Geen drank meer maar pijn. En dat werkt

De rugbyers van Wales haalden vaak het nieuws op een negatieve manier. Maar dat is nu wel anders.

Dit WK worden de Engelsen weggehoond door de media.

Het waren altijd van die zware kerels. Vaak kale koppen, veel littekens. Natuurlijk, de trotse rugbyers van Wales hadden hun momenten van glorie, zoals die enige andere keer dat ze de halve finales van het WK bereikten, in 1987. Toevallig ook in Nieuw-Zeeland. Vaker haalden de ‘Dragons’ de afgelopen jaren het nieuws met gevechten in nachtclubs, of omdat er één dronken werd gearresteerd in een gepikte golfbuggy – op weg naar de snelweg. Of ze werden in de groepsfase uitgeschakeld door Fiji, zoals tijdens het vorige WK.

Maar nu het WK in Nieuw-Zeeland zijn climax nadert, smachten zelfs Engelse rugbyfans naar zo’n team als dat van hun Britse broeders: jonge, fitte spelers die modern, aantrekkelijk en aanvallend rugby spelen. Die tries willen scoren. Die het drankgebruik uitstellen tot na het toernooi.

Dat was wel eens anders, met rugbyers uit Wales. Ooit schaamden ze zich voor de Dragons, nu worden ze in de straten van Cardiff geroemd als ambassadeurs.

Hoe anders dan de Engelse ploeg rond voormalig sterspeler Jonny Wilkinson, de man van de wereldtitel van 2003. Door saai, inspiratieloos en voorspelbaar rugby werd Engeland niet alleen weggehoond door de Britse media, zaterdag werd de ploeg voor het eerst sinds 1999 uitgeschakeld vóór de halve finales (19-12). Tegen Frankrijk. Ook dat nog.

De Britse hoop rust op de schouders van ‘The princes of Wales’, zoals de Welshmen in de Engelse pers al worden genoemd. De ploeg won zaterdag in Wellington met overtuiging de klassieke Keltische clash tegen Ierland: 22-10. En met de uitschakeling van Engeland en Ierland is Wales de laatste vertegenwoordiger van de Home Nations.

Pijn. Dat staat aan de basis van het succes van Wales. Dat is de overtuiging van bondscoach Warren Gatland, een no-nonsense Nieuw-Zeelander die voor de All Blacks speelde.

The Gatfather, zoals hij respectvol wordt genoemd, gooide het roer drastisch om toen hij de hevig twijfelende en kwakkelende ploeg onder zijn hoede kreeg, vier jaar geleden. In voorbereiding op het WK in zijn geboorteland nam Gatland zijn voorselectie mee op twee loodzware trainingskampen in Polen, waar hij zijn spelers om vijf uur ’s ochtends uit hun bed lichtte en onderwierp aan een keihard trainingsregime. Inclusief diepvrieskuren in menselijke ijskasten, tweemaal daags, met temperaturen tot 120 graden Celsius onder nul. „We hebben jongens gehad die zand overgaven, die vier of vijf keer per dag trainden”, zei Gatland gisteren. „Ik geloof niet dat één team de laatste vier of vijf maanden harder heeft gewerkt dan wij.”

Die pijn maakt van een groep individuele rugbyers een hecht team. Zeker met jongeren. Onder leiding van de pas 23-jarige aanvoerder Sam Warburton – zoon van een Engelse brandweerman – en spelers als fly-half Rhys Priestland (24) is een generatie opgestaan die niet gehinderd wordt door de last van het verleden.

Het team van Wales dat in 1987 Engeland versloeg en de halve finales van het WK haalde, kreeg 48 uur vrij. De spelers dronken daarbij zoveel dat de toenmalige manager het feest met de helft moest inkorten.

Deze generatie is anders en dat werpt zijn vruchten af. In Nieuw-Zeeland speelt de ploeg met de week beter. Gatland: „Ze kennen geen angst.” Wat heet: werd Wales op het vorige WK nog door een dramatische nederlaag in Nantes uitgeschakeld door de nationale ploeg van Fiji – vorig weekeinde namen zij ‘revanche’: 66-0.

Misschien zijn de diepvrieskamers wat voor de Engelse ploeg. Na de tegenvallende WK’s voetbal en cricket waren de Britse media gisteren snel klaar met hun oordeel over de rugbyers. Ook al waren de verwachtingen vooraf weer tot ongekende proporties opgeblazen, de ploeg van Martin Johnson droop af als een zielig hoopje vertwijfelde schooljongens. Johnson, die als captain het WK van 2003 won, wordt dringend geadviseerd op te stappen als coach. „Engeland, chaotisch en lelijk, is nieuws van gisteren”, aldus The Telegraph. „Lelijk spel zorgde voor overwinningen op Schotland en Argentinië, maar zelfs dat was een brug te ver tegen Frankrijk.”

De verouderde ploeg ging niet alleen gebukt onder de vormcrisis van Wilkinson – die tegen Argentinië vijf penalty’s op rij miste – maar ook onder de gebruikelijke schandaaltjes rond het vrouwelijk personeel van het spelershotel. Voor niet minder dan negen spelers zou dit wel eens het laatste WK kunnen zijn geweest.