Politieman worden in Afghanistan

In Kunduz geven Nederlandse marechaussees bijscholing aan Afghaanse politieagenten. „Iemand met een bomgordel om moet je vooral niet benaderen.”

Afghanistan. Kunduz. 29-09-2011. Agenten van politiepost # 4 krijgen les van de Nederlandse mentoren in een oud Afghaanse legerbasis vlakbij Kunduz PRT. Agenten slaan een Nederlander in de boeien. Foto: Jo‘l van Houdt Joel van Houdt

Met een paar snelle bewegingen hebben twee Afghaanse politiemannen Hans Kleingeld overmeesterd. Zijn rechterarm wordt op zijn rug gedraaid, zijn linkerbeen klemgezet en met een zwiep ligt hij, hup, op de grond. Omar houdt Kleingeld met zijn knie op zijn schouderblad in bedwang, terwijl Jawad hem handboeien omslaat. Arrestatie geslaagd.

De omstanders zijn nog niet bijgekomen van het lachen wanneer Kleingeld (30) wordt vrijgelaten, overeind krabbelt en het stof van zijn uniform veegt. De opperwachtmeester van de marechaussee die vandaag negen Afghaanse agenten bijles geeft, is zojuist door zijn eigen leerlingen onderuit gehaald. „Ja, ze hadden me goed te pakken”, zegt hij.

Nederland heeft niet alleen twintig marechaussees naar Kunduz gestuurd om rekruten de basis van het politievak bij te brengen, maar ook dertig die agenten on the job moeten begeleiden en bijscholen. Vijf maanden lang worden politiemannen gevolgd op de bureaus en bij de checkpoints waar zij werken en krijgen zij les op een beveiligde locatie, een voormalig kamp van het Afghaanse leger. Voor de basiscursus blijken niet genoeg studenten te zijn die aan de Nederlandse eisen voldoen, maar de bijscholing is in de stad Kunduz voortvarend van start gegaan.

Omar, Jawad en zeven collega’s zijn hier vanochtend vroeg afgezet door het hoofd opleidingen van de politie. Tot aangename verrassing van de trainers die hier in juli aankwamen, bleek de politie in Kunduz een hoofd opleidingen te hebben. Deze Sediq Khan (52) is zo betrokken bij de lessen die de Nederlanders geven dat hij alle agenten die hij in de stad kon vinden voor de bijscholing heeft opgegeven.

„Ik sta ’s ochtends om vijf uur op om de agenten op te halen en naar school te brengen”, vertelt Sediq tijdens een bezoek aan het hoofdbureau van de lokale politie. Hij is bang dat ze niet komen opdagen als hij er niet persoonlijk op toeziet. „Dat blijf ik doen tot elke agent van elk bureau en elk dorp is opgeleid”, zegt hij optimistisch. De provincie Kunduz is iets kleiner dan Groningen, Drenthe en Friesland samen. In 2014 wil Nederland er elke agent geschoold hebben.

Als de politiemannen binnenkomen in het schooltje – een verlaten gebouw dat Nederlandse militairen de afgelopen maanden hebben geschilderd en gemeubileerd – hangen ze hun kalasjnikovs aan de kapstok en leggen ze hun platte politiepet op de tafels die in een kring in het klaslokaal staan.

Voor elke leerling liggen een schrift en een pen klaar. „Op die manier kunnen we zien of ze kunnen lezen en schrijven zonder het te vragen”, zegt Frank van Veldhuizen, de majoor die verantwoordelijk is voor de Nederlandse begeleiding en nascholing. In deze klas van tien zijn er twee die hun schrift openslaan en aantekeningen maken.

Wie de enthousiaste agenten ziet die in deze veilige klas zitten, en met plezier achter de school hun handboeikunsten vertonen, zou bijna vergeten hoe gevaarlijk hun beroep is. Vorig jaar werden 1.250 agenten in Afghanistan gedood en raakten er 750 gewond. De leerlingen van vandaag vochten in maart nog samen met het Afghaanse leger tegen twee zelfmoordterroristen die een wervingskantoor van het leger bezetten en 36 mensen vermoordden voor ze zichzelf opbliezen.

Wie beter kijkt, ziet dat de marechaussees die de training geven hun pistool op hun rechterbeen dragen, waar ze het in een reflex kunnen grijpen als het nodig is. Dat er meer landmachtmilitairen zijn om de school te beveiligen dan dat er docenten zijn. En dat de bushmaster, het pantservoertuig waarin de Nederlandse militairen zich in Afghanistan verplaatsen, de hele dag met draaiende motor bij de school staat. Voor het geval dat.

De provincie Kunduz– en zeker de stad – heet relatief veilig te zijn. Veilig genoeg om er militairen naartoe te sturen om politieagenten te trainen in plaats van te vechten, zoals eerder in Uruzgan. Maar de missie gaat wel gepaard met veel militair vertoon. Zomaar een politiebureau binnenwandelen is er voor de marechaussee niet bij.

Wanneer de trainers politieposten bezoeken, rukken zij uit met meerdere bushmasters met machinegeweren op het dak. Ze rijden bijna stapvoets door de stoffige straten van de bedrijvige stad, laverend tussen optrekkende riksja’s, vrouwen in hemelsblauwe boerka’s en kinderen die meerennen. De Nederlanders dragen camouflagepakken, helmen en kogelwerende vesten. Ze inspecteren de grond op bermbommen voor ze uitstappen om de paar meter naar een politiebureau te lopen. Pistool voor de borst, geweer over de schouder. Voor elke marechaussee gaan er twee landmachtmilitairen mee, maar ze zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Recente aanslagen in Afghanistan zijn vooral tegen eigen autoriteiten gericht, maar de Nederlanders houden er rekening mee dat ook zij elk moment kunnen worden aangevallen. Een bezoek aan een politiebureau is altijd onaangekondigd en duurt nooit langer dan een paar uur.

Na een paar maanden in Kunduz zijn de marechaussees nog steeds bezig om te inventariseren hoeveel agenten er nu eigenlijk in de stad zijn en wat zij doen. Elk nieuw gezicht dat ze op een bureau zien wordt geregistreerd. De agenten beantwoorden, met behulp van een tolk, vragen over hun familie en hun vooropleiding, en hen wordt ook gevraagd wanneer ze voor het laatst salaris hebben ontvangen, en van wie. „Hun dossiers worden opgeslagen in een excel-bestand”, legt Kleingeld uit.

Zo idyllisch als hun nieuwe school is, zo sjofel zijn hun werkplekken. De twee armoedigste politiebureaus zijn gevestigd in woonhuizen van particulieren. Met betonnen schotten, zandzakken en prikkeldraad zijn de panden gebarricadeerd. Binnen werken de agenten niet alleen, ze wonen er. Ze slapen er, meestal in hun uniform, op tapijten en krijgen te eten van de kok die kookt naast het open riool.

Op de vraag wat de agenten van Nederland hopen te leren, zeggen ze stuk voor stuk dat het allerbelangrijkste is dat zij leren „de vijand te herkennen”. Van alle angsten die zij hebben, is die voor zelfmoordenaars het grootst. Dat is niet bepaald een dreiging waarmee marechaussees uit Nederland iedere dag te maken hebben. „Als zij het al niet weten, hoe moeten wij ze dan herkennen? Voor ons lijken alle Afghanen op elkaar”, zegt Dennis Trouerbach, een collega van Kleingeld. „Maar we kunnen ze wel helpen er mee om te gaan. Dat je iemand met een bomgordel vooral niet moet benaderen.”

Die les staat vandaag nog niet op het programma. Tijdens de eerste dag op de school gaat het vooral over Afghaanse wetgeving, EHBO en het omdoen van handboeien. De Afghaanse politieagenten oefenen op elkaar. Eén speelt een meewerkende verdachte, terwijl twee anderen hem op zijn rechten moeten wijzen en zonder al te veel geweld zijn handen op zijn rug doen.

Aan het einde van de les doen de Nederlanders even voor hoe je een opstandige verdachte behandelt. Hans Kleingeld speelt boef, en wordt door zijn collega’s op de grond gelegd. Na de demonstratie mogen de Afghanen het ook één keer proberen. Voor hij er erg in heeft, ligt Kleingeld opnieuw in het grind. „Dat lukt ze maar één keer”, lacht hij.