Zwakke banken? Die bestaan niet in Nederland

Nederlandse banken lijken, SNS Reaal uitgezonderd, over redelijk sterke balansen te beschikken. Enige probleem: het is een indruk en geen feit. Elke bank rapporteert anders.

Rechterhand betekent het in het Grieks. En belofte, en verdrag. Dexia.

Deze week volgde het voorspelbare volgende hoofdstuk in de Europese schuldencrisis. Het snel groeiende onderlinge wantrouwen van banken maakte zijn eerste slachtoffer. Het Frans-Belgische Dexia kan niet goed meer aan kapitaal komen en heeft staatshulp nodig. Ooit werd haar naam bezoedeld door de miskoop van Legio Lease, de Nederlandse woekerpolisformule van Bank Labouchère, maar inmiddels staat Dexia veel breder slecht bekend: als de bank die tweemaal gered moet worden. De Europese Centrale Bank besloot donderdag dat alle Europese banken ongelimiteerd in Frankfurt kunnen lenen in de hoop dat die banken wel nog op tijd op adem kunnen komen.

De vertrouwenscrisis is het spiegelbeeld van de kelderende koersen van wankele staatsleningen. Hoe lager de koersen, hoe groter de vrees dat banken in problemen komen. Nederlandse financiële instellingen hebben dit keer een concurrentievoordeel. Zij bezitten relatief weinig staatsleningen van de zwakke eurolanden Portugal, Ierland, Italië, Griekenland of Spanje (PIIGS). Dexia heeft in haar eentje meer Italiaanse obligaties (15,8 miljard) dan de hele Nederlandse financiële sector in alle PIIGS-landen (13,1 miljard) tezamen.

Sommigen in Nederland zijn er gewoon snel bij, zoals pensioenuitvoerder PGGM. Die verkocht tussen november 2009 en februari 2010 al haar Griekse staatsleningen, verklapte vermogensbeheerder Jac Kragt in deze krant. Van de Nederlandse banken bezit ING de meeste leningen in zwakke eurolanden, maar zij neemt er razendsnel afstand van. Eind juni bezat Neerlands grootste financiële instelling 10,9 miljard van dat staatspapier, medio september is dat verlaagd naar 7,7 miljard. Klinkt nog veel, maar op een balanstotaal van 1.240 miljard en een eigen vermogen van 44 miljard euro, is dat te overzien. Wellicht is dat een van de redenen waarom ING het op de beurs beter doet dan de rest. Het concern verloor dit jaar 20 procent van haar waarde, vele andere bankkoersen daalden 40 tot 60 procent.

Bij Rabobank, de sterkste bank van het land, zijn de risico’s op zwakke staatsleningen bijna een lachertje. Die bedragen hooguit 2 procent van het eigen vermogen. SNS Reaal is de enige financiële instelling die zorgwekkender balansverhoudingen toont (zie grafiek). Zelfs in absolute bedragen is de bank en verzekeraar, die ook al met overgewaardeerd vastgoed worstelt, de nummer twee in Nederland. Laat staan relatief. Als de voormalige vakbondsbank serieus gaat afwaarderen staat haar vermogen ook serieus op het spel.

Maar veel zorgwekkender dan één wat zwakkere Nederlandse bank is zonder twijfel de enorme diversiteit aan rapportages. Wie alleen in Nederland kijkt, ziet de banken een keur aan verschillende definities gebruiken bij de berekening van hun kernkapitaal. Veel asterisken, noten in bescheiden corpsgrootte en toelichtende haakjes, maar er bestaat weinig onderlinge vergelijkbaarheid.

Hoeveel kapitaal moeten banken verplicht aanhouden bij een belegging in staatsleningen? Het vertrekpunt is nul procent in Europa, want die dingen waren in theorie risicovrij. Banken en hun toezichthouders kunnen tot de slotsom komen dat er meer opzij moet worden gezet. Gebeurt dat? Ja. Hoeveel? Onduidelijk. Ook de onderlinge verschillen zijn onbekend. Houdt Rabo meer kapitaal achter de hand dan ING voor dezelfde Griekse leningen? De buitenwacht weet het niet.

Ook met waardedalingen wordt verschillend omgesprongen. Van sommige Franse banken is bekend dat zij eigen taxaties hanteren in plaats van de marktprijzen. Alle uitzonderingen en grijstinten in de internationale regelgeving geven banken kennelijk de mogelijkheid zichzelf mooier te presenteren als het wat moeilijker wordt.

Toezichthouders zullen ongetwijfeld beter zicht hebben op de situatie dan buitenstaanders, maar de vraag is of de Italiaanse centrale bank net zo kritisch is als de Bundesbank. En wat de buitenstaanders betreft, dat zijn ook de andere banken. Om kort te gaan, de huidige anarchie in rapportages is dodelijk voor het vertrouwen in de financiële sector.

Het goede nieuws van deze week: de FSB, de Financial Stability Board die in de vorige crisis is opgericht, wil de 28 belangrijkste banken ter wereld verplichten op een zelfde manier aan haar te rapporteren.