Diepvrieskuren voor de Dragons

De rugbyers van Wales kwamen regelmatig negatief in het nieuws. Maar dat is tijdens het WK in Nieuw-Zeeland wel anders. Dit keer zijn het de Engelsen die door de Britse media worden weggehoond.

Wales' scrum-half Mike Phillips (L) scores a try infront of Ireland's right wing Tommy Bowe during the 2011 Rugby World Cup quarter-final match Ireland vs Wales at the Wellington Regional stadium in Wellington on October 8, 2011. AFP PHOTO / PHILIPPE LOPEZ AFP

Het waren altijd van die zware kerels. Vaak kale koppen, veel littekens. Natuurlijk, de trotse rugbyers van Wales hadden hun momenten van glorie, zoals die enige andere keer dat ze de halve finale van het WK haalden, in 1987. Toevallig ook in Nieuw-Zeeland. Vaker haalden de Dragons de afgelopen jaren het nieuws met gevechten in nachtclubs, of omdat er één dronken werd gearresteerd in een gepikte golfbuggy – op weg naar de snelweg. Of ze werden al in de groepsfase uitgeschakeld door Fiji, zoals tijdens het vorige wereldkampioenschap, in 2007 in Frankrijk.

Maar nu het WK in Nieuw-Zeeland in de vijfde week zijn climax nadert, smachten zelfs rugbyfans in Engeland naar zo’n team als dat van hun Britse broeders: jonge, topfitte spelers die modern, aantrekkelijk en aanvallend rugby spelen. Die tries willen scoren, niet willen wachten op penalty’s. Die de drank uitstellen tot na het toernooi.

Dat was wel eens anders, met rugbyers uit Wales. Ooit schaamden ze zich voor hun Dragons, nu worden ze in de straten van Cardiff geroemd als ambassadeurs, op het veld en erbuiten.

Hoe anders dan de Engelse ploeg rond voormalig sterspeler Jonny Wilkinson, de gevierde man van de wereldtitel van 2003. Door saai, inspiratieloos en voorspelbaar rugby werd Engeland niet alleen weggehoond door de Britse media, zaterdag werd de ploeg voor het eerst sinds 1999 uitgeschakeld vóór de halve finale (19-12). Tegen Frankrijk. Ook dat nog.

De Britse hoop rust op de schouders van The princes of Wales, zoals de Welshmen inmiddels worden genoemd in de Engelse pers. De ploeg won zaterdag in Wellington met overtuiging de klassieke Keltische clash tegen Ierland: 22-10. En met de uitschakeling van Engeland en Ierland is Wales, dat komende zaterdag tegenover Frankrijk staat in de eerste halve finale, de laatste vertegenwoordiger van de Home Nations.

Pijn. Dat staat aan de basis van het onverwachte succes van Wales. Dat is de heilige overtuiging van bondscoach Warren Gatland, een no-nonsense Nieuw-Zeelander die voor de All Blacks speelde.

The Gatfather, zoals hij respectvol wordt genoemd, gooide het roer drastisch om toen hij de hevig twijfelende en kwakkelende ploeg onder zijn hoede kreeg, vier jaar geleden. In voorbereiding op het wereldkampioenschap in zijn geboorteland nam Gatland zijn voorselectie mee op twee gruwelijke trainingskampen in Polen, waar hij zijn spelers dagelijks om 5 uur ’s ochtends uit hun bed lichtte en onderwierp aan een keihard trainingsregime. Inclusief diepvrieskuren in menselijke ijskasten, tweemaal daags, met temperaturen tot 120 graden Celsius onder nul.

Bondscoach Gatland: „We hebben jongens gehad die zand overgaven, die vier of vijf keer per dag trainden”, zei Gatland gisteren. „Ik geloof niet dat één team de laatste vier of vijf maanden harder heeft gewerkt dan wij.”

Die pijn, weet Gatland, maakt van een groep individuele rugbyers een hecht team. Zeker met jongeren. Onder leiding van de pas 23-jarige aanvoerder Sam Warburton – zoon van een Engelse brandweerman – en spelers als fly-half Rhys Priestland (24), George North (19) en Toby Faletau (20) is een generatie opgestaan die niet gehinderd wordt door de last van het verleden.

Het team van Wales dat in 1987 Engeland versloeg en de halve finales van het WK haalde, kreeg 48 uur vrij om de zege te vieren. De spelers dronken daarbij zoveel dat de toenmalige manager het feest met de helft moest inkorten.

Deze generatie is anders en het werpt zijn vruchten af. In Nieuw-Zeeland speelt de ploeg met de week beter. Gatland weet waarom: „Ze kennen geen angst.”

Wales werd op het vorige WK nog door een dramatische nederlaag in Nantes uitgeschakeld door de nationale ploeg van Fiji – vorig weekeinde was de term ‘revanche’ een understatement in het Waikato Stadium in Hamilton. De eilanders uit de Stille Zuidzee werden met 66-0 onder de voet gelopen. „We zijn op reis, of zitten in een droom, en we willen verder met die reis en die droom”, zei assistent-coach Robert Howley plechtig.

Misschien zijn de diepvrieskamers wat voor de Engelse ploeg. Na de tegenvallende wereldkampioenschappen voetbal (in Zuid-Afrika vorig jaar) en cricket (eerder dit jaar in India) waren de Britse media gisteren snel klaar met hun oordeel over de rugbyers. Ook al waren de verwachtingen in Engeland vooraf weer tot ongekende proporties opgeblazen, de geplaagde ploeg van Martin Johnson droop af als een zielig hoopje vertwijfelde schooljongens.

Johnson, die als aanvoerder van Engeland het WK van 2003 won, wordt door de meeste kranten dringend geadviseerd op te stappen als coach. „Engeland, chaotisch en lelijk, is nieuws van gisteren”, foeterde The Telegraph. „Lelijk spel zorgde voor overwinningen op Schotland en Argentinië, maar zelfs dat was een brug te ver tegen Frankrijk.”

De verouderde rugbyploeg ging niet alleen gebukt onder de vormcrisis van veteraan Wilkinson, die tegen Argentinië vijf penalty’s op rij miste. Bij het Engelse team waren – nóg schadelijker voor het moreel – ook weer de gebruikelijke schandaaltjes in het uitgaansleven en rond het vrouwelijk personeel van het spelershotel.

Zelfs na de uitschakeling van de Engelsen deed zich nog een beschamend incident voor waar de Britse media vanochtend uitvoerig over berichtten. Centre Manu Tuilagi werd gisteren in Auckland opgepakt door de Nieuw-Zeelandse politie omdat hij zomaar van een veerboot was gesprongen om het laatste stukje naar de terminal te zwemmen. De Engelse rugbybond (RFU), met het schaamrood op de kaken, veroordeelde Tuilagi tot betaling van 3.000 pond (circa 3.400 euro), nadat eerst de speler al uitvoerig door het stof was gegaan. Het bedrag komt ten goede aan de slachtoffers van de aardbevingen eerder dit jaar in de Nieuw-Zeelandse stad Christchurch, in de hoop zo nog enige goodwill te kweken.

De stemming in Ierland is milder na het verlies tegen Wales waarop weinig viel af te dingen. Het betekende wel het einde van een tijdperk: aanvoerder Brian O’Driscoll, de spil van een gouden Ierse rugbygeneratie, liet na afloop weten dat zijn WK-carrière voorbij is, na vier memorabele eindtoernooien. „Persoonlijk, en in teamverband, krijg ik deze kans niet meer. Dat is balen”, zei hij teleurgesteld. „Maar het leven gaat verder.”

    • Rob Schoof