Steve Jobs is de Henry Ford van deze tijd

Was Jobs een briljant uitvinder? Wetenschappers noemen hem liever iemand die groot vernieuwer een plek op de historische ladder verdient.

Steve Jobs is geen Thomas Edison, maar toch wel de Henry Ford van zijn generatie. Net als de Amerikaanse autofabrikant bezat de voormalig Apple-topman de gave om technologie geschikt te maken voor een groot publiek. Het levert hem een bijzondere positie op in de geschiedenisboeken, zeggen wetenschappers.

„Een groot uitvinder is iemand die het leven van mensen structureel heeft veranderd”, vindt Albert Polman, hoogleraar nanotechnologie bij AMOLF, een onderzoekslaboratorium dat onder meer chiptechnologie bestudeert. „Jobs heeft technieken uitgevonden waarmee we op een efficiëntere manier met computers kunnen communiceren, met een belangrijke effect op ons dagelijks leven en de welvaart van onze maatschappij als gevolg. Dat bezorgt hem een positie op de historische ladder der grote vernieuwers.”

Net als Henry Ford slaagde Jobs erin om te voorzien in een consumentenbehoefte, voordat mensen realiseerden dat ze die behoefte hadden”, zegt trendwatcher Carl Rohde. „Zowel Jobs als Ford drukte een stempel op de tijd waarin ze leefden. Mensen denken ‘ik wil kunnen gaan en staan waar ik wil’ en dat kan dankzij de Iphone en Ipad. Internet is nu binnen handbereik als middel om op globaal niveau te communiceren. Ford en Jobs hebben de behoeften van hun tijd feilloos aangevoeld.”

Uitvinders als Edison, Watt en Ford doorbraken bestaande paradigma’s door op een fundamenteel andere manier te denken, zegt techniekhistoricus Harry Lintsen. „Ze integreerden techniek op een fundamentele manier. Edison vond niet alleen de gloeilamp uit, maar ook een heel elektrisch systeem van opwekking tot aan distributie. Ford dacht na over de manier waarop hij zijn product op de markt moest verkopen; het was een totaal geïntegreerde onderneming. Apple beheerst dat proces ook.”

Een van de sterke punten van Steve Jobs was dat hij als geen ander nadacht over de manier waarop hij techniek kon implementeren in de samenleving. „Jobs week van reeds gebaande paden af en introduceerde een succesvol businessmodel bij Apple: innovatief maar toch hiërarchisch geleid. Hij hoort echter niet thuis tussen grote uitvinders als Fleming en Edison, die veel belangrijker zaken ontwikkelden”, vertelt Matthieu Weggeman, hoogleraar organisatiekunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. Techniekhistoricus Lintsen deelt die mening. „Ik denk dat Jobs eerder als een soort Henry Ford in de geschiedenisboeken komt dan een Thomas Edison. Net als de computer bestond ook de auto al even, maar de kracht van Ford zat in het feit dat hij de auto naar de massa bracht.”

AMOLF-directeur Polman zegt dat een van de grootste verdienste van Jobs is dat hij de gebruiksvriendelijkheid van computers, de zogenaamde user interface, verbeterde. „Door slim gebruik van opkomende nieuwe technieken en ook door die technieken zelf te laten ontwikkelen, kon Apple nieuwe apparaten met nieuwe functies bedenken. Toen bijvoorbeeld ultra-dunne harde schijven op de markt kwamen, was Jobs de eerste die bedacht dat je er een muziekspeler mee kon maken, de Ipod waarop de consument ineens duizenden liedjes kon opnemen.”

Volgens de verschillende wetenschappers was de kracht van Jobs dat hij technologie wist te vertalen naar consumentvriendelijke producten. Polman: „Vele generaties na hem zullen plezier beleven aan de gebruiksvriendelijkheid die hij bij consumentenelektronica introduceerde.”