Onverwacht barok IJslands leesavontuur

Er is een nieuwe vertaling verschenen van de Oudijslandse Edda, van dichter en geschiedschrijver Snorri Sturluson (1179-1241). Maar wacht even, is het nu de Proza Edda, Snorri Edda, de Poëtische Edda, of toch Oude Edda?

De zee is niet zomaar een weidse vlakte met veel water, de zee heet ook ‘de gast van de goden’, ‘Deining’ en ‘huis van de zandbanken en het zeewier en de riffen.’ Ander mooi beeld voor zee: ‘land van het vistuig, de zeevogels en de gunstige wind.’ De aarde krijgt als ornament toegewezen ‘zuster van Weelde en Dag’. Beschrijft een dichter een schip, dan dient hij het te noemen ‘een volbloed van de golven’ of zelfs ‘tinkelaar der golven’. Dit heerlijke woord is een nieuwvorming, afgeleid van het werkwoord ‘tinkelen’, een helder geluid veroorzaken. Spreek ‘tinkelaar’ hardop uit, en het ruisen van de zee tegen de boeg van een schip klinkt op.

Deze fantasievolle poëtische wendingen staan in de vertaling door Marcel Otten van de Oudijslandse Edda, geschreven door dichter en geschiedschrijver Snorri Sturluson (1179- 1241). Om verwarring te voorkomen: de Edda van Snorri wordt aangeduid als de Proza Edda of Snorri Edda, geschreven rond 1222. Daarnaast bestaat de Poëtische Edda, ook Oude Edda genoemd, die werd opgetekend in de twaalfde eeuw.

Beide boeken bevatten verhalen uit de Noorse, en later de Germaanse mythologie. We komen ze allemaal tegen, oppergod Wodan, Freya, de godin van de vruchtbaarheid, liefde en wellust, en ook Thor, de god van de donder. In het Oudijslands treden ze op als Odin en Frig, Odins geliefde. Odin zelf is voortgesproten uit de koe die Zonder Hoorn heet.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 7 oktober 2011, pagina 12 - 13. U kunt het hele artikel hier lezen.