Rode sjaal om de hals, en Leienaar onder de Leienaren

Cees Goekoop citeerde op 1 december 1998 bij zijn afscheid als burgemeester van Leiden Gerard Reve: „Het is genoeg geweest, ik hoop dat het niet onopgemerkt is gebleven.”

Dat is het zeker niet. Op 26 september 2011 overleed mr. C.H. Goekoop in Amsterdam op 77-jarige leeftijd. De vele warme woorden die daarna in de aanloop naar Leidens Ontzet (3 oktober) aan hem werden gewijd, bewezen hoe zijn verschijning in menig geheugen is gegrift.

Het is niet onopgemerkt gebleven, maar genoeg was het nog lang niet, vond de pensioengerechtigde Goekoop zelf toen hij na achttien jaar moest vertrekken als burgemeester. Hij zei: „Majesteit heeft mij uit mijn functie ontheven. Dat was een foutje van majesteit.”

Cees Goekoop, die eerder raadslid en twee jaar wethouder in Amsterdam was geweest, was van zijn ambt en van Leiden gaan houden en de stad had hem lief. Omdat hij met zijn gezin ook in Amsterdam bleef wonen, was Leiden voor hem een latrelatie, maar wel een heel innige. „Hij was een Leienaar met de Leienaren”, typeerde de huidige burgemeester, Henri Lenferink, hem. Goekoop was zeer aanwezig in de stad, op routes die hem nogal eens van stadhuis naar kroeg voerden. Want van innemen hield hij, en van practical jokes. De burgemeester was een begenadigd spreker en bovendien een acteur, die zijn afscheid luister bijzette met een voorstelling in de Leidse Schouwburg waarin hij zelf diverse hoofdrollen speelde.

Studieus was hij ook, getuige onder meer zijn boek Op zoek naar Ithaka, waarin hij een omstreden theorie over de oorsprong van Homerus’ Odyssee ontvouwde.

Ze hadden hem ‘de man met de rode sjaal’ kunnen noemen, want die zat haast onverbrekelijk om de hals geknoopt. Met, op de terugweg naar stadhuis of pied-à-terre, de stropdas wat losjes en het overhemd niet meer rotsvast in de broek.

Maar de suggestie dat bon vivant Goekoop slechts oog had voor de vrolijke kanten van zijn ambt zou hem zeer tekortdoen. Juist in een gepolitiseerde omgeving kon hij een apaiserende rol spelen. D66-leider Alexander Pechtold, die wethouder in Leiden is geweest, heeft meermalen zijn bewondering voor VVD’er Goekoop uitgesproken als „begeleider en beschermheer”.

Thom de Graaf, burgemeester van Nijmegen en in de jaren negentig raadslid in Leiden, herinnert zich hem als „een meester in de kunst van verbinden, vooral door de inzet van zijn aanstekelijke persoonlijkheid en bronzen stemgeluid”.

Dat geluid was kenmerkend voor Goekoop, een timbre waar sommige liberalen – type Goekoop – het patent op lijken te hebben en dat hen in staat stelt ook zonder microfoon ver te reiken. In dat opzicht zal hij in zijn studententijd een goede basisopleiding hebben genoten als lid van Minerva, het Leidse corps.

Een corpslid dat als burgemeester jaren later als geen ander standsverschillen wist te overbruggen. Hij was een klassieke burgervader.

John Kroon