Sap erin, vet eruit

Geen kip en bier, maar sap en een klysma. Menno Steketee doet een week lang een ontgiftingskuur. ‘Jij gaat het moeilijk krijgen’, zegt de coach.

n detox’, dat klinkt toch een beetje als ‘in het voorportaal van de Jellinek’. Van enig enthousiasme was dus in eerste instantie geen sprake toen de Lux-redactie suggereerde eens mee te doen aan zo’n ontgiftingsprogramma. Nu vind ik ‘Bourgondisch’ inderdaad geen scheldwoord en dat heeft misschien, toegegeven, gevolgen gehad. Maar cosmetische dan, hé, pathologische effecten zijn tot heden uitgebleven. Schoorvoetend doe je navraag en dan blijkt dat de halve wereld af en toe kuurt, ontslakt, ‘sapt’ of anderszins abspeckt. Dus: kom maar op met die detox.

„Je hebt de melkboer”, zegt Marieke Timmermans van Soulfoodcoaching, „zie mij maar als het sapvrouwtje.” Zij biedt ‘vip-programma’s’ aan, een radicale dieetswitch om „onevenwichtigheden op te heffen, op alle niveaus”, waarbij ze zelf de begeleiding doet. En om meteen maar de clou te verraden: je knapt onvoorstelbaar op van een weekje marieketimmermanzen.

Het genre leent zich natuurlijk voor vage praatjes over de balans tussen lichaam en geest, en negatieve energie en zo. Maar bij de intake houdt Timmermans (32), die als professional in allerhande buitenlandse verslavingsklinieken heeft gewerkt, een helder verhaal over wat staat te gebeuren en waarom. Ik moet drie dagen afbouwen, twee dagen overleven op sap en dan twee dagen weer opbouwen.

En zó ingewikkeld is de ratio achter die ontgifting trouwens ook niet. Het komt er op neer dat er allerlei troep in je lijf zit – denk: kippenjus, biervet en andere moeilijk verteerbare stopverf – die je lichaam er wel uit wíl mikken, maar daarbij hinder ondervindt van de doorlopende aanvoer van nieuwe klodders. Hoe dan ook, elke religie kent vastenperiodes, dus nieuwlichterij is het hoe dan ook niet.

Om te voorkomen dat ik al kilo’s afschuddend ook de pijp aan Maarten geef, noteert Timmermans nauwkeurig wat mijn medische geschiedenis is. Die past gelukkig achterop een bierviltje. „Je bent geen verloren zaak”, glimlacht ze.

De consumptie van drank, koffie, alle dierlijke eiwitten, dus ook kaas, eieren en melk en alles uit pakjes en blikken, het is deze week allemaal uit den boze. In plaats daarvan: groente, fruit, roggebrood, ongebrande noten, plantaardige vetten, kortom alles wat onder de noemer veganistisch valt. Ontbijt, lunch en avondeten is absoluut niet verboden. Snacken mag ook, als het maar natuurlijke suikers zijn. Voor andere vip’s gaat Timmermans, die overigens niet zou misstaan in een reclame voor afslankproducten, zelf in de keuken staan. Dat is mijn eer te na, dat kan ik best zelf.

Wat ik nu zoal eet, wil ze weten. Nou, leg ik haar uit, ik heb als ontbijt liever een ham-kaascroissant dan een gewone en als er van het avondeten nog een halve kip overschiet, dan haalt die de ochtend niet. Ze fronst: „Jij gaat het moeilijk krijgen.”

We naderen het einde van de intake. Ter ondersteuning van de detox is er ook nog een batterij kruidenpreparaten, zegt ze, die alle vuiligheid uit je organen en darmwand verjagen. De witte potjes die ze bij zich heeft, dragen fantasienamen zoals Green Goddess, Chlorella en Pura Vida. „Die preparaten bereiden je ook voor op je klysma.”

Wacht eventjes. Klysma?

Voor mijn geestesoog grijpt een grijs geknotte verpleegster rode gummi tuinhandschoenen uit een bureaulade. Ze trekt ze strak aan en laat ze even langs de polsen terugknallen. Dan pakt ze van een haspel aan de muur een kartelig afgesneden zwarte slang „Dit kan even vervelend zijn, mijnheer….”, ze gluurt met een vreugdeloos oog op een formulier, „Slekeree.”

Ook dat fragment uit Soldaat van Oranje schiet te binnen, waarbij Rijk de Gooyer Jeroen Krabbé een tuinslang in zijn aars duwt. Wist u trouwens dat die scène een paar keer over moest? Paul Verhoeven had lang moeten wachten voor het natuurlijke licht in de martel- kelder precies goed viel. Toen iedereen eindelijk klaarstond, en lag, hield De Gooyer de slang boven Krabbé’s kont en vroeg: „Normaal of super?” Chaos natuurlijk. Verhoeven schijnt witheet van de set te zijn vertrokken.

„Dat soort nare gedachten heeft in eerste instantie iedereen”, zegt Timmermans, „maar je zal zien: het werkt.” Ze laat me achter „in het comfort van mijn eigen huis” en wenst me veel succes.

Laat ik van het verloop van mijn afspekken verslag doen in dagboekvorm.

De eerste dag verloopt zonder noemenswaardige problemen – het was ook een, ehh, goed doorvoed weekeinde geweest. Dat veganistische valt best mee. Hoofdgerecht: ‘Afghaanse’ aubergines met walnotensaus met tabouleh. Snacks tussendoor: appels, grapefruit, druiven en dadels.

Ook de tweede dag begint, volgens het nauwkeurige ‘menu’ dat Timmermans heeft opgesteld, met een glas warm water met daarin een uitgeperste citroen. Daarna is een lepel met Pura Vida toegestaan, die in water moet worden opgelost. Meteen opdrinken is aanbevolen want na een paar minuten blijft de lepel rechtop in het goedje staan.

Het moet gezegd: dit valt nu al niet mee. Je moet niet verbaasd zijn als je hoofdpijn krijgt of een licht grieperig gevoel, heeft de soulfoodcoach gewaarschuwd, maar dit voelt niet jofel. Inderdaad: grieperig en hoofdpijn. Ik bereik mijn kantoor, maar dat is het dan ook wel, qua werk. „Je wordt moe, maar dat is juist je lichaam dat je helpt”, heeft ze tevoren al gezegd. Terug naar huis. Middagdutje. Eten: geroosterde groenten met notenrijst.

Op dag drie begint het veganistische dieet al bijna routine te worden. Het lichaam is goed op weg om de slechte vetten af te voeren en deze te vervangen met de goede uit de olijfolie – en de avocado’s, want die mogen ook.

Honger is goed te stelpen met soep gemaakt van groenten afkomstig van een nabije Turkse supermarkt – het is wel steeds even slikken om langs de slager te glippen die pal aan de ingang van het winkelpand is gevestigd. Mijn kinderen roepen dat ik een konijn ben.

Dag vier. Eerste sapdag. Marieke komt ’s ochtends met drie beugelflesjes, halve liters, met respectievelijk een oranje, een paarse en een groene inhoud. Het eerste bevat sap van een trits citrusvruchten, plus gember en geelwortel – „die is goed voor je lever”. Het tweede flesje bevat gronderig geurend bietennat en het derde selderiejus.

De ergste honger mag ik bestrijden met preparaten zoals Psylium Husk, een muf smakend goedje dat je alleen maar hoeft aan te lengen met water. Het krijgt meteen de substantie van dikke havermout. Dat is ook de bedoeling: je maag moet dénken dat hij vol zit. De calorische waarde is gering.

Ook zijn er potjes met klei – niet zonder gevoel voor marketing montmorilloniet geheten – en met zeoliet, schelpengruis, dat de Japanse overheid toevoegt aan het gevangenismenu, om de gevangenen een ‘vol’ gevoel te geven. Ze smaken als, nou ja, als klei en schelpengruis.

Over dat klysma zal ik me beperken. Een paar pagina’s verderop in deze Lux staat een uitgebreide kookrubriek en daarmee zou een gedetailleerd verslag, met alle ins en outs van deze darmspoeling, nogal vloeken. Goed, één ding dan: het is minder erg, dan je denkt.

Dag vijf. Tweede sapdag. Het went snel. Eitje – de uitdrukking dan, hè, niet het eten. „Waarom eet je niet gewoon stiekem?”, vraagt mijn dochter onbegrijpend, die weet dat ik carnivoor ben. Dan bedrieg ik mezelf, zeg ik.

Dag zes en zeven. Wederopbouw: terug naar de veganistische keuken. En deze dagen begint het écht. Alsof de zuurstof beter de hoeken en gaten van mijn lijf kan bereiken. Alsof volle, oude filters zijn vervangen door hagelwitte nieuwe. En alsof het bestaan als geheel lichter is geworden.

„Ik heb het je beloofd”, zegt het sapvrouwtje bij de ‘evaluatie’, een paar dagen na het afsluiten van de ontgifting. „Het zou moeilijk zijn, maar wél resultaat geven.” Ik ben blij dat het achter de rug is, maar ik weet ook dat het échte werk nog moet beginnen: het vermijden van de retox.