Hartstikke luxe man, bij Marokko

Pim Verbeek werft als coach van Marokkaanse jeugdteams jonge voetballers met een dubbele nationaliteit.

Marokko kan het talent uit Europa goed gebruiken.

In vier talen schallen de aanwijzingen over het ietwat verdorde voetbalveld aan de rand van de Marokkaanse stad Tanger. Tijdens de training van de nationale jeugdselectie van Marokko is goed te horen dat de meeste spelers zijn geboren in Europa. „Stay outside Yassine, in het midden blijven Soufiane”, roept Pim Verbeek, de Nederlandse coach van het team. Pression, pression, waarschuwt hij daarna in het Frans. Voor aanwijzingen in het Arabisch heeft Verbeek hulp nodig: „Ali, zeg eens dat hij naar de buitenkant moet!”

Pim Verbeek, oud-trainer van onder meer Feyenoord en de nationale elftallen van Zuid-Korea en Australië, is sinds de zomer van 2010 verantwoordelijk voor de nationale jeugdteams van Marokko. Bij zijn aantreden verkeerde het Marokkaanse voetbal al een tijdje in een crisis. De jeugdteams presteerden slecht, het nationale elftal had zich niet geplaatst voor de Afrika Cup en het wereldkampioenschap. Niet dat er geen voetballers met een Marokkaans paspoort op het WK speelden. Maar Ibrahim Afellay en Khalid Boulahrouz droegen het shirt van het Nederlands elftal.

Verbeek kreeg van de Marokkaanse voetbalbond de opdracht Europa in te trekken. In Nederland, België, Frankrijk, Spanje en Duitsland werft hij nu jonge voetballers met een dubbele nationaliteit voor Marokko, het land van hun ouders. Achttien van die overzeese internationals landden vorige week voor een trainingskamp in Tanger, de uit zijn voegen barstende havenstad die in Marokko geldt als de poort naar Europa. Door de opening van een nieuwe haven heeft de lokale economie de afgelopen paar jaar een flinke impuls gekregen. Overal in de stad ratelen de hijskranen en worden witte flats uit de grond gestampt. Tanger heeft ook een gloednieuw voetbalstadion, waarin het team van Verbeek zaterdag een oefenwedstrijd tegen Gambia speelde.

Terwijl Verbeek naar een trainingspartijtje kijkt, vertelt hij enthousiast over de ingevlogen voetballers. Op de dribbelaars uit de diaspora is de hoop van de Marokkaanse voetbalbond gevestigd. De bij Europese profclubs opgeleide kinderen van Marokkaanse migranten kunnen meestal beter voetballen dan spelers uit eigen land. Voorheen werden voor de nationale jeugdteams alleen voetballers uit Marokko uitgenodigd, maar door spelers uit Europa ook op jonge leeftijd te benaderen wil de bond ze alvast aan zich binden. „Het is de bedoeling dat die jongens niet meer voor Frankrijk of Nederland kiezen als ze zijn doorgebroken bij hun club, maar dat ze doorstromen naar het nationale elftal van Marokko”, vertelt Verbeek. Hij spoorde het afgelopen jaar in West-Europa 337 talentvolle voetballers met een Marokkaans paspoort op.

De relatie tussen de Marokkaanse voetbalbond en spelers uit Europa is niet altijd goed geweest. In het verleden bedankten internationals nog wel eens voor de eer nadat ze waren uitgenodigd maar vervolgens alleen op een vliegveld stonden. Of ontdekten dat er zelfs helemaal geen ticket was.

Op het trainingskamp in Tanger worden de jeugdinternationals echter in de watten gelegd. Zo overnachten ze in een van de duurste hotels van de stad. „Het is hier geweldig, hartstikke luxe”, zegt Anouar Kali van FC Utrecht in de marmeren lobby van het Mövenpick-hotel. „Dit is een vijfsterrenhotel man, met FC Utrecht slapen we altijd bij Van der Valk”, lacht de aanvaller. Zijn medespeler Soufiane Bidaoui heeft ook een brede grijns op zijn gezicht. „We moeten hard trainen, maar voor de rest is het bijna vakantie.”

Voor Youness Itri is het al zijn vierde trainingskamp in een jaar tijd. De keeper van de Duitse club Carl Zeiss Jena vertelt dat hij sinds zijn uitverkiezing voor het olympisch elftal vaker in Marokko is dan ooit te voren. Itri is in Berlijn opgegroeid, maar zegt dat voetballen voor Marokko – en niet voor Duitsland – altijd zijn droom was. „Ik heb me altijd Marokkaan gevoeld. Dat heb ik van mijn ouders meegekregen.” In Marokko voelt hij zich echt thuis, zegt Itri. Maar aan de andere kant: als hij in het land zou wonen, zou hij Berlijn weer missen. „Eigenlijk is Marokko mijn land en Berlijn mijn stad.”

Trainer Verbeek weet dat hij spelers wel eens voor een lastige keuze stelt als hij ze vraagt voor Marokko uit te komen. Niet dat hij ze overhaalt, benadrukt hij, maar toch. Nacer Chadli van FC Twente speelde vorig jaar een oefenwedstrijd voor Marokko, maar koos uiteindelijk voor België. Chadli zei toen dat hij het shirt wilde dragen van het land waar hij was opgegroeid. Dat leidde tot boze reacties. „Ook al ben je in Nederland of België geboren, hier vindt men toch dat je met een Marokkaans paspoort bovenal Marokkaan bent.” Daar kan overigens niemand onderuit: de Marokkaanse nationaliteit kun je niet opgeven.

De spelers uit Nederland, Frankrijk en België zelf noemen voetballen voor Marokko „een droom”. Anouar Kali vertelt dat toen hij met zijn voetbaltas over het vliegveld liep, hij uitgebreid werd verwelkomd door de douaniers. Soufiane Bidaoui werd al eens aangemoedigd toen hij gewoon door de stad liep. Ook hun familie is trots, vertellen de spelers. De vader van Zakaria Labyad zit zaterdag met een kleine Marokkaanse vlag in zijn handen op de tribune tijdens de wedstrijd tegen Gambia, net als de broer van Anouar Kali. Andere voetballers in het team worden aangemoedigd door familie uit Marokko.

Marokkaanse journalisten stellen nog wel eens kritische vragen over de komst van de spelers uit Europa. Voetballers uit de lokale competitie hebben tegenwoordig minder kans om jeugdinternational te worden. Maar na afloop van een persconferentie in het spelershotel verwoordt journalist Amine Belkouri van tv-zender 2M de heersende stemming. „Marokko heeft de spelers uit Europa nodig, maar zij hebben Marokko ook nodig. Dit is hun vaderland, hier ligt hun hart”, zegt Belkouri. Ook Marokkanen uit Europa hebben recht op het nationale shirt, zegt de journalist. „En zo wordt Marokko op de beste manier vertegenwoordigd.”

Volgens Ali Afellay, de oudere broer van Oranje-international Ibrahim Afellay en een van de assistenten van Verbeek, maken de meeste spelers een sportieve afweging bij hun keuze. „De kans om international te worden is bij Marokko vaak groter.” Op de achtergrond speelt dan het gevoel dat spelers hebben. „Soms spreken ze de taal niet, maar ze gaan er wel elk jaar op vakantie. Ze hebben daardoor toch een band met Marokko.”

De Marokkaanse voetbalbond is niet de enige die in Europa zoekt naar voetballers van de tweede generatie. Ook de Turkse voetbalbond scout actief in Europa, met name in Duitsland. Dat leidt nog wel eens tot ophef. Verbeek zegt dat hij zelf altijd wacht met het benaderen van voetballers uit andere nationale jeugdelftallen totdat ze aangeven dat ze wel voor Marokko zouden willen spelen.

Verbeek en zijn scouts houden spelers wel alvast in de gaten: „Oranje onder 19 won met 3-0 van Jong België. Adam Maher was aanvoerder, Anass Achahbar van Feyenoord en Wasim Bouy van Ajax maakten een doelpunt. Die drie hebben ook een Marokkaans paspoort.”

    • Dolf de Groot