Herman Gilis redt 'Handelsreiziger'

Dood van een handelsreiziger van Arthur Miller door het Ro. Regie: Alize Zandwijk. Inl. rotheater.nl ***

Eigenlijk is er een heleboel dat niet klopt aan Alize Zandwijks enscenering van Dood van een handelsreiziger. Zij situeert Arthur Millers beroemde stuk (1949) over loser Willy Loman die bezwijkt onder zelfbedrog, in een decor als een kindertekening. De familie Loman bewoont een verkreukeld papieren huisje – een verwijzing naar de naïeve illusies die hier heersen? Stoelen zijn uitvergrote punaises. Voorts spelen ballonnen een opdringerige rol, die staan vast voor de luchtbel die moet worden doorgeprikt, maar het is allemaal volgens een wel erg eenvoudige Sesamstraat-logica.

Zandwijk laat Hannah van Lunteren een reeks bijrollen spelen in een karikaturale stijl die lelijk vloekt met de rest. Zij verkleedt zich op toneel: kijk! werkelijkheid en fictie lopen door elkaar! Die boodschap herhaalt Zandwijk in de kostuums, en in het inkijkje dat zij biedt in de coulissen. Zo stapelt ze beeld op beeld op beeld. De inhoud bezwijkt er bijkans onder.

Wel mooi is haar nadruk op de vernietigende kracht van dromen, onder meer met de prachtige liedjes van Maartje Teussink. Zo toont zij hoe zelfbedrog en romantische projectie een kans op reëel geluk in de weg kunnen staan. Vrijwel iedereen idealiseert hier een ander, ontneemt die de kans kritisch naar zichzelf te kijken en stort hem of haar zo regelrecht in het verderf, goede bedoelingen ten spijt.

Willy (Herman Gilis) vereert zijn zoon Biff (Gijs Naber), waardoor die nergens voor wil deugen. Echtgenote Linda (Jacqueline Blom) idealiseert haar man zozeer, dat het hem ervan weerhoudt het roer echt om te gooien. En dan is er nog zijn zelfbedrog: hij laat de kans op een betere baan aan zich voorbijgaan. Toegeven dat hij in de huidige is mislukt, kan hij niet.

Hoe hardnekkig hoop kan zijn, blijkt in een hartverscheurende scène tussen Gilis en Naber. Naber worstelt als Biff prachtig met enerzijds de behoefte zijn vader niet teleur te stellen, en hem anderzijds eens goed de waarheid te vertellen, en zichzelf zo te bevrijden van de last van vaders verwachting.

Gilis als de koppige vader is een sensatie; de grootste attractie van dit stuk. Hij weet met elk gebaar en elke zin de tragiek van Loman te raken. In zijn blik, die nog verwachtingsvol staat, is ook de teleurstelling al zichtbaar. Ook het snelle schakelen tussen hoop en weemoed, en het verdriet dat onmiskenbaar in zijn houding sluipt, komt aan. Hij is agressief als hij de desillusie bestrijdt, tegen beter weten in. En als alles toch nog even goed lijkt te komen, barst hij bijna uit elkaar van blijde opluchting. Gilis is ontroerend, onuitstaanbaar, hilarisch en hartverscheurend, en maakt deze malle voorstelling alsnog de moeite waard.