Gezag moet je verdienen

Zo bont als het Reformatorisch Dagblad zal ik het niet maken. De krant schrijft dat het kabinet „klunzig bezig” is inzake de benoeming van de vicevoorzitter van de Raad van State. Deze felle toon in het debat vind ik jammer.

Maar schandelijk is de procedure natuurlijk wel. Volgens alle berichten verschijnt de vacature in de Staatscourant straks op dezelfde dag waarop ook bekend wordt gemaakt dat minister Donner de baan gaat krijgen. Zelfs in anders zo ingehouden gereformeerde kringen leidt dit tot grote opwinding. Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, twittert schaterlachend– ‘Laughing Out Loud’ – een nepadvertentie door. Daarin de oproep voor „een matig jurist zonder veel academische kwalificaties”. De advertentie eindigt met de zin: „Bij ongelijke geschiktheid gaat de voorkeur uit naar iemand met de naam Piet Hein Donner.”

Een onderkoning die zijn gezag al kwijt is nog voordat hij is gekroond: zo zie je maar weer hoe de autoriteit van instituties steeds verder afbrokkelt. De populaire analyse luidt dat dit gestage afbrokkelen een gevolg is van oplaaiend populisme, maar in het geval Donner is dat toch echt overduidelijk niet zo. Als de aanstaande onderkoning aangeschoten wild is, dan omdat hij is getroffen door vriendelijk vuur, door partijpolitiek, door gehannes en gesjacher met de benoeming. Deze kogel komt regelrecht vanuit regeringskringen, niet vanaf de straat; onze instituties worden van binnenuit aangetast, niet van buitenaf.

Er valt over dit mechanisme wel iets ingewikkelds op te merken. De laatste jaren is het vanzelfsprekend geworden alles wat misgaat, toe te schrijven aan populisme. Dat is handig, want zo kun je iedere kritiek op je eigen functioneren afdoen als gezeur van een misleid en ongeïnformeerd volk. Veel functionarissen maken van die uitweg dankbaar gebruik.

Zelfs in de wetenschap, waar men traditioneel toch leeft van kritiek, worden kritische vragen tegenwoordig opzij geschoven met de spottende dooddoener dat er altijd wel iets te zeuren valt. Een recent voorbeeld is de reactie van de psychologe die een ondeugdelijk onderzoek naar het gedrag van vleeseters publiceerde. Waarom had ze nooit gereageerd op kritische vragen die haar bereikten? Ach, dat gezeur van buitenstaanders had ze geen moment serieus genomen. „Altijd als de resultaten van een onderzoek mensen niet bevallen, gaan ze heel kritisch vragen over methode, analyse, steekproef, opzet.”

Het is een verdedigingstactiek die flink om zich heen grijpt en niet beperkt blijft tot Nederland. Vorige week las ik in de krant over onderzoek dat was uitgevoerd aan de Harvard Medical School. Geriater Amy Kelley nam kennelijk bij de publicatie in medisch tijdschrift The Lancet alvast een voorschot op lastige vragen van buiten. „Kelley stelt koeltjes vast dat veel mensen wel weer kritiek zullen hebben op de onderzoeksmethode.”

Zo draaien we met een spiraalbeweging de fout in. Wetenschap, bestuur, rechtspraak: ze maken kleine fouten, komen onder vuur te liggen, verdedigen zich met het verwijt dat kritiek altijd voortkomt uit onkunde en populisme, sluiten zich af voor kritiek en gaan niet beter maar slechter functioneren. Verwerven niet meer gezag maar minder.

Onlangs opperde de jurist Maurits Barendrecht dat het verhaal over de trias politica en de onafhankelijke rechter sleets begint te raken. Dat verhaal vertellen juristen vooral nog, schreef hij in NRC Handelsblad, om hun eigen belang te dienen. Een algemeen belang zag Barendrecht niet, vooral omdat er inmiddels geschillencommissies, commerciële ombudslieden en mediators zat zijn. Waarom zou je nog een rechter aanstellen als Antoinette Hertsenberg van TROS Radar het werk ook kan doen?

In de strenge commentaren die volgden werd nogal eens vergeten dat Barendrecht hoogleraar privaatrecht is, en dus vooral geïnteresseerd in het oplossen van onderlinge geschillen tussen mensen. Het is nog niet zo raar dat zo’n civiele jurist naar mediation kijkt en hoopt dat iedereen de onderlinge conflicten vooral onderling oplost – dat gebeurt grotendeels al, en als je het vanuit de universiteit kunt bevorderen moet je het vooral niet laten.

Maar Barendrecht vergat dat de rol van de rechter in het publiekrecht een heel andere is. Hier kun je niet zonder rechter met een duidelijke positie tegenover de staat. Strafrecht en bestuursrecht zijn bepaald niet gediend bij afhandeling door juristen die buiten het stelsel van checks and balances opereren.

Als zelfs een hoogopgeleide jurist als Maurits Barendrecht denkt dat het verhaal van de drie machten achterhaald is, dan is er kennelijk iets mis. Dan moet je die kritiek dus niet afdoen als populisme, zoals wel gebeurde, maar zul je allereerst moeten zorgen dat het verhaal van die machten recht overeind staat. Dan moet je bijvoorbeeld als minister geen noodwetje fabriceren om een beslissing van de Hoge Raad onderuit te halen en het eigenbelang van de staat te dienen. En een minister die zulke dingen wel doet, moet je helemaal geen vicevoorzitter van de Raad van State willen maken.

Ziezo, en dan is nu het wachten op de advertentie.