Snelt China Europa via het IMF toch te hulp?

Het leek een typische gaffe, de opmerking afgelopen woensdag van Antonio Borges, de IMF-topman voor Europa. Borges presenteerde de vooruitzichten voor de Europese economie, en liet zich ontvallen dat het IMF zou kunnen deelnemen aan steunaankopen van Europese staatsobligaties.

Dat leidde tot de nodige commotie. Het Fonds heeft de middelen niet om dat te doen. De slordige 50 miljard dollar die nu in kas zitten zijn lang niet voldoende voor zo’n operatie. Gisteren kondigde alleen al de Bank of England, de Britse centrale bank, een opkoopplan aan voor een kleine 70 miljard euro. En dat enkel voor Brits schatkistpapier. Het doet overigens nauwelijks ter zake: het IMF heeft de bevoegdheid helemaal niet om op de markt staatsschuld van individuele landen op te kopen. Een woordvoerder van het IMF werd gisteren in Washington gegrild over de kwestie, maar gaf geen krimp. Maar was er hier wel sprake van een misverstand? Het is beter te gokken op een andere hypothese:

Borges praatte zijn mond voorbij.

Gaan we even terug naar Johannes Witteveen, de oud-IMF topman in de jaren zeventig, die twee weken geleden tijdens de jaarvergadering van het Fonds op 91-jarige leeftijd door de gangen wandelde om een idee door te drukken dat hij kort daarvóór in de Financial Times had geopperd.

In 1974 werd een speciale faciliteit in het leven groepen om landen met overschotten op de betalingsbalans, met name de olielanden, geld te laten lenen aan landen met een door de dure olie verergerd tekort. Niet via het IMF, maar in een fonds dat wel aan het IMF werd gelieerd: de zogenoemde oil facility. Die overigens in een evaluatie van het Amerikaanse Congressional Budget Office uit 1978 de ‘Witteveen-facility’ wordt genoemd. In 1975 werd de exercitie herhaald.

Waarom, vroeg Witteveen zich af, doen we dat niet wederom? Er zijn landen met enorme deviezenreserves, China (3.200 miljard dollar) voorop, die op die manier hun middelen redelijk veilig en winstgevend zouden kunnen inzetten om de Europese schuldencrisis te verlichten. Zij storten in een soortgelijk fonds als dat van meer dan dertig jaar geleden, en dat fonds koopt vervolgens staatsleningen op van eurolanden die in de problemen zijn. Het gaat hier in wezen om het recyclen van geld, net als destijds met oliedollars. De faciliteit zou, in de terminologie van vandaag, een ‘special purpose vehicle’ worden genoemd.

Aangezien Witteveen nog steeds veel respect geniet, hij een onderhoud had met de nieuwe IMF-baas Christine Lagarde, deze vervolgens een hint gaf op haar persconferentie tijdens het weekeinde twee weken geleden, en de Financial Times doorgaans geen luchtkastelen publiceert, mag worden aangenomen dat het idee in Washington circuleert. Borges had zijn mond moeten houden, maar werd gered door wat Amerikanen met een goed woord deniability noemen: formeel is het fonds er niet, en misschien komt het er ook door praktische of politieke problemen niet van. Het kon dus ontkend worden.

Pikant is dat onder de 54 landen die destijds deze steun genoten, Italië, Spanje en Griekenland waren. En het waren niet alleen de olielanden Saoudi-Arabië en Koeweit die het geld verschaften.

West-Duitsland legde ruim een miljard aan IMF-geld in. En Nederland 100 miljoen. Het sparende Noorden van de EU steunde het krap bij kas zittende Zuiden. Dat was ruim 35 jaar geleden. Waarmee nog eens onderstreept wordt dat het huidige europrobleem niet van gisteren is.

Maarten Schinkel