Rechtspraak kent niet eens vrouwen in de taal

Heleen Crul signaleert een ‘ont-haar-ing’ van het Nederlands, nadat eerder sprake was van een feminisering (Opinie & Debat, 1 oktober). Er zijn echter branches waarin de vrouw tot op heden niet eens in het taalgebruik is opgenomen. Neem de rechtspraak. Zowel een mannelijke als een vrouwelijke rechter heeft dezelfde benaming. Rechterin op zijn Duits had ook gekund. Toch heb ik niks tegen rechter, het klinkt mij sekseneutraal in de oren.

Anders is het gesteld met de vrouwelijke appèlrechters van het gerechtshof. Zij heten raadsheer. Alsof zij iedere keer dat zij ter zitting verschijnen moeten doen alsof zij van het andere geslacht zijn. Of dat het publiek moet doen alsof het niet weet dat deze appèlrechters vrouw zijn. Deze theatraliteit is onnodig, want er is een passende benaming voorradig. Niet hofdame, zoals mijn vriendin zich gekscherend voorstelt, maar raadsdame. Ik nodig de rechtspraak uit voortaan van dit woord gebruik te maken.

Gaby Crince Le Roy

Leiden