Ach ja, hij wordt een keer tweede...

Kenenisa Bekele leed een zeldzame nederlaag bij de 4Mijl in Groningen.

Zenuwachtig werd de olympisch kampioen op de 5 en 10 kilometer er niet van.

Groningen 4 mijl loop Kenenise Bekele 2e Uitslag als volgt: M4 Vincent Yator Kenia 17:05 17:06 Sen (M) M1 Kenenisa Bekele Ethiopi‘ 17:10 17:11 Sen (M) M5 Gideon Kipketer Kenia 17:14 17:15 Jun (M) foto eric brinkhorst eric brinkhorst

Kenenisa Bekele glimlachte met een mysterieuze vanzelfsprekendheid. Zoals alleen hij dat kan. Het was zijn non-verbale antwoord op de vraag vooraf of hij ’s werelds beste tijd op de 4Mijl in Groningen zou verbeteren.

In normale doen is de Ethiopische langeafstandsloper over afstanden tussen de vijf en tien kilometer onverslaanbaar. Maar daar zat ’m zijn twijfel. De atleet van drie olympische en elf wereldtitels is de laatste tijd niet in goeden doen. Daarom beleefde Groningen gisteren een wondertje: Bekele werd tweede, achter de Keniaan Vincent Yator.

Natuurlijk doet een nederlaag pijn als je gewend bent om te winnen. Zeker bij de eerzuchtige Bekele. Maar verbindt tegenover hem een minder resultaat niet aan reputatieschade. Dan zijn dodelijk blikken en een verbale schrobbering je deel. „Wat moet ik nog bewijzen?”, dient Bekele je dan retorisch van repliek. „Ik ben meervoudig olympisch en wereldkampioen en wereldrecordhouder op de vijf en tien kilometer. Ik ben nu al een legende op die afstanden. Ik ben niet langer nerveus, omdat ik mijn doelen heb bereikt.”

Bekele kent geen sportieve vrees meer. Als atleet is hij voor niemand bang. De 29-jarige Ethiopiër zegt innerlijke rust te hebben, omdat hij alles wat hij wilde winnen heeft gewonnen. Een tikje grimmig: „Het zal moeilijk zijn mijn erelijst te overtreffen; dat is voor anderen als het beklimmen van een hoge berg.”

De atleet heeft zijn trots. Bekele kan er ook slecht tegen dat de Jamaicaanse sprinter Usain Bolt een wereldster is en hij niet. En dat voor een sprinter. Als Bekele erover praat proef je zijn laatdunkendheid voor afstanden van 100 en 200 meter. In vergelijking met de vijf en tien kilometer stellen die niets voor, wil hij maar zeggen. En in absolute zin heeft hij nog gelijk ook.

Maar de sprintnummers winnen het in uitstraling van de lange afstanden. En dat voelt Bekele als een onrechtvaardigheid. „Bolt mag roepen dat hij een legende wil worden, ik ben het al. Hij is nog maar drie jaar succesvol, ik al acht jaar.”

Bolt moet een beetje inbinden nadat hij heeft geweigerd tegen hem te lopen, vindt Bekele. Zijn manager Jos Hermens had drie jaar geleden, na de WK in Berlijn, Bolt voorgesteld een duel der kampioenen over 600 meter te organiseren. Bolt versus Bekele, dat zou sportief en commercieel interessant zijn geweest, meenden Bekele en Hermens. Maar Bolt weigerde. Tot minachting van Bekele.

Terwijl Bolt op Jamaica aan het uitbollen is na een zwaar seizoen, is Bekele de voorbereiding op de Olympische Spelen van volgend jaar in Londen reeds begonnen. Waarbij de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de Ethiopiër wel moet, wil hij zijn titels op de vijf en tien kilometer prolongeren. Hij is er als gevolg van blessures bijna drie jaar uit geweest en heeft tot Londen veel competitie nodig. Want in de tussentijd heeft de concurrentie niet stilgezeten. Met name de Brit Mo Farah ontpopte zich als een gevaarlijke concurrent van Bekele.

Zijn aanwezigheid in Groningen moet in het kader van zijn olympische voorbereiding worden gezien. Onder normale omstandigheden had hij er niet gelopen. Het goede aan zijn nederlaag bij de 4Mijl van Groningen – een afstand die Bekele voor het eerst liep – was de wake-up call. Een kleine weliswaar, omdat het een incourante afstand betrof, maar toch.

Het was zijn tweede nederlaag binnen zes weken, want bij de WK in Daegu viel Bekele op de tien kilometer uit. Hijzelf ervoer dat overigens niet als een nederlaag. Bekele: „Omdat ik in Daegu niet ben gefinisht, kun je niet zeggen dat ik verloren heb. Bovendien was het verklaarbaar, want ik was nog niet voldoende hersteld van mijn blessures. Ik zat hooguit op 60 procent van mijn topvorm. Dat ik desondanks van start ben gegaan had te maken met eerzucht. Ik wilde mijn titel niet verliezen. Ik wilde het proberen om mezelf achteraf niets te verwijten. Nee, ik heb er geen spijt van. Het ging gewoon niet.”

Bekele zag ook in Daegu dat de Brit Farah op de vijf en zijn landgenoot Ibrahim Jeilan op de tien kilometer er een slotronde van 51 seconden uitpersten. Heeft hij niet langer het patent op dat wapen? „Dat ligt aan de opbouw van de race”, repliceerde Bekele. „Zij liepen na een langzame race 51 seconden. Maar bij een snelle race kan niemand een slotronde van 51 seconden lopen.”

Bekele uitgezonderd? Zijn glimlach is veelzeggend.

Het mag even wat tegenzitten, voor Bekele is dat geen reden voorzichtig aan een afscheid of een carrièrewending te denken. Hij wil doorgaan zo lang zijn lichaam dat toestaat en aan een switch naar bijvoorbeeld de marathon denkt hij vooralsnog niet. En daar heeft Bekele zijn reden voor: „Marathonlopers hebben maar een korte carrière. Misschien dat ik overstap na mijn 35ste. Maar daar kan ik nu geen zinnig woord over zeggen. Dat zien we dan wel. Voorlopig richt ik me op de vijf en de tien kilometer. En op die afstanden wil ik nog zo veel mogelijk winnen. Dat is mijn doel.”