Een heel tijdschrift over vega's is saai

Allereerst dit: ik ben een vleeseter zonder borsten. Ik behoor dus niet tot de doelgroepen van de bladen die op tafel liggen: Vega (over vegetarisch leven) en Pink Ribbon (over borstkanker). Het eerste nummer van kwartaalblad Vega (7,95 euro) verscheen vorige week (op Werelddierendag!) en het ‘jaarblad’ Pink Ribbon (5,95 euro, opbrengst gaat naar Stichting Pink Ribbon) ligt deze maand in de winkel omdat het Internationale Borstkankermaand is.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Vega valt een beetje tegen. Het ziet er best mooi uit, maar het is eentonig – het gaat overal over het vegetarisch zijn, met weinig verrassende inzichten. De ene na de andere BN’er vertelt over zijn of haar leefstijl. Jort Kelder („Een wekelijkse vlees- en visloze dag voor iedereen zou al helpen.”); columnist Renske de Greef („Ik eet vaak vegetarisch. Maar soms ook een broodje haring.”); wielrenner Maarten Tjallinga („Zelfs de vegetarische gehaktballen die de ploegkok nu soms voor me maakt, sla ik over. Ik lust ze niet, ze doen me te veel denken aan de textuur van vlees.”); schoenontwerper Floris van Bommel („Ik had een hond waar ik heel veel van hield en dan zou ik een ander dier wél eten? Ik aai ze liever.”); schrijver Ronald Giphart legt uit hoe vreselijk het in Frankrijk is voor vegetariërs en tv-presentatrice Antoinette Hertsenberg, schrijfster van een vegetarisch kookboek, zegt: „Als ik het vergelijk met de tijd waarin ik nog vlees at, eet ik nu afwisselender en lekkerder.”

Al die voorspelbare uitspraken – het gaat vervelen, het is gewoon te veel. Niet de schuld van de geïnterviewden, maar van de Vega-redactie.

Gelukkig zijn er ook portretjes van zes ex-vega’s. „Ik zat in de Ardennen, mijn relatie met een extreme vegetariër was net over. De barbecue ging aan en ik kreeg een rood waas voor mijn ogen. Minstens zes stukken vlees heb ik gegeten”, zegt er eentje. Maar verder wordt de lezer overspoeld met maar één smaak. Achterin het blad, verstopt tussen een paar recepten, staan nog een paar enorme clichés, nu van vier topkoks (lezerspubliek is vegetarisch, haal ze binnen, zeg iets áárdigs over vegetarisch): „Ook vleeseters kiezen vegetarische gerechten”, zegt Jonnie Boer van De Librije.

U voelt zich wellicht overvoerd met veel van hetzelfde. Wel, zo is het eerste nummer van Vega. Hoe wordt het tweede? Weer allemaal vega-BN’ers en hun vegetarische coming-out?

Als een blad over vegetariërs al zo eentonig is, hoe erg moet een blad over borstkanker wel niet zijn? Nou, helemaal niet erg. Terwijl het thema van het jaarlijks verschijnende Pink Ribbon wel erg is. Maar de makers zijn er (ook dit jaar weer) in geslaagd om rond het loodzware onderwerp een aantrekkelijk, mooi, hier en daar zelfs vrolijk blad te maken. Waar Vega veel donker beeld gebruikt, is Pink Ribbon juist kleurig – met natuurlijk een hoofdrol voor roze.

En de verhalen zijn afwisselend. Natuurlijk is alles verbonden met het thema kanker, dus ook met de thema’s doodgaan en afscheid nemen. Toch is Pink Ribbon niet zo eentonig als Vega. De mensen die aan het woord komen, vertellen niet steeds hetzelfde, al wordt het soms wel wat sentimenteel.

We lezen over ‘vier vechters’: mensen die iets vreselijks hebben meegemaakt en uiteindelijk toch het geluk hebben gevonden in hun leven. En: hoe kunnen kinderen troost bieden? Hoe neem je afscheid van je geliefden? Hoe is het om seks te hebben als je borstkanker hebt? Het zit allemaal in het blad. En onder de kop ‘Kijk maar naar mij’ portretten in woord én beeld van vier vrouwen en een man (per jaar krijgen honderd Nederlandse mannen het) met borstkanker.

Goed. Dat is ook eentonig, hoor ik u zeggen. Ja, tot op zekere hoogte is dat zo. Maar uiteindelijk zijn veel bladen eentonig: muziekbladen gaan over muziek, natuurbladen over natuur, homobladen over homo’s. Binnen die eentonigheid moet de afwisseling worden gevonden. Dat is Pink Ribbon wel gelukt en Vega nog niet echt.

Peter Leijten