China kan Europa redden

China heeft zoveel geld in kas dat investering in eigen land de economie zou oververhitten en ontwrichten.

Maar de euro en de wereldeconomie willen ze er ook niet mee redden.

People walk past a Zara store in Shanghai, China, on Saturday, Oct. 1, 2011. Most global investors predict Chinese growth will slow to less than half the pace sustained since the government began dismantling Mao Zedong's communist economy three decades ago, a Bloomberg poll indicated. Photographer: Qilai Shen/Bloomberg Bloomberg

Als de wereldeconomie het ravijn inrijdt, ligt dat niet aan de Chinese consumenten. En zeker niet aan de lange rijen geduldig wachtende vakantiegangers voor de kooppaleizen van Gucci, Louis Vuitton en Prada aan de Kantonstraat in Hongkong-Kowloon.

De voormalige Britse kolonie is voor gewone Chinese middenklassers tijdens de zogeheten ,,gouden week’’, waarin de verjaardag van de communistische Volksrepubliek wordt gevierd, een populaire, makkelijk bereikbare bestemming. De nieuwe rijken slenteren nu ook door Tokio, Taipei, Parijs, Londen en New York of ontspannen op Bali.

Complete families, dat wil zeggen met twee opa’s en twee oma’s, staan ook bij Zara, Tag Heuer en Cartier in Hongkong voor de deur om te wachten tot zij worden toegelaten. Zonder bewakers op de stoep zouden de winkels overspoeld worden met kooplustigen. Het beeld bij de nieuwe Apple-winkel aan Victoria Harbour is niet anders.

De toerbussen naar Guangzhou en Shenzhen en de vliegtuigen terug naar Shanghai zitten vol families en vriendinnengroepjes die koffers vol met Jimmy Choo-schoenen, Coachtassen en Burberry-jassen mee naar huis nemen. In Shanghai met de twee langste en drukste winkelstraten van China – Nanjing Lu en de Huaihai Lu – worden, net als vorige jaren opnieuw verkooprecords gebroken. Bij de showrooms van BMW en Mercedes-Benz worden wachtenden op de stoep getrakteerd op verfrissingen. De Shanghaise middenstand meldt een stijging van de verkopen met gemiddeld 25 procent ten opzichte van recordjaar 2010.

Van crisis is op de 62-jarige verjaardag van China op het eerste gezicht weinig te merken. Vijfendertig jaar geleden een van de armste landen ter wereld, is het ontwikkeld tot de tweede economie van de wereld met 3.200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen op de balans, los van de ruim 1.000 miljard dollar die de twee staatsfondsen beheren.

Voeg de beelden van koopgraag China en de monetaire vuurkracht bij elkaar en het is duidelijk waarom het Land van het Midden, zoals China in het Chinees heet, gezien wordt als de redder van de wereldeconomie en misschien ook van de eurozone. In theorie is China rijk genoeg om de euro te ondersteunen door de opbrengsten van de buitenlandse handel niet overwegend in dollars maar meer in euro’s te beleggen.

Het is een rol waar de rode kapitalisten nog erg aan moeten wennen.

Premier Wen Jiabao mag dan naar ploeterend Europa „de helpende hand van een vriend” uitsteken, het dagblad van de Communistische Partij van China waarschuwde dat Europa eerst zelf orde op zaken moet stellen voordat China op grote schaal euro-obligaties gaat kopen.

„China heeft een groot belang bij een stabiele, groeiende Europese Unie, want de EU is onze belangrijkste afzetmarkt, maar als de eurozone niet eerst zelf de problemen oplost door de schulden te saneren, kan China weinig doen. Ik denk dat het euro-probleem zelfs voor ons ook te groot is”, zegt professor Zhou Chunsheng, hoogleraar financiën aan de zakenschool Cheung Kong. Hij en vele andere Chinese economen en commentatoren hebben uitgerekend dat de Eurozone ongeveer 2.500 miljard euro nodig heeft om de problemen van Griekenland, Italië, Spanje en Portugal op te lossen. Dat bedrag is de som van de schulden van deze landen.

Economisch commentator Chen Jibing van het veelgelezen Commerciële Dagblad denkt dat de Eurozone wel 3.000 miljard euro nodig heeft om de probleemlanden en de kwetsbare banken te kunnen financieren en herkaptaliseren.

„China staat wat Europa betreft in de wachtstand totdat duidelijk wordt of de eurozone zichzelf wil redden. De geldmanagers en de investeerders zijn bloednerveus”, zegt hij. Chen, die van Europa en Nederland zegt te houden vanwege de frisse, niet vervuilde lucht en de schone steden, hoopt de eurozone snel tot beslissingen komt. De oplossing is volgens hem de oprichting van een groot Europees noodfonds. Het plan voor het noodfonds EFSF met ruim 400 miljard euro, dat vorige week door het Duitse parlement is goedgekeurd, is volgens hem veel te bescheiden.

„Een groot fonds van 2.000 of 2.500 miljard euro is nodig en dat kan interessant zijn voor China. Wij discussiëren al heel lang over de vraag of en hoe wij onze buitenlandse deviezen beter kunnen spreiden. Een groot, diep en liquide eurofonds zou een alternatief voor onze dollarbeleggingen kunnen zijn”, zegt ook professor Zhou.

Zhou en Chen vertellen dat de Chinese autoriteiten zich op het ogenblik ook niet willen branden aan de eurozone omdat de bevolking dat zou beschouwen als het verkwanselen van kapitaal, dat is verdiend met „Chinees zweet en bloed”, zoals een microblogger op Weibo schreef. De schrijver zag liever dat China investeert in Facebook dan in euro-obligaties.

Zhou: „China is geen democratie zoals Europa en de VS, maar de opinies van de bevolking tellen wel mee. Veel Chinezen vinden dat de buitenlandse deviezen in China zelf geïnvesteerd moeten worden en niet in het buitenland. Ik moet vaak uitleggen dat dat onmogelijk is zonder de economie te laten exploderen.”

Het gevaar dat de Chinese economie bij nieuwe, grootschalige investeringen oververhit raakt is geen theoretische kwestie. In november 2008 redde China de wereldeconomie met een stimuleringspakket van 474 miljard euro. De nasleep daarvan is nog niet verwerkt: de inflatie stijgt maand op maand, voor sommige levensmiddelen zelfs met 50 procent. Er is sprake van overcapaciteit in de productiebedrijven, en de zeepbel in de onroerendgoedmarkt dreigt uit elkaar te barsten met in potentie rampzalige gevolgen voor de Chinese banken en de financiële wereldmarkten.

„Een nieuw stimuleringspakket om de groei van de Chinese economie op hoog peil te houden en daarmee de wereldeconomie uit het moeras te trekken is zeer onwenselijk”, denkt Zhou. Hij zegt dat de Chinese autoriteiten daar ook niet over peinzen. De leiders van de Communistische Partij CPC willen eerst de inflatie (gemiddeld 6,4 procent) onder controle krijgen. Niet alleen om economische redenen, maar vooral omdat zij weten hoe riskant inflatie kan zijn voor de positie van de CPC.

Over de interne discussie zegt professor Zhou: „Er is een conservatieve stroming die vindt dat we meer in Azië moeten investeren. Zij redeneren dat er geen mondiale crisis is, maar een westerse crisis en wij daarom beter al ons kapitaal in Azië kunnen houden. Dat is kortzichtig want Azië is niet losgekoppeld van de Amerikaanse en de Europese economieën”.

Commentator Chen: „Er zijn velen in de partij en onder onze lezers die het westen al hebben opgegeven en zich ook afvragen waarom wij nu die buitenlanders die er zo’n rotzooi van hebben gemaakt en ons altijd de les lezen over democratie moeten helpen. Zij zeggen ook dat wij genoeg eigen zorgen hebben.”

Dat klopt ook. Snel stijgende voedselprijzen kunnen voor grote politieke moeilijkheden zorgen, is een les die CPC kent uit het verleden en de recente Arabische opstanden. Economische commentator Chen: „China loopt op een economisch evenwichtskoord. Inflatie bestrijden en tegelijkertijd hoge economische groei creëren is niet eenvoudig”.

Recente rapporten duiden er bovendien op dat ook de Chinese groei afzwakt van boven de 10 procent tot rond de 9 of 9,5 procent als gevolg van de inzakkende vraag elders in de wereld. Uit zuidelijk China, waar de grote productiefabrieken zijn gevestigd, komen berichten over een „donkere, kille Kerst”. Speelgoedfabrikanten vinden hun orderboeken onheilspellend leeg, de makers van kerstartikelen, zoals kunstbomen, kerstballen en verlichting, worden dagelijks geconfronteerd met e-mails waarin orders worden afgezegd.

In Amerikaanse en Europese ogen is een daling van de economische groei naar 9 of 8,5 procent procent een luxeprobleem. Maar in een land waar ieder jaar 20 miljoen banen gecreëerd moeten worden om zes miljoen afgestudeerde jongeren en veertien miljoen nieuwe arbeidsmigranten (die van het platteland naar de steden verhuizen) op te vangen is een groei van minimaal 8 procent noodzakelijk. Vooral de afgestudeerden worden, als zij niet aan passend werk kunnen komen, gezien als een bedreiging voor de stabiliteit van de partij.

Dit alles laat onverlet dat China zich in een veel betere positie bevindt dan de VS en de Europese Unie. „Wat wij wel kunnen doen is op een evenwichtige en houdbare wijze onze economie verder te ontwikkelen. We hebben een paar grote onopgeloste problemen op het gebied van het milieu en de kwaliteit van de groei. Die kwesties oplossen vormt alleen al een bijdrage aan de wereldeconomie”, zegt Zhou.

China moet, vinden de internationale financiële organisaties en de regeringen in de VS en Europa, ook de Chinese munt, de yuan, internationaliseren. De waarde van de munt wordt, zo luidt de klacht, kunstmatig laag gehouden. Dat is zeer voordelig voor Chinese exporteurs die bovendien profiteren van lage lonen. De klaagzang over het Chinese muntbeleid wordt steeds luider en dreigt opnieuw te ontaarden in een Amerikaans-Chinese handelsoorlog.

Vrijlating van de yuan zodat een einde wordt gemaakt aan valse concurrentie en versterking van de binnenlandse consumptie, ook van westerse producten, zijn de belangrijkste bijdragen die China kan leveren aldus het Internationaal Monetair Fonds. Anders gezegd: meer markt in communistisch China is het recept tegen een mondiale malaise.

Econoom Zhou en commentator Chen zijn het daarmee eens, maar waarschuwen voor hoge verwachtingen en snelle resultaten.

Het versterken van de binnenlandse consumptie (nu nog maar 30 procent van het bruto binnenlandse product) levert pas op middellange termijn resultaat op. Er wordt geëxperimenteerd met de yuan als internationaal betaalmiddel, maar de exportsector en sommige ministeries in Peking verzetten zich tegen de liberalisering van de munt.

Vrijlating van de Chinese volksmunt is bovendien een zeer gevoelig politiek project waar het huidige Politbureau geen beslissing over zal nemen. In de loop van volgend jaar gaan leiders als president Hu Jintao en premier Wen Jiabao met pensioen, samen met negen andere leden van het kleine Politbureau.

Dergelijke machtswisselingen gaan gepaard met een omvangrijke bureaucratische stoelendans in de hoogste regionen van het rode kapitalisme: de ministeries van Handel en Financiën en de Centrale Volksbank.

Dr Zhou Chunsheng: „Ik verwacht geen grote markthervormingen tot de nieuwe leiders zijn benoemd. Vergeet ook niet dat het respect voor het westerse kapitalistisch model – als dat al bestond – tot beneden het vriespunt is gedaald”.