Waar is het nou precies misgegaan?

PvdA-leider Job Cohen is niet zichtbaar genoeg, zei partijvoorzitter Ploumen. Onze voorman kan pas leiden, voegen tien wethouders daaraan toe, als de PvdA weer een verhaal heeft. „We missen kansen in de Kamer.”

De Partij van de Arbeid kijkt apathisch toe hoe de samenleving verandert. Ze heeft geen helder eigen verhaal. Niet partijleider Job Cohen, maar de PvdA zélf is in de war.

Laat tien PvdA-wethouders, van Groningen tot Roermond en van Almere tot Den Haag, vertellen wat volgens hén nou precies aan de hand is binnen de PvdA, en ze vertellen tien verschillende verhalen. Maar hun analyses hebben één gemene deler. De lokale bestuurders zien allemaal: het gaat niet goed genoeg met de partij. De meeste wethouders zijn er zelfs van overtuigd dat de PvdA zeer fundamentele problemen heeft.

Hun zorgen zijn breder én dieper van aard dan de kritiek die Lilianne Ploumen afgelopen week uitte op fractieleider Job Cohen. Hij is niet zichtbaar genoeg, zei Ploumen, nadat ze had bekendgemaakt dat ze in januari stopt als partijvoorzitter. Ze zei dat Job Cohen zich te veel laat meeslepen door de „Haagse dynamiek”. En dat, naast Cohen, ook anderen kans moeten maken op het lijsttrekkerschap bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen.

Een nieuwe partijleider en weg problemen? En dan, pats, de partij schiet weer omhoog in de peilingen? Was het maar zo gemakkelijk, zeggen de tien wethouders. De praktijk is anders, al jaren.

Jeukende handen

De wethouders vinden allemaal dat Cohen niet nu zijn leiderschap moet neerleggen. Al hebben sommigen wel kritiek. Adri Duivesteijn, wethouder ruimtelijke ordening in Almere, vindt bijvoorbeeld dat Cohen geprononceerder moet zijn: „Het is knap dat hij zich niet laat meezuigen in het ranzige populisme in de Kamer, maar hij mag zijn boodschap best strijdbaarder formuleren.” Jan Hamming, wethouder arbeidsmarkt en integratie in Tilburg: „We missen kansen in de Kamer. Mijn handen jeuken geregeld om daar eens orde op zaken te stellen.”

Toch steunen de wethouders Cohen. Of ze zéggen dat ze dat doen, uit strategisch oogpunt. Dat is een standaard tactiek van politieke partijen: in tijden van nood de rijen te sluiten. Frank de Vries, wethouder ruimtelijke ordening en volkshuisvesting in Groningen, verwijst naar de VVD. In 2007 vocht huidig premier Mark Rutte een strijd uit met Rita Verdonk om het leiderschap van de liberalen. Rutte moest, nadat hij was verkozen tot fractievoorzitter, zowel zijn eigen imago als dat van de VVD vrijwel helemaal opnieuw opbouwen. Intern was er soms kritiek op de richting die hij uitwilde, maar naar buiten toe bleef de fractie hem steunen.

Frank de Vries: „Dat consequente verhaal, dat doet ertoe. En als Mark Rutte op die manier omhoog kan klimmen, dan kan een bestuursman als Cohen dat zéker.”

Gerard IJff, wethouder van verkeer, milieu en sport in Roermond: „Zolang de fractie in de Tweede Kamer Cohen steunt, doe ik dat ook.” Ultiem integer, noemt IJff de partijleider. En ja, Job Cohen is misschien wat saai en degelijk, zegt Frank de Vries. En minder gewiekst dan PVV-leider Geert Wilders of SP’er Emile Roemer, zegt Henk Deinum uit Leeuwarden. Maar: „Als íémand daar in de Kamer nog wat fatsoen in zijn lijf heeft, dan is het Job Cohen. Hij spreekt tenminste over de inhoud. En hij is betrouwbaar.”

Frank de Vries: „Deze samenleving schreeuwt om bindend leiderschap. Om richting, een helder verhaal. Als de partij dat verhaal terug heeft, is Cohen bij uitstek de man om dat consequent te kunnen brengen.”

Als de partij niet aan nieuwe standpunten werkt en zich niet op de inhoud richt, zal een eventueel vertrek van Cohen de PvdA niet verder helpen. Dat is de expliciete conclusie die Hamit Karakus trekt, wethouder wonen en ruimtelijke ordening in Rotterdam. Cohens optredens in de Kamer weerspiegelen de verwarring in de partij. „Cohen houdt zichzelf gevangen. Ik heb het idee dat Job Cohen alleen maar bezig met wat anderen van hem denken. Hij zit vast. Hij moet loskomen en gewoon stelling durven nemen.”

Hamit Karakus mist vooral stevigheid en durf in zijn partij, zegt hij. De PvdA vreest voor de achterban, de partij is bang om een impopulair standpunt te moeten verdedigen en mensen teleur te stellen, zegt Karakus. Neem Europa. „Natuurlijk zijn wij vóór Europese integratie. Hoe kún je daartegen zijn, in deze tijden van economische crisis? Nederland leeft van Europa. Misschien voor sommige kiezers een lastige boodschap, maar wel duidelijk.”

Zoekgeraakt

Waar is het misgegaan? Wanneer is de duidelijke boodschap van de PvdA zoekgeraakt? Natuurlijk, een sociaal-democratische partij die „nu eenmaal graag haar verantwoordelijkheid neemt”, zoals meerdere wethouders dat noemen, is vaker gedwongen om compromissen te sluiten dan een partij die nooit meeregeert. „Na een regeerperiode is het altijd weer even zoeken naar de eigen principes”, zegt Hamit Karakus. Dat zie je ook bij de andere middenpartijen. Alleen de PvdA stapte eind februari 2010 uit het laatste kabinet-Balkenende; dat is inmiddels ruim anderhalf jaar geleden.

Erger nog dan het gebrek aan een duidelijk verhaal is dat de partij bewust heeft beslóten om niet helder meer te zijn, zegt Frank de Vries uit Groningen. In de verkiezingen na de moord op Pim Fortuyn in 2002 leed de PvdA een grote nederlaag, maar Wouter Bos sloeg in 2003 terug met een grote winst. Zijn credo toen: de PvdA moet luisteren naar wat de mensen willen. De Vries: „In de periode onder Wouter Bos heeft de partij de vernieuwingsdrang verloren. De neiging is ontstaan om volgzaam te worden, om eerst maar eens te luisteren naar wat Henk en Ingrid eigenlijk vinden.” Lijdzaamheid is het resultaat van die instelling, zegt De Vries. Gebrek aan visie. „Terwijl: je visie tonen is geen garantie op succes, maar wel een voorwaarde.”

Als je, ná de analyse van de partijproblemen, aan de wethouders vraagt welke kant de PvdA nu op zou moeten, dan klinken ze ineens weer opgewekt. Fanatiek, strijdlustig. „Never waste a good crisis”, zoals Jan Hamming uit Tilburg zegt.

De nieuwe sociaal-democratie moet nu snel gestalte gaan krijgen. Hoe die eruit moet zien? De PvdA-nieuwe-stijl moet de vrijheid van de individuele burger benadrukken. Maar wel in combinatie met een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor mensen die meer moeite hebben het hoofd boven water te houden. Wie kán werken moet werken, en wie dat echt niet kan, krijgt natuurlijk hulp, die gedachte.

De sociale ongelijkheid is de laatste jaren alleen maar gegroeid, zegt Jacques Costongs, wethouder wonen in Maastricht. Dát thema moet de PvdA weer naar zich toe trekken: de bestaanszekerheid van de onderste klassen veiligstellen, en tegelijk de middenklasse ook zekerheid geven. „Juist de grote en diverse middenklasse is onzeker en voelt geen vaste grond onder de voeten. Wat gebeurt er met de hypotheekrenteaftrek? Kan ik zomaar worden ontslagen? De PvdA moet gewoon staan voor de ontslagbescherming, en voor ingrijpen in de hoogste hypotheken.”

De Partij van de Arbeid moet weer náást de mensen gaan staan, zegt Jan Hamming: terug naar het wethouderssocialisme. Sociale thema’s als gezondheidszorg, jeugdzorg en armoede zelf agenderen, niet afwachten. Krachtig optreden, zonder autoritair of regentesk over te komen. Hamming: „We moeten weer met praktische oplossingen komen voor de mensen. Wíj moeten bekend staan als de partij die mensen het steuntje in de rug biedt om vooruit te komen, als hen dat zelf niet lukt. En op lange termijn komt vanzelf iemand bovendrijven die bij dat nieuwe elan past. Dat zal niet binnen enkele maanden zijn, maar over een paar jaar.”

De conclusie dat de PvdA weer praktisch en daadkrachtig moet worden, is overigens bij lange na niet nieuw. Bij de Europese verkiezingen in 2009 verloor de PvdA fors. Een werkgroep analyseerde toen de verkiezingscampagne en kwam tot een hard oordeel: de partij had geen antwoord op de vraag waarvoor en waartoe de PvdA eigenlijk nog bestaat. Extra pijnlijk was dat die werkgroep constateerde dat weinig was gedaan met aanbevelingen en fundamentele kritiek na verkiezingsnederlagen.

Ondanks de langdurige identiteitscrisis houden de meeste wethouders de moed erin. Dit jaar is een kantelmoment voor Nederland, denkt Jacques Costongs uit Maastricht. „In de peilingen mogen we dan laag staan; ik voel in de samenleving dat de impact van het huidige kabinetsbeleid nu goed duidelijk wordt. Mensen beginnen nu te zien wat dit beleid inhoudt. Nu is onze kans om als PvdA het redelijke alternatief te laten zien.” Samenwerking met D66 en GroenLinks is cruciaal, zegt hij. Hoopvol: „De PvdA zou zomaar een verzamelbekken kunnen vormen voor alles wat progressief is.”

Luchtbel

De PvdA-wethouders klinken nu en dan ook alsof ze zichzelf moed proberen in te spreken. Zo denken er een paar dat Geert Wilders’ PVV over zijn hoogtepunt heen is. „Ik ben ervan overtuigd dat de grenzen van het populisme van Wilders zijn bereikt”, zegt Adri Duivesteijn. „Zijn tactiek wordt met de dag doorzichtiger. De dag dat zijn luchtbel uit elkaar spat, komt snel.” Is dat niet naïef? De peilingen beweren anders. Nee hoor, zegt ook Henk Deinum uit Leeuwarden: „Ik hoor op straat steeds vaker dat mensen door hem heen prikken. Wilders is over zijn houdbaarheidsdatum heen. Kijk naar Denemarken: de populistische Volkspartij verloor bij de laatste verkiezingen.”

En ach, verkiezingsnederlagen en zeges wisselen elkaar toch altijd af, zeggen sommige wethouders vergoelijkend. Of in het geval van de PvdA de laatste jaren: grote en kleinere nederlagen. Aan die golfbeweging kun je niet zóveel doen, denken ze. Dus in de tussentijd blijft Henk Deinum tot in den treure zijn sociaal-democratische verhaal vertellen, zegt hij. „Ik vertel als het moet honderd keer waarom solidariteit voor ons belangrijk is.”