Carry Slee

Als klein meisje rende ik met mijn zakcentjes niet naar Intertoys of Bart Smit, maar naar de boekhandel. Regelrecht naar de plank rechts achterin: naar de Carry Slee-boeken. Voor familie was het overbodig te vragen of ik nog verjaardagswensen had – beter kon gevraagd worden welke Carry Slee ik nog wilde. Ik schreef verhaaltjes over haar boeken, speelde haar karakters met vriendinnetjes. Ik was een Slee-fanaat.

En met mij waren er vele anderen: Slee won maar liefst negen keer de Kinderjury (alleen Paul van Loon won er eentje meer). Maar sinds 2009 richt Slee zich op jong volwassenen. En met succes. Na Bangkok Boy en Fatale Liefde kwam dit jaar Joël uit (FMB Uitgevers, € 16,95). Elf weken lang stond deze young adult-roman in de CPNB Bestseller Top 60, met plaats 9 als hoogste notering.

Mijn Slee-boeken liggen ondertussen al jaren weggestopt op de vliering. Ik had ze uit woede in dozen gesmeten. Want rond mijn 16de knapte ik voor eens en voor altijd af op Slee. Wat was er gebeurd? Ik mocht haar interviewen.

Ik had de hele dag niet gegeten van de zenuwen. Ze zat daar, tegenover me in haar villa in het bos, aan haar glazen schrijftafel, voor een lange wand vol boeken (uitsluitend haar eigen). Ik kon mijn geluk niet op. Tot ze mijn eerste vraag beantwoorde. „Ja kijk, Carry Slee-boeken verkopen natuurlijk zo goed omdat ze een hele toegankelijke schrijfstijl heeft”. Mijn hart brak. Ze praatte in de derde persoon over zichzelf!

Dit jaar een gloednieuw Slee-boek openslaan kostte wat vergevingsgezindheid. Maar ik dacht: nieuwe doelgroep, nieuwe kansen. En inderdaad – die vertrouwde, gemakkelijke stijl, trok me het boek weer in. Als een tv-programma dat je aanzet om niet te hoeven nadenken. Het heeft iets geruststellends als Eva ‘Te gek!’ roept of Remco ‘Kut met peren!’ zegt. Onschuldig. En in die onschuld weet Slee dan toch belangrijke thema’s te behandelen: in dit geval zelfmoord, paranormale gaven en transgenderkinderen.

Maar op pagina elf sloeg de schrik me om het hart: Eva en Remco trokken een fles wijn open! En een paar pagina’s later staken ze een joint op en tikten ze ‘het zoveelste glas whisky’ achterover. En even later volgde de grootste schok. Want ja, Joël gaat over studenten, en wat doen die? Neuken. Met wijd opengesperde ogen las ik hoe ‘hij met zijn tong over haar schaamlippen’ gaat en ‘hij zijn stijve bij haar naar binnen duwt’. Ieks! Ik check het omslag nog een keer, maar het is toch echt Carry die dit schrijft.

Van schrik lees ik het boek bijna in één ruk uit – terwijl ik het mysterie (hoe is de beste vriendin van Eva om het leven gekomen?) halverwege allang had opgelost. Dat is de kracht van Carry. Voor elke doelgroep weet ze haar toon net iets aan te passen, zodat ze altijd ‘toegankelijk’ blijft schrijven. Al zegt ze het zelf.

Maite Vermeulen