaar bestuur in te richten. Het gaat economisch niet goed met het eiland. Het laatste wat je dan kan hebben is een politiek systeem waarbij twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van bestuurders.

„Toen Curaçao vorig jaar een andere status kreeg binnen het koninkrijk, zijn veel schulden kwijtgescholden. Bestuurders dienen zich te realiseren dat het dragen van eigen verantwoordelijkheid niet alleen bestaat uit het incasseren van dit soort lusten. Er zijn ook lasten. Ik hoop dat men op Curaçao nu zijn verantwoordelijkheid neemt. Het zou een blamage zijn voor de plaatselijke politici als het koninkrijk zou moeten ingrijpen.”

    • Bart Funnekotter